Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Vrijwilligerswerk in het protestantisme

Niet alleen in de sociale, maar ook in de kerkelijke dienstverlening is de vrijwilliger niet meer weg te denken. Beide vormen van vrijwilligersengagement hebben zelfs in zoverre met elkaar te maken, dat de meeste vormen van sociale dienstverlening oorspronkelijk uit het kerkelijk leven zijn voortgekomen. Vrijwilligers zijn zowel in onze samenleving als in onze protestantse en katholieke kerken ondertussen onmisbaar geworden. Geen enkele vorm van wezenlijke uitbreiding van sociale of kerkelijke dienstverlening kan nog zonder vrijwilligers.

samengesteld door dr. G. Liagre

Inleiding

Niet alleen in de sociale, maar ook in de kerkelijke dienstverlening is de vrijwilliger niet meer weg te denken (1).  Beide vormen van vrijwilligersengagement hebben zelfs in zoverre met elkaar te maken, dat de meeste vormen van sociale dienstverlening oorspronkelijk uit het kerkelijk leven zijn voortgekomen.(2) Vrijwilligers zijn zowel in onze samenleving als in onze protestantse en katholieke kerken ondertussen onmisbaar geworden. Geen enkele vorm van wezenlijke uitbreiding van sociale of kerkelijke dienstverlening kan nog zonder vrijwilligers.

Vooral in de kerken ontdekt men in Vlaanderen en Nederland dat er steeds minder beroepskrachten komen en het aantal roepingen nog steeds afneemt.(3) Ook protestantse kerken hebben met deze terugval te kampen. Het aantal dominees en priesters neemt af en heel dikwijls zijn het vrijwilligers die het gat opvullen.(4) Het begint er zelfs op te lijken dat met name de katholieke Kerk alleen al om overeind blijven, vrijwilligers steeds meer ruimte zal moeten geven.(5) In de katholieke kerken zijn er vanwege het priestertekort steeds meer pastorale helpers actief. Sommige parochies werken zelfs bijna uitsluitend met vrijwilligers.(6) Het is een interessante constatering, dat hoewel de samenleving steeds meer schijnt te verbrokkelen, er nog steeds een toename van het vrijwilligerswerk valt waar te nemen.

Het belang van vrijwilligerswerk

Wat hierboven werd gezegd over het belang van vrijwilligerswerk zal u als Vereniging voor Bezoekers in Verzorgingsinstellingen wel niet vreemd zijn. Vrijwilligerswerk is om vele redenen belangrijk, niet in het minst omwille van zijn gezondmakend en helend effect in de samenleving.(7) We weten allen dat bijvoorbeeld in de medische wereld machtige computerprogramma's werden ontwikkeld waarmee men aan de hand van symptomen het ziektebeeld kan weergeven en een therapie voorstellen. De vraag is echter hoe de mens die dit alles moet ondergaan er zich bij voelt. Vrijwilligerswerk heeft vaak te maken met die andere kant van de medaille, die door de professionele wereld wordt ontkend of schromelijk onderschat en waarbij mensen zich geven aan elkaar. De geest waarin wij als mensen worden opgeroepen om ons te geven aan elkaar, wordt volgens mijn protestants geloofsverstaan uitgedrukt in de metaforen en de verhalen over Jezus van Nazareth. Van de armetierige kribbe tot het beschamend kruis heeft Jezus van Nazareth die boodschap aan de wereld gebracht. Hij laat ons zien dat de mens die leeft in de orde van de vrijgevigheid en de liefdadigheid voller en dieper is dan de orde van de krachtdadigheid en van de techniek die we in de wereld cultiveren.

Denkend over Vlaanderen -I-

In 2001 verscheen bij Lannoo het boek Denkend voor Vlaanderen, over levenskwaliteit.(8) In dat boek worden de sterke veranderingen waaraan de huidige maatschappij onderhevig is beschreven. De zeven auteurs, allen academici, komen uit verschillende levensbeschouwelijke achtergronden. Ze leggen in deze publicatie in zeven artikelen bouwstenen voor een leefbaar Vlaanderen. Naast artikelen over de rol van de media, de rol van het verenigingsleven en de mondialisering en de eigen culturele identiteit, bevat het ook een hoofdstuk over vrijwillig engagement. Vrijwillig engagement wordt door deze auteurs dus beschouwd als één van de zeven pijlers waarop de levenskwaliteit in Vlaanderen berust. Wie spreekt over de toekomst van een leefbaar Vlaanderen, dient volgens hen allereerst te spreken over het vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk is volgens deze auteurs geen vrijblijvende aangelegenheid, maar is het cement van onze maatschappij. Die trend zal zich bovendien in de toekomst volgens hun verwachtingen nog sterker profileren. Vrijwilligerswerk vervult - om met een evangelisch beeld te spreken - de functie van de gist.(9) Een klein stukje gist dat in de juiste proportie toegevoegd, de logge deegmassa van onze maatschappij doet rijzen tot een luchtig geheel waar de talrijke andere waarden kunnen groeien en bloeien.

Denkend over Vlaanderen -II-

Eenzelfde geluid valt te horen in een andere belangrijke publicatie die een jaar voor het boek Denkend voor Vlaanderen, over levenskwaliteit verscheen. Ik bedoel het boek "Verloren zekerheid - De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen". (10) Die bundel is het resultaat van een pluridisciplinair onderzoek naar de vraag welke normen en waarden ons drijven? Aan tienduizenden personen werd vanuit een interuniversitair onderzoek gevraagd welke waarden hun leven bepalen als het gaat om arbeid en vrije tijd, gezin en seksualiteit, ethiek, religie en politiek. De resultaten van dit onderzoek dat zich regelmatig herhaalt werden beschreven in drie publicaties waarvan de titels alleen boekdelen spreken: in 1981 verscheen het eerste boek: De Stille ommekeer. In 1990 verscheen het tweede boek: De versnelde ommekeer. In 2000 verscheen het derde boek: Verloren zekerheid.

Kennelijk is dat de situatie waarin wij ons thans bevinden die van verloren zekerheid. De waarden overtuigingen en houdingen veranderen voortdurend en fundamenteel. Ook voor de arbeid van de vrijwilliger, met name de kerkelijke vrijwilliger, heeft dit repercussies. Doordat waarden overtuigingen en houdingen veranderen, verandert ook het gelaat en de positie van de kerk. En naarmate de rol van het instituut kerk vager en diffuser wordt, verandert ook het beeld van de kerkelijke vrijwilliger drastisch.

Wat is een vrijwilliger?

Wat is vrijwilligerswerk? Over hoeveel mensen spreken we als het over vrijwilligers gaat? Welk soort arbeid verrichten zij?

Eerst de definitie. Vrijwilliger beschouw ik hem of haar die onverplicht en onbetaald werk verricht. Hij of zij doet dat ten dienste van anderen of van de samenleving. Het gebeurt in een georganiseerd (in dit geval kerkelijk) verband.

Er dient dus opgemerkt dat het in vrijwilligerswerk gaat om spontane haast vanzelfsprekende solidariteit die mensen in een georganiseerd verband voor elkaar onbezoldigd opbrengen. Mantelzorg waar een vergoeding tegenover staat valt in deze definitie dus niet onder vrijwilligerswerk.

Het gaat met die vrijwilligers ook buiten de kerken, zoals gezegd, niet slecht. De statistieken wijzen aan dat ongeveer 13 % van de Vlamingen boven de 16 jaar regelmatig vrijwilligerswerk verrichten.(11) Vlaamse vrijwilligers zetten zich daar gemiddeld 6 uur per week voor in. Er bestaan echter grote verschillen: een kwart is minder dan twee uur per week bezig aan vrijwilligerswerk, een kwart méér dan 10 uur per week! Opvallend is verder dat in Vlaanderen (o.a. via de socio-culurele en de sportverenigingen) meer mannen (14,6%) aan vrijwilligerswerk doen dan vrouwen (11,3%). Vrijwilligerswerk blijkt ook diplomagebonden: hoe hoger het diploma hoe meer vrijwillerswerk. Een andere constatering is dat vrijwilligerswerk meer wordt opgenomen door mensen die daarnaast nog een betaalde baan verrichten, dan door mensen zonder betaalde baan.

En tot slot nog enkele woorden over de sectoren. 42,5% van de vrijwilligers is actief in de socio-culturele sector. De tweede grootste sector is die van de sport (15%). 14% van de vrijwilligers zijn actief in de welzijns- of de gezondheidszorg. Op de vierde plaats met 7 % komen de parochiale verenigingen. Overigens zijn christelijk geëngaeerde personen wel vaker dan mensen die geen lid zijn van een kerk ook buiten parochie en kerk actief als vrijwilliger.

Kerkelijke vrijwilligers

Over hoeveel mensen spreken we als het over kerkelijke vrijwilligers gaat? Welk soort arbeid verrichten zij? Wat is er nu specifiek aan vrijwilligerswerk vanuit de kerk?
Ik baseer mij op Nederlandse gegevens. In november 1995 heeft het Kaski een rapport uitgegeven dat hierover cijfers publiceert. Ik ga ervan uit dat de Nederlandse cijfers niet gelijk zijn aan de Belgische situatie, maar wel een bepaalde trend aangeven. Om die grote lijnen is het mij te doen.
Volgens Nederlandse statistieken is er in katholieke parochies per parochie gemiddeld één betaalde kracht. (12) Tegenover of naast iedere betaalde kracht (priester of pastoraal medewerker) telt men gemiddeld 200 vrijwilligers. Tegenover elk uur van een betaalde pastor staan dus ruim dertien uren onbetaalde arbeid van vrijwilligers. Dat levert in de Nederlandse parochies naar schatting ongeveer 338.500 vrijwilligers op. Iedere vrijwilliger besteed gemiddeld 2,7 uur aan zijn engagement, m.a.w. samen zijn ze goed voor het equivalent van 22.850 full-time arbeidskrachten. Ze zijn actief in de catechese, de kostersdienst, het koor, de kerkfabriek, het pastoraat enz...
Een katholieke parochie kan in dit opzicht met recht een vrijwilligersorganisatie noemen. Van alle ruim vijf miljoen Nederlandse katholieken is circa 7% actief als parochiaal vrijwilliger. Dit percentage ligt toch nog aanzienlijk lager dan bij de protestants- christelijke kerken. Deze lagere vrijwilligersinzet bij katholieken is niet verwonderlijk: katholieken gaan naar verhouding minder naar de kerk dan protestants-christelijke kerkleden en zijn minder betrokken op de kerkelijke organisatie.

Interne organisatie
Eén van de hoofdredenen voor de grotere betrokkenheid van protestanten is de interne organisatie van de kerkgemeenschap zelf. In katholieke kring bestaat het parochiale vrijwilligerswerk vooral uit uitvoerende taken. Inhoudelijke functies zijn er veel minder. In protestantse kerken worden, naast de betaalde en geordineerde ambtsdragers (de dominees of predikanten), ook verantwoordelijken voor de inhoudelijke taken aangesteld: de kerkenraad. De kerkenraad is geen uitvoerend orgaan, maar een beleidsorgaan. Hét beleidsorgaan zelfs, dat één keer per maand bijeenkomt. De kerkenraad is verantwoordelijk voor alles wat er reilt en zeilt in een plaatselijke gemeenschap.

Ouderlingen

De kerkenraadsleden (waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen ouderlingen en diakenen) en ook de dominee worden verkozen door de gehele gemeenschap. Ouderlingen (de term komt uit de bijbel en het zijn zowel mannen als vrouwen) hebben een voorwaardenscheppende rol. Ze hebben de pastorale en de geestelijke zorg over de plaatselijke gemeenschap en zorgen ervoor dat de voorwaarden worden geschapen voor de voortgang van het kerkenwerk. Elke ouderling wordt voor een bepaalde periode - in onze gemeenschap is dat vier jaar - door de kerkeden verkozen. Ouderlingen worden geacht er op toe te zien dat in de kerkgemeenschap intern alles naar wens verloopt. Ze vergaderen over het welzijn van de gemeenschap en bepalen wie preekt, welke activiteiten binnen de kerkgemeenschap worden ontplooid enz... Men zou ze het geestelijk managementsteam van de kerkgemeenschap kunnen noemen. Allen zijn ze 100% vrijwilligers.

Diakenen

Naast voorwaardenscheppende activiteiten kennen de protestantse gemeenschappen ook uitvoerende activiteiten. Een kerk moet er niet alleen voor zorgen dat ze blijft bestaan en dat haar boodschap wordt gehoord, ze heeft ook een verantwoordelijkheidsgevoel! Met andere woorden: een protestantse gemeenschap wil ook klaarstaan voor de samenleving. Dat is de taak van andere vrijwilligers, namelijk de diakenen. Diakenen zetten zich in de katholieke kerk vooral in rond de liturgie. Daar zit in de katholieke traditie ook de sterkste groei van het aantal vrijwilligers: in het helpen overeind houden van de parochie. In de protestantse kerken is dat maar een klein stukje van het engagement en hebben diakenen een veel bredere taakomschrijving. Diakenen worden net als de ouderlingen verkozen voor een termijn van vier jaar. Ze vormen samen met de predikant en de ouderlingen de kerkenraad. Ze hebben als specifieke taak alles wat materiële noden en sensibilisering hiervoor aangaat. Diakenen zorgen er in onze gemeenschap bijvoorbeeld voor dat de ouderen die in een home moeten worden opgenomen maar de nodige fondsen ontberen, misschien financieel kunnen worden geholpen. Of ze steunen minder-validen.

In onze Brusselse gemeenschap hebben de diakenen een aparte commissie opgericht: de raad van het diaconaat. De raad van het diaconaat komt ééns per maand samen en bespreekt alles wat de diaconie betreft. Via de raad van het diaconaat helpt onze gemeenschap onder andere het Protestants Sociaal Centrum dat zich bezighoudt met de opvang van vluchtelingen, asielzoekers, armen van de vierde wereld enz.... Een 17 tal betaalde krachten worden er geholpen door dubbel zoveel vrijwilligers die zich vooor allerlei taken inzetten. Wekelijks staan vrijwilligers achter de kookpot om eten te maken voor vierde wereld mensen. Anderen zijn vrijwillige bezig met de boekhouding. Nog anderen gaan op het veld zelf of helpen met bijvoorbeeld telefonistendienst. Maar er gebeurt nog meer diakonaal vrijwilligerswerk. Zo is er in de schoot van onze gemeenschap in Brussel een federatie minder-validen. Die organiseert activiteiten voor gehandicapten, onder andere een jaarlijkse vakantieweek. Tientallen leden van onze gemeenschap zetten zich daarbij in om de gehandicapten te helpen en te begeleiden op en tijdens deze vakantietochten. Ze zijn allemaal vrijwilligers, mannen zowel als vrouwen, hoewel we constateren dat aan de basis het aandeel van de vrouwen sterk toeneemt. Ik constateer dat de mannen eerder beleidsfuncties waar zullen nemen terwijl bijvoorbeeld de pastorale raad die concreet huisbezoeken doet, zieken bezoekt, gehandicapten afhaalt voor de zondagse kerkdienst, bijna uitsluitend uit vrouwen bestaat.

Mondiaal

Op mondiaal vlak zet de diaconie van onze kerkgemeenschap zich in voor de opvang van meerdere vluchtelingengezinnen. We staan financieel borg voor huurwaarborgen van enkele Bosnische gezinnen die we al die jaren hebben begeleid en vrijwilligers geven wekelijks taallessen. De voorzitter van de NGO Protestantse Solidariteit zet zich hiervoor belangeloos in. Hij beheert dit jaar ongeveer voor 100.000.000 oude franken aan projecten. En neemt zijn vakantiedagen op om momenteel door Burundi te reizen en ter plaatse de zaken op te volgen.

Pastoraat

Daarnaast hebben ook de ouderlingen besloten om ook een aparte raad op te richten. De raad van het pastooraat doet veel minder spectaculair werk, maar daarom niet minder noodzakelijk en boeiend. Het echte bezoekwerk aan zieken, ouderen, jongeren en noem maar op, geschiedt in onze kerkgemeenschap door de leden van de raad van het pastoraat. Die raad staat onder leiding van een kerkenraadslid. De gemeenschap is geografisch onderverdeeld in een aantal wijken, en die hebben elk een wijkteam. Dat is een team van mensen die bezoekwerk afleggen. Eén keer per maand komen al die teams samen om te spreken over het reilen en zeilen van het bezoekwerk. In onze Brusselse gemeenschap legt de predikant in principe in die raad van het pastoraat iedere maand een lijst voor van de bezoeken die hij de afgelopen maand heeft gebracht. Op de maandelijkse vergaderingen worden ook praktische zaken besproken, zoals wie in aanmerking komt om de wekelijkse kerkbloemen te krijgen. Al wie meer dan 75 jaar oud is, jarig en of gewoon ziek kan op maandag iemand verwachten die een bloemetje komt geven. In de paas- en in de kersttijd worden alle kerkleden die meer dan 75 jaar oud zijn verrast met een bloemetje vanuit de kerk. Dat wordt hen thuisgebracht door vrijwilligers die daarvoor met meerdere bloemstukjes op pad gaan en even langslopen om een praatje te maken of te horen hoe het ermee is. Tot daar een algemeen overzicht van hoe het bezoekwerk praktisch wordt georganiseerd en ook begeleid in onze protestantse gemeenschap hier in Brussel.

Andere taken

Niet in alle protestantse kerken gaat het zo georganiseerd toe. Daar zal men bijvoorbeeld geen aparte raad voor het bezoekwerk hebben, maar doet de kerkenraad zelf dat werk in onderling overleg. Het verschilt allemaal nogal van gemeenschap tot gemeenschap. Naast de reeds genoemde zaken zijn er in onze gemeenschap nog tal van andere taken waarin vrijwilligers worden betrokken: aan het begin van de dienst staan er altijd twee vrijwilligers bij de ingang die alle kerkbezoekers verwelkomen; na afloop van de dienst op Zondag wordt er koffie geschonken door een aantal vrijwilligers; voor diverse leeftijdsgroepen zijn er tijdens de dienst op zondag door vrijwilligers geleide aparte aktiviteiten enz....

Individueel pastoraat

Tot slot iets over de vrijwilliger in het individuele pastoraat. Daarmee bedoel ik de vrijwilliger die vanuit de protestantse kerk bezoeken brengt aan ouderen, zieken, bejaarden die alleen thuiszitten of bijvoorbeeld in het ziekenhuis vertoeven. De vrijwilligers zijn zowel mannen als vrouwen, hoewel het aantal vrouwen het aantal mannen verre overtreft.

Wat doen ze? Zowel algemeen bezoekwerk ‘eens langs gaan', als echt pastoraal bezoekwerk. Met pastoraal bezoekwerk bedoel ik dat ze de taak hebben op één of andere wijze met degene die ze bezoeken op de weg van geloof en spiritualiteit een eindje op weg te gaan. Dat is het specifieke van het kerkelijke huisbezoek tegenover de vele andere vormen van bezoekwerk die er bestaan. De protestantse bezoeker ziet om naar de ander, maar vanuit een bewogenheid die gemotiveerd wordt door het evangelie. Dat kan waar nodig ook expliciet ter sprake komen. Er wordt bijvoorbeeld samen gebeden. Of er wordt een stukje uit de bijbel gelezen.

Toerusting?

Aan de begeleiding van de vrijwilliger in het individuele pastoraat is de laatste jaren in de protestantse kerken meer en meer aandacht besteed. Toch kan daar nog veel méér gebeuren. Slechts 18% van de vrijwilligers heeft een toerustingscursus gevolgd. De belangrijkste hulpbronnen bij het vrijwilligerswerk blijken echter nog altijd levenservaring (73%) en werkervaring (44%). Toch worden in sommige gemeenschappen ook toerustingscursussen voor vrijwilligers in het bezoekwerk georganiseerd. Die cursussen staan dan onder de leiding van een hoogleraar met specialisatie pastoraat en pastorale kwesties. Eén of meerdere middagen of avonden komen de vrijwilligers bij elkaar, waarbij zowel door instructie als door rollenspel wordt geleerd hoe men als bezoeker in pastorale situaties dient te reageren. Vooral belangrijk is natuurlijk een luisterende basisattitude.

Bejaarden

Dit volgen van cursussen gebeurt m.i. nog te weinig. De meerderheid van de vrijwilligers, zo blijkt uit onderzoek, heeft geen zin in (weer) een cursus. Doorgaans worden bezoekers dus zonder veel agogische vaardigheidsoefeningen op pad gestuurd. In Nederland bestaan echter wel specifieke toerustingsmogelijkheden voor protestantse bezoekers in het pastoraat, met name ondfer andere in bejaardenhuizen. De protestantse kerken daar constateerden dat er een groot vormingsaanbod voor deze vrijwilligers is. Er bestaan tal van cursussen voor personen die mensen begeleiden in hun laatste levensfase. Maar wat in deze trainingen nogal eens ontbreekt zijn de levensbeschouwelijke en zingevingaspecten van het werk. Juist in bejaardentehuizen komt de visie ten opzichte van leven en dood naar voren. Veel mensen bij wie men op bezoek gaat hebben de behoefte om de balans van hun leven op te maken. Voor veel vrijwilligers is het niet eenvoudig om daarover in gesprek te gaan. Vrijwilligers hebben er behoefte aan om met deze levensvragen te leren omgaan. Daarbij komt nog dat vanwege de kerkelijke betrokkenheid vrijwilligers de emoties vaak mee naar huis nemen. Hoe creëren vrijwilligers ruimte om eigen grenzen te leren kennen en deze te bewaken? Dat zijn vragen waar je zorgvuldig moet leren mee omgaan. Bij het opmaken van de balans zijn familie, gezin en vrienden belangrijk voor de bejaarden. Dat kan hartverwarmend zijn, maar ook pijnlijk. Voor vrijwilligers is het noodzakelijk dat ze een kader aangereikt krijgen om signalen te plaatsen. En tenslotte: bij vermindering van krachten, bij afscheid en sterven gaat het om wezenlijke zaken. Hoe raakt dit de vrijwilligers zelf en hoe gaan ze daarmee om? Reflectie op wat hen raakt is van belang. Deze uitgangspunten zijn verwerkt tot een aantal modulen die vanuit een religieus standpunt bestaande trainingen kunnen aanvullen.

Conclusies

Om te beginnen hebben we vastgesteld dat het met het vrijwilligerswerk niet slecht gaat. Ook het kerkelijk vrijwilligerswerk zit in evenredigheid in de lift, hoewel het kerkbezoek afneemt en het aantal kergangers daalt. Inderdaad, vrijwilligerswerk is een van de belangrijkste aspecten van de samenleving, omdat vrijwilligerswerk gekenmerkt wordt door solidariteit en betrokkenheid. Het werk van vrijwilligers wordt terecht gezien als een onmisbaar element voor de Vlaamse samenleving en heeft een belangrijk individueel, maatschappelijk en kerkelijk belang. Er is dus geen enkele reden tot pessimisme, wel tot nuchter realisme. Dat realisme bestaat er vooral in dat vrijwilligers zich steeds minder voor vage algemene projecten laten inschakelen, wel voor concrete directe projecten. Er moet vanuit de kerkgemeenschappen een aanbod komen dat maatwerk levert voor iedere vrijwilliger die zich voor de kerk wil inzetten.

Het vrijwilligerswerk wordt in de protestantse kerken gekenmerkt door enthousiaste mensen, die bereid zijn om een stuk van hun vrije tijd te besteden aan de kerk en alles wat daarmee verband houdt. Zonder vrijwilligers zou de protestantse kerk niet kunnen bestaan omdat ze het wezen zelf van haar kerkstruktuur vormen. Het is zaak voor de dominee en de kerkenraad (zélf vrijwilligers!) om er voor te zorgen dat het vrijwilligerswerk wordt gekenmerkt door vrijwilligheid en niet door vrijblijvendheid.

Zonder de vrijwilliger zou de protestantse kerk niet bestaan. De kerk zijn de vrijwilligers.

Bron: Dit is de tekst van een lezing gehouden voor de Vereniging van Bezoekers in Verzorgingsinstellingen op vrijdag 28 maart 2003, in "De Markten" in 1000 Brussel.
Guy Liagre (°1957) is doctor in de godgeleerdheid en predikant van de protestantse kerk van Brussel.


Voetnoten

(1) G.L. Goedhart, De begeleiding van de vrijwilliger in het individuele pastoraat, Kampen 1977, blz. 1.
(2) G.M. Aves, De vrijwilliger in de sociale dienstverlening, Amsterdam 1973, blz. 204. C. Veringmeier en B. Klaassen, De rol van het vrijwilligerswerk in het open bejaardenwerk in de wijkopbouw in Nijmegen, R.M.O. Nijmegen 1972, blz. 31.
(3) Op de Opinie-pagina van De Standaard van 17 october 1995 vraagt Pater Jos Beel, Scheutist, en oud-redacteur van het Vlaamse parochieblad Kerk en Leven, zich af wie in de toekomst de Kerk zullen dragen. Ondanks het feit, dat vele gelovigen voor priesterroepingen bidden, is het aantal eerste jaars seminaristen blijvend laag. In Vlaanderen zijn in 1995 maar 13 jongeren aan een seminarie-opleiding begonnen (Gazet van Antwerpen, 9 november 1995, pagina 8). In Brugge 3, in Gent 6, in Antwerpen 0, in Hasselt 2, in Mechelen-Brussel 2. Aan het interdiocesane Centrum voor Priesteropleiding op Rijpere leeftijd (CPRL) te Antwerpen waren toen nog 15 studenten in opleiding. In franstalig België waren er destijds 20 beginners in de seminaries. De Vlaamse seminaries telden tesamen (in 1995) 82 seminaristen, de Waalse 91. Deze cijfers zijn niet wezenlijk verbeterd sedert 1995; de toestand van 2003 is slechter dan die van 1995: in Gent is de opleiding gesloten.
(4) De Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel telde in 1978 in de twee taalsecties nog 180 studenten. Momenteel is het aantal studenten teruggevallen tot minder dan de helft.
(5) L. Spruit, ‘Volkskerk krimpt, maar vrijwilligerswerk groeit', in: Een-twee-een 23 (1995), blz. 3-4
(6) R.G. Scholten, L.G.M. Spruit en M.J.M. van Hemert, Kerk al doende. Vrijwilligerswerk in ruim 800 parochies, Amersfoort 1978.
(7) R. Stockman, ‘Vrijwillig engagement', in: Denken voor Vlaanderen - Over levenskwaliteit, Leuven 2001, blz. 78.
(8) Denken voor Vlaanderen - Over levenskwaliteit, Leuven 2001.
(9) R. Stockman, ‘Vrijwillig engagement', in: Denken voor Vlaanderen - Over levenskwaliteit, Leuven 2001, blz. 75-88.
(10) K. Dobbelaere e.a., Verloren zekerheid. De Belgen en hun waarden, overtuigingen en houdingen, Tielt 2000.
(11) K.B.S., Vrijwilligerswerk vandaag. Een eerste verkenning, 1997, blz. 9-20. Geciteerd in: R. Stockman, ‘Vrijwillig engagement', in: Denken voor Vlaanderen - Over levenskwaliteit, Leuven 2001, blz. 75-88.
(12) KASKI, Kerncijfers uit de kerkelijke statistiek 1994/1995 van het R.K. Kerkgenootschap in Nederland, memorandum nr. 291, november 1995. Uitgave Secretariaat Rooms-Katholiek Kerkgenootschap in Nederland, Utrecht 1995


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be