In deze rubriek zijn verschillende standpunten verzameld rondom het thema leven en dood. De laatste jaren worden onder invloed van een verdwijnend algemeen zingevingskader nogal wat vragen gesteld over de cruciale momenten in een mensenleven. Dood en geboorte zijn de thema’s die dan het meest aan de orde komen. Het spreekt -gezien de actuele politieke discussie- vanzelf dat de vragen rond euthanasie hier het meeste aandacht krijgen.
We willen u op deze plaats informeren vanuit een protestantse visie, zonder daarbij te spreken van hét protestantse standpunt. Gezien de aard van het protestantisme bestaat dat namelijk niet.
Daarom kan u hieronder bijbelse achtergronden terugvinden bij het thema en beschouwingen die van daaruit proberen de lijnen door te trekken.

| I | Is er leven na de dood? Inleidende meditatie n.a.v. de bijbelse visie op leven en dood door ds. J. Temmerman |
|
| II | Enkele bijbelplaatsen. Persoonlijke zingeving vanuit de bijbel door E. Theuninck |
|
| III | Omtrent euthanasie | |
| A | Verhelderingen... | |
| 1 het wetsvoorstel, euthanasie, onder welke voorwaarden door ds. J. Temmerman | ||
| 2 enkele veelgebruikte begrippen toegelicht door ds. D. Wursten | ||
| B | Protestantse stemmen over euthanasie | |
| 1 Euthanasie, een protestantse visie. Hier sta ik, ik kan niet anders door prof. dr. J. Wiersma | ||
| 2 Omtrekkende beweging rond een heikel thema door ds. D. Wursten | ||
| 3 Denken over euthanasie door ds. L. Van Malcot | ||
| 4 Verzuchting van een huisarts door dr. A. Pierre | ||
| C | enkele tegendraadse stemmen uit het verleden: Blaise Pascal en Thomas Morus door ds. D. Wursten | |
| D | Links: Waar vind ik meer over euthanasie, leven en dood? | |
| IV | Tot stof en as zult gij wederkeren. De crematie als hefboom van antiklerikaal protest en het Belgisch protestantisme (1870-1932) door Dr. G. Liagre |
|
Het antwoord op deze vraag kan heel kort zijn. 'Ja!' Ja, er is leven na de dood, zo leert ons de bijbel. Er zijn tal van gelijkenissen, beelden en verhalen die vertellen dat de grens tussen leven en dood helemaal niet zo definitief is als wij ons dit voorstellen en ervaren. Er is tevens de opstanding van Jezus zelf, en ook de tekst waarin Jezus zijn vriend Lazarus uit het graf roept terwijl hij volgens de mensen reeds vier dagen overleden was. 'Neen', zei Jezus, 'Hij is niet dood, hij slaapt' (Joh.11:11-13). Voor Jezus was de grens tussen leven en dood als tussen wakker zijn en slapen. Maar je kan over deze zaken praten en moeilijke dingen vertellen, interpretaties en theologische spitsvondigheden ten toon spreiden, wij willen dit hier helemaal niet doen. We willen ons juist bezighouden met het feit dat de dood een heel diepe scheiding tussen de mensen brengt. En dit is wel degelijk een zware realiteit. Ook al schrijft de bijbel dat het niet zo is, toch voelen we de dood als iets definitief en pijnlijk aan. Het gevoel is er wel! Zeker als het verlies iemand betreft die ons heel dierbaar is, dan ontstaat angst en twijfel; er is dan tevens de onmogelijkheid om aan iemand uit te leggen hoe je je precies voelt. Het is dan alsof niemand je echt begrijpt en wat meer is, je hebt helemaal geen mogelijkheid om u bij deze scheiding neer te leggen. Als de dood een dierbare of geliefde wegneemt kan je u onmogelijk daarmee verzoenen. Dan is de dood wel degelijk dood, gedaan, fini; het is dan iets waarmee je moet verder leven, elke dag opnieuw.
Hoe komt dat ? We leren dit in de eerste hoofdstukken van de bijbel, in Genesis 3.
Een veel voorkomende en spontane opwelling bij het overlijden van een dierbare is schuld. Had ik maar dit, ik heb niet voldoende dat gedaan en al die keren dat ik in onmin met hem of haar heb geleefd, was ik dan niet teveel met mezelf begaan? En nu is het onmogelijk om nog iets te zeggen of te doen. Nu is alles voorbij, te laat, alles is definitief afgelopen. Deze spontane gedachten van zelfbeschuldiging ontkleden onze ziel. We voelen ons dan als in Genesis 3: 'naakt'. Het besef van schuld is als schaamte, we staan in ons blootje, geconfronteerd met onze fouten, onze misstappen. We zijn beschaamd over wat we (maar) zijn geweest en wat we allemaal hebben (mis)gedaan. De naakte mens torst het leven en voelt zich heel zwak. Hij wil zich bedekken, toedekken. Hij wil rust, gerust gelaten worden. Hij wil vooral in een hoekje kruipen ('zich verstoppen tussen de bladeren' in Genesis 3) en in stilte de scheiding uithuilen.
Maar dan juist moet je spreken, zegt de bijbel: 'Adam, Waar ben je?' (Gen.3:9)
Er is volgens de bijbel maar één effectieve en goede manier om u toe te dekken. Het is niet schortjes breien van vijgenbladeren zoals Adam en Eva deden. In de hebreeuwse taal wordt het woord voor 'vergeven' gevormd van de stam van het werkwoord 'toedekken', 'bedekken'. De Heer in de bijbel leert de mens zijn schaamte weg te nemen door te vergeven en vergeving te aanvaarden. Dit is het enige kleed dat de naakte mens kan aandoen. We verwijten onszelf steeds de fouten van het verleden, daardoor zijn we kwetsbaar en naakt. We kunnen onszelf en de ander vergeving te gunnen. Hoe ? Door te spreken. Tot wie ? Tot uzelf ? Tot God ? Hier weze het duidelijk: tot diegene wie met u in kloof of conflict leeft. Voor Adam en Eva met God, voor diegene die rouwt met de overledene, voor de oorlogvoerenden met de vijand...Spreek en druk uw spijt uit voor de begane fouten, spreek en schenk ruimte, vraag aan de overledene vergeving.
Dit is wat Jezus de Trooster noemt, de H. Geest (Joh.14:15-31). Het is de enige kracht om de zelfbeschuldiging en de zonde weg te nemen en te boven te komen. Zo leer je te leven zonder onderscheid tussen leven en dood. Jezus vertelt zijn leerlingen dat Hij zal weggenomen worden, er zal een kloof zijn tussen hen en Hem, maar Jezus zal de Trooster zenden, bid (vraag) erom, spreek met Mij! Leef zodoende zonder grens tussen leven en dood, zonder kloof noch conflict. Leef in de eenheid
'Dood' in bijbelse taal staat voor liefdeloosheid. Dood is niet het einde van het fysieke leven. Ik weet dat medisch de dood wordt vastgesteld als het hart niet meer klopt; wat de bijbel zegt is dat uw hart kan kloppen, uw bloed kan stromen, uw hersenen actief kunnen zijn maar toch ben je dood, ijskoud, zonder eenheid. Net zoals het lichaam verder alle dienst kan weigeren wanneer het ten einde kracht is, toch leeft uw ziel nog. Ze ziet, ze voelt en vooral ze ervaart de eenheid met de levenden. Het is het licht dan binnenin in u schijnt en dat je nooit kan zien noch grijpen. Dit is de Heilige Geest, hetgeen we vandaag vertaalt 'de wil tot eenheid' noemen. En die is er in leven zowel als in dood. Hier in dit leven kan je afgestemd zijn om de eenheid te beleven, de eenheid met allen echt willen, en je leert spoedig dat dit enkel kan door te vergeven, door te spreken. Als je helemaal doordrongen bent van deze wil tot eenheid, is de Heilige Geest in u gekomen.
Er is dus eenheid na de dood. Net zoals in dit leven. Je hoeft dus niet te wachten tot na de dood of vlak voor het fysische einde om te spreken en elkaar te vergeven. Want de eenheid die hier is, is ook ginder. De eenheid is het leven. Het leven nu, straks en altijd. Er is leven na de dood, want het ware leven is de eenheid, door alles heen.
ds. Johan Temmerman
'Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, dat is niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.' (Gal.2:20)
Paulus gelooft dat zijn eigen ik, de natuurlijke mens, een mens is die onder de sloef van satan is. Een mens die door satan ziek wordt gemaakt, zondigt en lijdt onder al het kwade. Paulus mag door de genade van God geloven dat hij als natuurlijke mens reeds gestorven is (met Christus gekruisigd). Dit geldt ook voor ons. Als hij nu nog leeft is het niet zijn eigen natuurlijke ik, maar de opgestane Christus die in hem leeft. Dit nieuwe leven openbaart zich in Paulus en in iedere mens, door het geloof in Jezus Christus. Dit houdt in dat we geloven dat het leven van Christus ook het onze is en dat wij in Christus waren bij Zijn opstanding. Dit nieuwe leven in Christus is volmaakt, noch ziekte of zonde kan ons daaruit halen. We mogen dus geloven dat we reeds in dit leven volmaakt zijn in Christus, ook al is onze dagelijkse praktijk verre van volmaakt of zondevrij. Dit wil zeggen dat God niet meer kijkt naar de oude schepping, Hij kijkt niet naar de zonden van de gelovigen in Christus want voor God zijn deze allemaal gekruisigd. God kijkt naar de nieuwe realiteit die ontstaan is door en met Christus' opstanding. God gelooft in Christus, voor God telt alleen nog de nieuwe schepping want de oude wereld is gekruisigd in Christus. God houdt deze oude wereld in stand omdat zoveel mogelijk mensen de kans zouden krijgen de nieuwe schepping in Christus te betreden. De kerkgemeenschap is daartoe de geroepen (2 Kor.5:20). Als we blijven stilstaan bij ziekte of zonde of alle zaken dat door satan over de wereld komen, negeren we het aanbod van God in Christus. Dan spreken we ons ongeloof in Hem uit. Zo veroordeelt de mens zichzelf.
'Het leven is mij Christus, het sterven gewin. Indien ik in het vlees blijf leven, betekent dit voor mij werken met vrucht, en wat ik moet kiezen weet ik niet. Van beide zijden wordt ik gedrongen: ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees is nodiger om uwentwil.' (Fil.1:21-24)
Wij worden uitgenodigd om te doen als God, dit is doen alsof de zonde in ons en vooral in de ander er niet meer is. Dit betekent de ander vergeven. Maar we hebben het daar heel moeilijk mee, want vergeven is lijden opnemen en onszelf verliezen en daar verzet onze oude natuur zich tegen. We geloven niet dat we reeds gestorven zijn in Christus. Ons geloof in dat feit is zo klein dat we vergeten dat als we niet willen lijden (= liefhebben) geen gemeenschap met Christus kunnen hebben. O Heer, geef ons geloof, breek ons harde hart en onze ijzeren wil, toon ons overvloedig uw genade zodat we niet meer bang zijn onszelf te verliezen omdat er dan iets veel beters komt in plaats van onszelf, te weten: het opstandingsleven van Christus. Dit hebben we in ons door de ander te vergeven. Zo wordt onze last (= het lijden) niet meer zo zwaar want Christus draagt ons. De gemeenschap in Christus betekent gedeelde lasten. We dragen elkander. Geef ons geloof in uw grote liefde, Heer.
Eric Theuninck (gemeentelid protestantse kerk Kortrijk)
Het is van belang te weten over welke teksten en principes men vandaag discussieert. In de senaat is een euthanasiecommissie samengesteld die een wetsvoorstel terzake heeft opgesteld. Dit voorstel werd onlangs meerderheid tegen oppositie goedgekeurd.
Het wetsvoorstel dat door de euthanasiecommissie werd goedgekeurd stelt dat euthanasie alleen kan gebeuren op verzoek van de patiënt. Er is ook een opening voorzien voor niet-terminale patiënten. Ze moeten wel een zwaardere procedure doorlopen. De vraag om euthanasie moet aan drie voorwaarden voldoen:
ds. Johan Temmerman
Zonder twijfel moet een wilsbekwame patiënt in het algemeen zelf uitmaken of hij een behandeling die zijn arts hem voorstelt, ondergaat of niet. Het is zijn persoonlijke verantwoordelijkheid zich hierbij zo goed mogelijk door zijn arts te laten voorlichten. Onverdachte getuige: paus Pius XII: "De rechten en de plichten van de geneesheer zijn correlatief met die van de patiënt. De geneesheer heeft met betrekking tot de patiënt geen afzonderlijk of zelfstandig recht; in het algemeen kan hij slechts handelen wanneer de patiënt hem uitdrukkelijk of impliciet (direct of indirect) daartoe machtigt." Dit noemt men meestal de'toestemmingsvereiste' Zij is expliciet (d.w.z. zij moet worden uitgesproken) en kan niet zomaar worden verondersteld (presumed consent). Een opmerking die van belang is in verband met medisch handelen aan wilsonbekwamen.
Voor de duidelijkheid maak ik een onderscheid tussen de volgende facetten:
effectloos: de behandeling zal medisch gezien geen effecten (kunnen) opleveren, gezien de situatie en/of de prognose. Dit is een medisch oordeel, dus een beoordeling door de arts.
ongewenst: het maximaal haalbare met deze behandeling is niet voldoende of niet aanvaardbaar. Dit is een oordeel door de patiënt.
disproportioneel: de moeite en de lasten die deze behandeling vergt wegen niet op tegen het maximaal te verwachten resultaat. Bij de afweging van de baten en de lasten slaat de balans door naar de kant van de lasten. Dit vergt een medisch én een moreel oordeel, en dus een beoordeling door zowel de arts als de patiënt.
Bij de inschatting van wat nog geproportioneerd is of niet, spelen naast professionele kennis, ervaring en expertise het eigen karakter en de instelling van de arts een rol. Is hij een exponent van de maakbaarheidscultuur (waarin wij ongetwijfeld leven, zie hieronder), dan zal hij geneigd zijn te proberen er ondanks alles nog iets van te maken. Deze cultuur ondergaat overigens niet alleen de arts, ook zijn patiënten ademen die in. In het verlengde hiervan kan worden gekozen voor de 'maakbaarheid' van de dood. In beide gevallen blijft de arts steken in een technisch aanbod. Ook actieve levensbeëindiging is immers op de keper beschouwd niets anders dan een technisch antwoord op een menselijk probleem als het lijden. De verdieping van het medisch handelen tot 'zorg' voor de gehele mens (lichaam en ziel) lijkt utopisch, maar is volgens mij noodzakelijk om te voorkomen dat onze ziekenhuizen degenereren tot gezondheidsfabrieken.
Alle partijen werken met detoestemmingsvereiste van de kant van de patiënt, dat betekent dat voor iedere medische behandeling eerst geïnformeerde toestemming van de patiënt noodzakelijk is. Dit betekent dat de patiënt beslist, op basis van informatie verstrekt door de arts. De arts schetst de mogelijkheden, schat de kansen in, beschrijft de risico's, adviseert. De patiënt maakt de eigen afweging. Een weigering is een weigering. Het is van belang de wilsbekwaamheid van een patiënt niet te beoordelen aan de hand van de inhoud of uitkomst van het oordeel maar aan de hand van het besluitvormingsproces. Ook al neemt een patiënt een beslissing die volgens de arts niet de beste is, dan zal de arts deze moeten respecteren, mits de patiënt inderdaad op de hoogte is van de gevolgen en een weldoordachte overweging kan maken. Verklaar dus iemand niet wilsonbekwaam als je als arts het niet met hem eens bent: onderzoek of de patiënt weet wat hij zegt en waarover hij beslist.
Let op: informatie verstrekken is niet zomaar een folder in handen duwen. Eerder al noemde ik de verwarring van bezig zijn en goeddoen of beter worden. Aan de arts is nadrukkelijk de taak patiënten te begeleiden naar het inzicht dat soms niets doen of ophouden beter is dan blijven proberen. De patiënt moet dan weten dat ophouden niet betekent: ga maar naar huis en wacht het einde af. Dokters hebben ook een taak op palliatief en begeleidend vlak. Waar patiënten het meest bang voor zijn is aan hun lot overgelaten te worden. Het moet niet zo zijn dat patiënten toestemmen in een experimenteel onderzoek waar ze zelf echt niet beter van worden, omdat ze bang zijn voor de leegte als ze niet mee zouden doen.
In de discussie rond euthanasie worden vaak verschillende soorten 'rechten' door elkaar gehaspeld. Voor de zuiverheid van de redeneringen is dit niet bevorderlijk. Grosso modo kun je twee soorten 'rechten' onderscheiden. Het schildrecht zit ingebouwd in de toestemmingsvereiste, en is een uitwerking van de Grondwet, waarin de integriteit van het eigen lichaam wordt gewaarborgd. Dit recht is als een beschermend schild om een mens heen. Het betekent dat anderen niet aan iemands lichaam mogen komen tenzij hij daarvoor toestemming heeft gegeven. Het betekent dus ook dat een weigering gerespecteerd moet worden. Daarnaast bestaat er ook een claimrecht: iets waar we 'recht' op hebben, dat we kunnen claimen, opeisen. Schildrechten hebben we veel, claimrechten veel minder dan we menen. We hebben bijv. recht op gezondheidszorg, maar dat betekent enkel dat we recht hebben op goede zorg wanneer we die nodig hebben. Niet voor niets staan daar de woorden 'nodig hebben'. Voor een behandeling is een indicatie nodig, en dit vergt het oordeel van een arts. Een patiënt kan dus niet een behandeling opeisen als de arts meent dat die niet nodig is of effectloos is.
Vroeger kon een dokter niet veel beginnen tegen ziekte, zeker niet tegen complicaties. Tegenwoordig kan men over de dood héén blijven proberen, want er is altijd nog wel iets wat nog niet is geprobeerd. Dit bestrijden van de dood betekent uitstellen van de dood, wat dikwijls als winst ervaren wordt, maar ook ongewenste verlenging van lijden tot gevolg kan hebben. Dokters en patiënten stimuleren elkaar in dit denken: de dokters gaan door om de patiënt niet in de steek te laten, en de patiënt meent uit het doorgaan van de dokters te kunnen afleiden dat er nog mogelijkheden zijn.
Dat kan tot gevolg hebben dat mensen niet meer lijden aan hun ziekte maar aan het feit dat er geen behandeling meer voor handen is.Of, een ander voorbeeld: dat mensen niet meer lijden aan hun orgaanfalen, maar aan het gebrek aan een donororgaan en aan het gebrek aan bereidheid van anderen om een donorcodicil in te vullen. Patiënten lijken zich het prettigst te voelen als er nog wat gedaan wordt: liever nog een belastende experimentele behandeling dan naar huis en met palliatieve zorg zo comfortabel mogelijk doorbrengen van de laatste dagen. Veel dokters verwarren 'bezig zijn' met 'goeddoen' en veel patiënten verwarren dit 'bezig zijn' van de dokters met 'beter worden'. En zolang mensen blijven denken dat ook valse hoop doet leven - zo lang zullen gesprekken over de grenzen van het medisch handelen van levensbelang blijven.
Vooraf: Het zelfbeschikkingsrecht in de discussie zwalpt tussen een schildrecht en een claimrecht heen en weer. Ik doe hieronder maar even alsof het een claimrecht zou zijn (wat het volgens mij dus niet is, maar 'for the sake of the argument' is het misschien wel nuttig).
toelichting: Een mens is namelijk niet autonoom in de zin dat hij helemaal selfsupporting is en van niets of niemand afhankelijk. Neen: andermans meningen hebben hem gevormd en blijven hem voortdurend nog verder vormen. En zelfs als hij het er niet meer mee eens is en zich ervan afkeert, dan nog wordt hij erdoor bepaald. Iemand die zich helemaal afzet tegen zijn opvoeding/ouders wordt eigenlijk nog helemaal door zijn opvoeding/ouders bepaald, ook al denkt hij dat hij nu zich zelf bepaalt. Maar niet alleen andere mensen beïnvloeden een mens (een mens is altijd medemens, in dialoog, zelfs als er niemand voorhanden is om mee te praten), ook de omstandigheden beïnvloeden de mens. Ben je rijk, ben je arm, word je in West-Europa geboren of in Rwanda, ben je christelijke of humanistisch, of marxistisch of hindoeïstisch, of juist zogezegd 'neutraal' opgebracht. Het heeft allemaal met omstandigheden te maken, is 'toevallig', maar bepaalt wel voor een groot stuk de mogelijkheden van over welk 'zelf' je nou eigenlijk kunt 'beschikken'. Ook omstandigheden in de zin van bepaalde ervaringen die je in je leven wel of niet op doet. bepalen wat je wel of niet met je leven doen wilt.
Een toepassing op het vraagstuk van euthanasie ligt voor de hand: Stel ik krijg ziekte X en deze ziekte is dodelijk en zal waarschijnlijk gepaard gaan met lijden en geeft een grote kans op een moeilijk stervensproces. (Goede wetenschap spreekt hier altijd onder voorbehoud en met waarschijnlijkheden.) Welnu mijn 'zelf' is (probleem 1) nog in wording. Nu, nu ik nog gezond ben, zeg ik:
Probleem bij beide antwoorden is: Het is nog niet zover. Ze zijn prematuur. Zowel reactie A als B zijn theoretisch. Hoe ik echt zal zijn, kan ik pas zeggen als het zover is. (Het wetsvoorstel voorziet dan ook terecht dat er een herhaald verzoek om euthanasie moet zijn... Niet een vergeeld briefje van 10 jaar terug). Komt nog bij, dat ik heel goed tijdelijk depri kan zijn en dan moeten anderen mijn 'zelf' beschermen tegen mijzelf. Goed terug naar de redenering: Mijn 'zelf' wordt dus beïnvloed door andere mensen (probleem 2). De dokter die mij mijn ziekte komt mededelen speelt hier een cruciale rol en beïnvloedt onomkeerbaar mijn zelf-beschikking. Luister maar mee:
Om nu ook mijn eigen 'toevallige' ervaring er bij te betrekken: Heb ik al iemand zien gaan op deze manier, dan is ook die omstandigheid medebepalend voor mijn houding nu. Heb ik mensen om mij heen, die mij steunen zal dat ook mijn 'houding' sterk beïnvloeden. etc.
Het praktiseren van je 'zelfbeschikkingsrecht' zit vol van voetangels en klemmen. In de euthanasiekwestie is het vooral een theoretisch argument, dat retorisch goed uitgespeeld kan worden, maar praktisch gezien niet veel voorstelt. Of anders gezegd: Als schildrecht werkt het in dezen goed, als claimrecht is het niet of nauwelijks hanteerbaar.
ds. Dick Wursten
In deze bijdrage benader ik euthanasie vanuit een protestantse achtergrond. Ik probeer een protestantse positie te omschrijven maar beweer niet dat het dè protestantse stellingname is. Ik maak enige algemene opmerkingen en treed een paar keer in details. Onder de protestanten in de Lage Landen lopen de meningen over kwesties zoals abortus, euthanasie en suïcide doorgaans uiteen. Een eerste globaal verschil is het volgende. Rechtzinnige/Orthodoxe en vrijzinnige/rekkelijke protestanten drukken een eigen stempel op de meningsvorming. Rechtzinnigen beschouwen het leven als een opgave van God. In je doen en laten sta je voor Zijn aangezicht. Zij leggen het accent op de verantwoordelijkheid. Vrijzinnigen beschouwen het leven meer als een gave van God. De Ene heeft je toegerust met een cultuuropdracht en die mag je naar eer en geweten vervullen. Zij leggen het accent op de vrijheid. Het is een globaal onderscheid, met de aantekening dat deze standpunten elkaar niet uitsluiten maar aanvullen.
In de klassieke oudheid werd mensen bijgebracht dat zij stervelingen waren en altijd bereid moesten zijn om te sterven. Je wist maar nooit wanneer het lot kon toeslaan en je wegrukte uit het ondermaanse. Memento mori, gedenk te sterven, was het devies. Christenen, dus ook protestanten, hebben zich tegen dit fatalistisch denken gekeerd. Niet het lot maar God is in leven en sterven bepalend. De Eeuwige houdt zijn hand onder het bestaan; je bent geborgen. Daarom is voor hen het parool memento vivere, gedenk te leven.
Wat protestantse christenen onderscheidt van roomse christenen is dat zij minder strikt zijn gebonden aan een kerkelijke leer. Zij kennen geen centraal leergezag en het gewicht van de traditie weegt minder zwaar. Dat is volgens hen kenmerkend voor de Romana. Wel zorgt de protestantse kerkleiding voor een handreiking, een herderlijk schrijven, een rapport of een verklaring, maar daar gaat geen dwingend gezag vanuit. Deze epistels zijn bedoeld om de kerkgangers te oriënteren in een bepaalde materie, niet om een opvatting voor te schrijven. Protestanten beslissen zelf en mogen zich bij confessionele of ethische knelpunten spiegelen aan Maarten Luthers legendarische woorden Hier sta ik, ik kan niet anders. Zeker, zij zijn verantwoordelijk, maar Christus heeft volgens Luther de vrijheid verworven en haar geschonken aan christenmensen. Dat geeft ruimte aan hun handel en wandel.
Toch leggen protestanten, anders dan humanisten, een minder sterk accent op de autonomie van de patiënt en alles wat daarmee samenhangt. Zij erkennen dit criterium wel, maar zien de betrekkelijkheid in van zelfbeschikking en wilsbepaling, vooral bij ziek zijn en doodgaan. Als het moment van overlijden daar is hopen zij in bijbelse termen ‘bij de vaderen te rusten te gaan' of ‘tot de vaderen te worden verzameld'. Voor het zover is hechten zij aan het leven dat zij als rentmeester van God in bruikleen hebben gekregen. Zij mogen meedoen, meespelen in het theater van Gods glorie, een rake typering van Johannes Calvijn, een andere reformator. Daarom heeft loven in de protestantse spiritualiteit de prioriteit. God loven, prijzen en danken voor het bestaan gaat voorop. Eerst komt het loven, dan het leven en indien nodig de leer en het leergezag.
In het debat over euthanasie zou ik ook willen wijzen op de nuttige functie van het protestants principe. Dit beginsel had een prominente plaats in het werk van de Duits-Amerikaanse lutherse theoloog Paul Tillich (1887-1965). Hij gaf ermee aan dat elk historisch verschijnsel van menselijke makelij is en niet ontkomt aan dubbelzinnigheid; het heeft een zijde en een keerzijde. Geen enkele aardse werkelijkheid -geen kerk, geen leer, geen moraal, geen orde, geen partij, geen regering, geen school, geen staat- heeft het laatste woord. Wie deze pretentie wel heeft, wie zich aanmatigt de waarheid in pacht te hebben of wie zich opwerpt als heilbrenger, komt in conflict met het protestants principe. Dat wil niets weten van absolutering, demonisering of vergoddelijking van menselijke instellingen en aardse instanties.
Een voorbeeld. De Noord-Amerikaanse president Eisenhower waarschuwde eind 1960 in zijn afscheidsrede tegen de onrustbarende groei van een politiek bolwerk dat hij aanduidde als het militair-industriële complex. Een militaire elite probeerde volgens de scheidende president zijn belangen veilig te stellen en uitbreiding van militaire inspanningen te bewerken. Er moest worden geproduceerd, men wilde zaken doen en winst maken. Eisenhower waarschuwde: houdt de militaire macht in toom, geen militarisering van de samenleving!
In het kielzog van Eisenhowers vermaning gingen kritische waarnemers op zoek naar vergelijkbare machtselites in de landen van het rijke Westen. Al speurend stuitten zij op een bolwerk dat zij het medisch-farmaceutisch complex noemden. Pas op, opperden zij, de farmaceutische industrie ziet ‘de markt van welzijn en geluk' graag groeien. Zij wil niets liever dan een omvattende medicalisering van de samenleving en stimuleert een gezondheidszorg van de wieg tot het graf. Hoe meer mensen artsen raadplegen, des te beter is het. Daardoor groeit de vraag naar farmaceutische produkten, moet het aanbod van de (genees)middelen worden afgestemd op de vraag en neemt de winstmarge toe. Ook in dit geval is een waarschuwing op zijn plaats: hoedt u voor de medisch-farmaceutische macht, geen medicalisering van de samenleving!
Wat opvalt in de discussies over euthanasie, is, dat de betrokkenen er voorzichtig mee omgaan. Terecht. Wat in dit licht extra opvalt is dat in de cultuur als geheel juist heel nonchalant wordt omgesprongen met het leven. Mensen planten zich gemakkelijk en nogal eens gemakzuchtig voort. Hoeveel kinderen komen niet per ongeluk op de wereld? Dikwijls weten mannen en vrouwen ook niet goed raad met voeding, verzorging en ontspanning, zeg: het elementaire levensonderhoud. De uitzondering op de regel zijn de sportmensen, maar zij gaan weer tot het andere uiterste en leveren prestaties die de gezondheid soms schaden. Niet te vergeten het feit dat mensen elkaar regelmatig naar het leven staan en van het leven beroven. Dichtbij huis kunnen wij denken aan de (recente) burgeroorlog op de Balkan, om maar te zwijgen van de genocide in verschillende landen van Afrika. Kortom, het leven wordt met weinig of te weinig zorg omgeven en loopt voortdurend gevaar. Opmerkelijk (en gelukkig) eigenlijk dat vragen inzake het levenseinde van de mens juist zoveel oprechte aandacht trekken...
Het lijkt mij in dit verband zinvol de betekenis van de arts, theoloog en musicus Albert Schweitzer (1875-1965) in herinnering te roepen. Hij wist velen te winnen voor zijn ethiek die alom bekend is geworden door het woordpaar Eerbied voor het leven. Schweitzer was overtuigd dat het vernietigen en het schaden van leven als een kwaad moet worden betiteld. In de medische ethiek heeft zijn beroemde woordpaar steeds een vooraanstaande rol gespeeld, in het bijzonder bij vragen rondom euthanasie.
Vandaag spreekt men over de beschermwaardigheid van het leven; het is een term waarin de toonzetting van ‘de dokter van Lambarene' nog volop meeklinkt. Hij was een dokter met persoonlijkheid en een man die met ontferming werd bewogen. Ouderwets? Allicht niet. Menigeen maakt zich terecht zorgen om de toenemende en anonieme medicalisering van de samenleving. Dit onbehagen is niet ongegrond, maar ik voeg eraan toe: wij hebben wel degelijk medici in de samenleving nodig. Zij kunnen niet worden gemist, vooral niet bij sterven en stervensbegeleiding, bij euthanasie en een milde dood.
Het criterium van de autonomie noemde ik al even; voor protestanten is het geen halszaak. Bij sterven en/of mild doodgaan is een goed evenwicht nodig tussen de wilsbeschikking van de patiënt en het medisch handelen van de arts. Alleen geneesheren beschikken over heelkundige kennis en kunde, expertise en routine. Zij alleen kennen de wetmatigheden van het sterven en zij alleen weten wanneer de heelkunde niet meer baat. Patiënten op hun beurt weten en/of bepalen meestal zelf wanneer hun uur om te sterven is gekomen. Dit is hun autonomie, en het is gewenst die te respecteren.
Stel, een patiënt van ruim tachtig jaar in een home, nog helder van geest maar lichamelijk zeer verzwakt en in het gezelschap van medepatiënten die meer of minder dement zijn, geeft te kennen dat hij niet verder wil; hij maakt dit kenbaar door eten en drinken te weigeren. De patiënt heeft voor zichzelf uitgemaakt ‘oud en der dagen zat' te zijn en is stilletjes aan begonnen met ‘versterven'. Op uitdrukkelijk voorafgaand verzoek van de patiënt heeft zijn arts ingestemd met deze zelfgekozen eindfase van diens leven. De dood van de patiënt treedt nu versneld in; meer lijden en verdere aftakeling blijven hem bespaard dankzij het zorgvuldig en oordeelkundig handelen van de arts. Het is verwerpelijk om in dit geval en in soortgelijke gevallen te spreken van doden door de arts. Het is daarentegen een verantwoorde vorm van medisch handelen, c.q. stervensbegeleiding.
Bij euthanasie moet een zorgvuldige medische stervensbegeleiding bron van permanente maatschappelijke zorg blijven. Ik constateer echter een accentverschuiving. Mensen hebben de neiging euthanasie op te eisen. Zij maken gebruik van hun recht op zelfbeschikking. De tendens is dat euthanasie wordt toegepast als uitvloeisel van de mondigheid van een patiënt. Een inmiddels gekend voorbeeld is het volgende. Iemand, die niet terminaal ziek is, wil niet langer leven; zij kan de pijn mentaal niet meer aan. Met de doodswens komt de patiënt bij haar arts. Deze krijgt in feite te maken met een verzoek om hulp bij zelfdoding. Een belangenconflict tussen de mondigheid van de patiënt ('t is genoeg geweest) en de professionaliteit van de arts (mensen helpen te leven en gezond te laten leven) is onvermijdelijk. Arts en patiënt vertegenwoordigen verschillende belangen. Voor dit conflict bestaat geen gemakkelijke oplossing, zo die al bestaat.
Ik zou met verwijzing naar een tekst van het oudtestamentische boek Deuteronomium 30:19 toch willen suggereren Kies dan het leven. Dat is te veel gevraagd, zal de (niet terminale) patiënt antwoorden. ‘Ik kies niet meer voor dit leven. Ik kies voor het eeuwige leven. Ik stap eruit, ik wil dood en bij God zijn'. In een protestantse ethische positiebepaling komt langs deze weg nog een specifiek punt naar voren. In concreto: protestanten bieden ruimte voor een theonome afweging. Tussen gelovigen en hun God kan in grenssituaties van immens lijden een intens dialogisch verkeer op gang komen, waarbij een (jonger of ouder) mens de Eeuwige kan toevertrouwen dat hij het leven in Zijn hand teruglegt.
Dit is een proces van inkeer dat volgens eigen wetten (nomoi) binnen de omheining van het persoonlijk geloofsleven verloopt. Het krijgt zijn beslag tussen een mens alleen en God alleen. Vandaar dat ik spreek van een theonome afweging (van theos, goddelijk en nomos, wet). De geloofsbeslissing die uiteindelijk valt is van een waarachtigheid à la Luther: Hier sta ik, ik kan niet anders. Welnu, een geloofsbeslissing die in een grenssituatie (bijvoorbeeld van een uitzichtloze depressie of een ongeneselijke ziekte) wordt genomen moet worden geëerbiedigd -door familie, vrienden en verwanten, door een arts, een pastor en een ethicus.
Een laatste punt. Ik roerde het al aan in de vorige alinea. Het leven is geen kerker. Er moet ergens een exit, een uitgang, zijn in geval van nood. Zelfs een gevangene wil op de een of andere manier weten dat hij/zij desnoods uit de cel kan ontsnappen. Tegen deze ultieme remedie staat dan weer een paternalistische reactie. ‘Dat gebeurt niet. Jij blijft waar je zit. Houd goede moed'. Er mag met de paternalistische vuist op tafel worden geslagen. Blijft het feit dat het leven nooit een donkere uitzichtloze tunnel kan zijn. Het leven is heilig, geen twijfel mogelijk. Echter, ook op dat leven mag Tillichs protestants principe worden toegepast. Het mag je niet in een demonische wurggreep houden. Zo ja, dan mag je er afscheid van nemen. Hier sta ik, ik kan niet anders!
Twee literatuursuggesties:
Jurjen Wiersma (hoogleraar ethiek aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid in Brussel)
De machteloze ontluistering waarin een mens, omdat hij sterfelijk is, terecht kan komen, maakt bij ieder weldenkend en wellevend (dat is: meelevend) mens grensvragen los. Grensvragen van leven en dood die zich niet echt in een wet laten vatten. Niet in de oude en niet in de nieuwe, als die komt. Wezenlijk voor grensvragen is immers, dat zij niet geabstraheerd kunnen worden van de concrete ervaring, waaruit zij voortspruiten. Haal je ze daar wel uit, dan veranderen die vragen essentieel. Grensvragen worden dus bij voorkeur in menselijke samenhang beluisterd en besproken. Soms betekent dat, dat we het een tijdje moeten uithouden met die grensvragen, want het grootste gevaar dat ons hier bedreigt, is dat er voortijdig antwoorden gegeven worden. Er dient gehoord te worden om wiens pijn en welke pijn het gaat. Er dient geluisterd te worden naar het moment van de vraag. In een overspannen cultuur als de onze dreigen antwoorden te snel tevoorschijn getoverd te worden. Het is immers niet gemakkelijk om het met de machteloze ontluistering uit te houden. Waar ligt de grens van het menswaardige? Wie geeft dat precies aan en kan dat precies worden aangegeven? Soms is het duidelijk. Vaker is het onduidelijk. De mens gehecht aan het leven als hij is, verlegt zelfs geregeld zijn eigen grenzen, kent bij voorbaat de eigen grenzen niet.
Helpen bij het levenseinde, want daar gaat het de bonafide gesprekspartners toch uiteindelijk om, blijft allereerst zorgvuldig luisteren om van binnen uit te vernemen waar het (al dan niet direct) bespoedigen van het levenseinde geen mens schaadt. Waar die zorgvuldigheid ontbreekt, zullen de naweeën van zo'n besluit zich doen voelen in de toekomst. Men verzet niet zonder gevolgen de bakens van een eeuwenoude moraal omtrent leven en sterven. Dingen zijn dit die nog maar nauwelijks gezien worden in een samenleving die schreeuwt: ‘Dat moet kunnen in deze moderne tijd, de mens is autonoom, niemand boven de mens !' Neen, ook als je in geen transcendente God meer gelooft, dan nog transcendeert de mens zichzelf. De mens is altijd meer. De mens is een openbaring. Ook is er altijd wel iemand naast die mens, die participeert in dit gesprek en ook gehoord moet worden! In deze tijd van bespreekbaar maken dreigt er onvoldoende tussen de regels door gehoord te worden.
Ik pleit voor communicatieve terughoudendheid, die weet heeft van luisteren en van spreken, die weet heeft van de gevaren van haast. Ik hoop dat u mijn woorden niet wilt versimpelen tot ‘voor' of ‘tegen' of mij wilt indelen bij gesloten bewegingen. De vragen van leven en dood die in een concrete stervenssituatie opkomen moeten niet uit de weg worden gegaan, maar zorgvuldig doorleefd om het hier geëigende antwoord te vinden. Ze staan niet apart, ze staan altijd in het levensverband van een enkele concrete mens, met daaromheen evenzeer concrete mensen. Buiten dit verband zijn het andere vragen en past grote voorzichtigheid en nog grotere bereidheid om tussen de regels, zelfs van een expliciet euthanasieverzoek, te luisteren.
En natuurlijk hoort bij het helpen van mensen die sterven gaan het aanbieden van palliatieve zorgen en het staken van medisch zinloos handelen. En binnen de zorg voor de terminale patiënt heeft ook het medisch verantwoord toedienen van kalmerende en pijnstillende middelen een plaats, zelfs als die levensverkortend werken. Daar gaat de discussie niet over. Wel moet duidelijk zijn, dat bij dit alles de opzet niet is het doden van de patiënt, maar het zodanig verlichten van de pijn dat het levenseinde draaglijk wordt.
Dat heeft niets te maken met wat men ‘euthanasie' noemt (= opzettelijk levensbeëindigend handelen van een arts op verzoek van de patiënt). Deze begrippen worden het best niet verward, opdat de discussie zuiver blijve. Het maakt m.i. wel degelijk een moreel verschil of men een medisch zinloze behandeling stopzet (‘verzaken aan therapeutische hardnekkigheid') met de expliciete bedoeling om een einde te maken aan het leven van een mens of dat men een medisch zinloze handeling stopzet omdat men een einde wil maken aan het met kunstmatig verlengen van het leven ! Mensen die het verschil tussen beide ontkennen, hebben waarschijnlijk nooit in zo'n situatie verkeert.
En inderdaad dan blijven er schrijnende voorbeelden van uitzichtloos lijden, die ook niet verzacht of verholpen kunnen worden door palliatieve zorgen, effectieve pijnbestrijding, gecontroleerde sedatie en coma. Maar daaraan kan geen wetsontwerp iets doen. Dan moet er door alle betrokkenen goed geluisterd en voorzichtig gehandeld worden en moet dit artikel weer van voor af aan herlezen worden.
Opvallend is tenslotte dat in de discussies rond het huidige wetsvoorstel niet zozeer het echte uitzichtsloze lijden van de terminale patiënt (waarvoor de nieuwe wettelijke regeling oorspronkelijk bedoeld zou zijn) centraal staat, maar veel meer het recht op ontplooiing van het zelfbeschikkingsrecht van het individu. Dit recht komt de mens natuurlijk toe, maar vrijheidsrechten en ‘claim-rechten' moeten goed onderscheiden worden, zoals iedere jurist en moraalfilosoof weet. Ook de morele vrijheid van een arts om aan bepaalde wensen van zijn cliënt niet tegemoet te komen op objectieve gronden moet gerespecteerd worden. Doden van een mens mag nooit. Zorgvuldig omgaan met levensvragen echter moet altijd.
ds. Dick Wursten
|
"Denken over,.. " De bedoeling is niet: het afleggen van forse verklaringen, pro of contra euthanasie, het innemen van een bepaald standpunt: hetzij medisch (welke methoden gebruiken), hetzij juridisch (volgens welke wettelijke bepalingen, het parlementair debat terzake is nog niet afgerond), hetzij godsdienstig (bijvoorbeeld het standpunt van de VPKB, indien dit er al zou zijn ... ). De bedoeling is wel: Het nadenken over deze brandend actuele ethische vraag, en dit vanuit ons christelijk geloof, geïnspireerd door de persoon van Jezus Christus en het getuigenis van de bijbel, en met het oog op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid t.a.v. mensen, dichtbij of veraf, die, hoe dan ook, (als patiënt, arts, verpleegkundige, gemeentelid) met deze problematiek hebben te maken. |
Dit document kan als pdf-bestand worden gedownload:
Bestand (10/10/2001): denken over euthanasie.pdf (70kB)
Ludo Van Malcot (emeritus predikant protestantse kerk Ronse en voormalig inspecteur van het protestants godsdienstonderwijs).
Beste Dominee,
Graag nog een woord van mij met nog wat oppuntstellingen van begrippen en standpunten.
Met Euthanasie wordt bedoeld: het opzettelijk levensbeëindigend handelen door een andere dan door de betrokkene op diens verzoek.
Aldus wordt euthanasie duidelijk onderscheiden van andere handelingen door de geneesheer gesteld, zoals het toedienen van kalmeer en pijnstillende middelen met mogelijk levensverkortende werking (a), het staken of nalaten van een medisch zinloze handeling (b), en het verzaken aan therapeutische hardnekkigheid.
Het opzet is niet levensbeëindigend handelen of doden , maar het opzet is pijn verlichten en verzaken aan therapeutische hardnekkigheid.
Zoals U zegt gaat het voorliggend wetsvoorstel over de eerste definitie en komt in deze bepaling "het opzettelijk levensbeëindigend handelen" voor. Hanteert men deze definitie dan is (a) geen euthanasie en is (b) (hoewel het niet doen, zoals U zegt , ook een actie is: bvb. het stopzetten van zinloze chemotherapeutische behandeling, de beademingsapparatuur stopzetten bij een hersendode patiënt) , het stopzetten van een medisch zinloze behandeling , ook een einde maken aan het met kunstmatige middelen verlengen van het natuurlijke levenseinde (men maakt geen einde aan het leven , men maakt een einde aan het kunstmatig verlengen van het leven!).
Het is van belang toch altijd weer deze begrippen te herdefiniëren daar door velen, de man in de straat, de pers, het geïnteresseerde individu maar wat erger is door hen die dagelijks bezig zijn met de materie euthanasie, in de commissie , in de regering, al dan niet opzettelijk Medische beslissingen omtrent het levenseinde worden verward met ‘euthanasie' an sich (en hoe meer mensen de materie kennen, des te meer kan men veronderstellen dat verwarring dienaangaande opzettelijk is).
De Nationale Raad van de Orde der Geneesheren zegt weliswaar dat een geneesheer niet met opzet de dood van een patiënt mag veroorzaken en hem niet mag helpen bij zelfdoding, maar er wordt ook benadrukt dat een geneesheer zijn patiënt bij het naderend levenseinde moreel dient bij te staan en de middelen moet aanwenden om zijn geestelijk en fysisch lijden te verzachten en hem waardig te laten sterven. (A)
Bij het bepalen van zijn houding en in het bijzonder bij het op gang brengen van een therapie of het beëindigen ervan, zal de arts minstens een college consulteren, de mening van de patiënt en desgevallend van zijn nabestaanden inwinnen en hem zijn intenties mededelen. (B)
Men heeft meerdere argumenten naar voor gebracht om de discussie over euthanasie op gang te brengen:
1. schrijnende voorbeelden van uitzichtloos lijden;
2. therapeutische hardnekkigheid;
3. de mogelijkheid dat er beslissingen omtrent het levenseinde worden genomen buiten het weten van de patiënt en over het hoofd van de patiënt;
4. de mogelijkheid dat er voor arts en patiënt geen rechtszekerheid bestaat bij beslissingen omtrent het levenseinde.
Wat betreft (1): het zijn de schrijnende voorbeelden van uitzichtloos lijden - voor zover deze niet kunnen worden verzacht of verholpen door palliatieve zorgen, effectieve pijnbestrijding, gecontroleerde sedatie en coma - die de publieke opinie het meest hebben gemobiliseerd. Hoewel er veel kan gedaan worden, moet men toegeven dat er voorbeelden van bestaan.
Wat betreft (2): hier zou geen probleem mogen bestaan - zie (A).
Wat betreft (3): hier zou geen probleem mogen bestaan - zie (B).
Wat betreft (4): meen ik dat er reeds regelgeving bestond met rechtszekerheid als gevolg in verband met therapeutische hardnekkigheid, het stopzetten van zinloze behandelingen en in verband met het toedienen van pijnstillende medicatie die levensbekortend kunnen zijn.
Zoals ik reeds geschreven heb, zou de commissie nuttig werk hebben kunne verrichten door de regelgeving en modaliteiten die de medische beslissingen omtrent het levenseinde a prioriregelen verder uit te bouwen en specifiëren.
En voorstel 3 geformuleerd door het Bio-Ethisch Comité in haar advies m.b.t. "de wenselijkheid van het wettelijke regeling omtrent euthanasie" , dat geleid heeft tot "toenadering tussen meerdere voor- en tegenstanders van euthanasie" (1) , stelt een procedurele regeling voor a priori van de belangrijkste Medische Beslissingen omtrent het Levenseinde (MBL) , na collegiaal overleg (ook ‘euthanasie' maakt deel uit van de MBL). Deze procedurele regelgeving kan men zien in het verlengde van de reeds gangbare regelgevingen in het medisch handelen omtrent het levenseinde.
Nochtans, volgden de indieners van het wetsvoorstel over euthanasie (2) expliciet de lijn van voorstellen nrs.1 en 2 want de indieners van het wetsvoorstel vinden dat de dialoog tussen arts en patiënt aan de basis ligt van de behandeling van elk euthanasieverzoek en dat aan de verantwoordelijkheid van deze partijen nooit kan geraakt worden door het optreden van derden , d.i. het ‘colloque singulier' , zonder pottenkijkers, zonder a priori procedures, en zelfs zonder sluitende controle achteraf, zoals aangetoond is door dhr. Hugo Vandenberghe, maar genegeerd door de senaatscommissie euthanasie en de indieners van het wetsvoorstel. Ook wordt door de indieners van het wetsvoorstel de handelingsonbekwame patiënt die uitzichtloos lijdt buiten beschouwing gelaten. Opzettelijk wordt het begrip "terminale patiënt" geweerd uit de teksten en men breidt het begrip "ondraaglijke pijn" uit tot "ondraaglijke nood".
Mijns inziens is voor de indieners van het wetsvoorstel het echte uitzichtloze lijden van de terminale patiënt , waarvoor een nieuwe wettelijke regeling oorspronkelijk was bedoeld, niet
Bron: dr. A. Pierre
Voetnoten
(1) Dit advies kunt U volledig te raadplegen op http://www.health.fgov.be/bioeth/nl/index-nl.htm
(2) Te raadplegen op http://www.senaat.be/ onder de rubriek "voor wie verder wil gaan" en vervolgens "actuele dossiers" - dan is het dossier nummer 2-244 : "wetsvoorstel betreffende de euthanasie" - de volledige tekst bekomt U tenslotte door op "wetgevend werk" te klikken onderaan te tekst.
Blaise Pascal en Thomas Morus over dit onderwerp, ter vervreemding.
De tijden zijn enorm veranderd. Toch zijn de problemen rond het levenseinde niet nieuw. Eén van mijn jongere parochianen vermoedt zelfs dat het probleem van het sterven al zo oud is als de dood van de eerste mens. Daar zou wel eens wat in kunnen zitten. Toch is het probleem in zoverre nieuw, dat ons technisch kunnen ons heeft opgezadeld met een nieuwe verantwoordelijkheid, juist omdat we zoveel kùnnen... (en dus ook moeten kunnen ophouden).
Als contrast twee verre vreemde stemmen. Zij laten iets zien van hoe men daar mee omging in lang vervlogen tijden. Twee christelijke stemmen, twee rooms-katholieke stemmen, die echter ook in protestantse middens over het algemeen erg gewaardeerd worden. Hun houding ten opzichte van het levenseinde verschilt nog al. (ook wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon. De eerste stem is die van Thomas More (1478-1535) de tweede die van Blaise Pascal (1623-1662), beide spirituele en morele zwaargewichten in hun dagen. De eerste was een groot Engels staatsman, filosoof en schrijver ("Utopia") . Hij was rooms-katholiek en humanist, bevriend met Erasmus, gestorven op het schavot doordat hij principes belangrijk genoeg vond om voor te blijven staan (heilig verklaard in 1935 !) . De tweede was een groot Frans wiskundige, filosoof en schrijver ("Pensées"), scherp criticus van de officiële roomse leer, die tijdens zijn leven geteisterd werd door fysiek lijden en chronische pijn. Twee getuigenissen, zeer verschillend van toon en strekking, beide zeer authentiek en katholiek.
[Het gaat over hoe de zieken en stervenden in 'Utopia' verzorgd worden (Utopia is het land van Thomas' dromen, dat niet bestaat omdat er geen plaats voor is in deze wereld: u-topie)] "... De zieken die lijden aan ongeneeslijke ziekten troosten ze door hun aanwezigheid, door ermee te praten, kortom door ze alle hulp te bieden die ze kunnen. Soms echter is de ziekte niet alleen ongeneeslijk, maar veroorzaakt ze ook onophoudelijk lijden en angst. Als de priesters en de magistraten dan vaststellen dat de zieke niet in staat is nog enige plicht te vervullen en door zijn eigen dood te overleven tot last en hindernis is voor anderen, en voor zichzelf een bron van lijden, dan zullen ze hem ertoe aansporen zich niet langer vast te klampen aan dit aftakelend en pijnlijk bestaan. Als hij beseft dat zijn leven niets meer is dan kwelling, zeggen ze hem dat hij er niet tegenop moet zien te sterven, maar eerder hoopvol naar de dood kan uitzien en dat hij zichzelf amg bevrijden uit dit leven als uit een gevangenis of een oord van kwelling of zich door anderen eruit kan laten bevrijden. Op deze wijze, zo zeggen ze, zal hij verstandig handelen: door zijn dood zal hij niets goeds verliezen maar wel een einde stellen aan zijn lijden. En omdat hij hierin de raad van de priesters zal volgen, dat wil zeggen, van degenen die Gods wil uitleggen, zal hi handelen als een godvruchtig en deugdzaam mens. Degenen die op deze wijze overreed worden, stappen vrijwillig uit het leven door niet meer te eten, of worden tijdens hun slaap geholpen, zonder enige doodsstrijd. Degenen echter die niet wensen te sterven, worden niet onder druk gezet en worden verder met dezelfde zorg en aandacht begeleid." [overgenomen uit "De Brug, maandblad van het Karl Barth centrum - Genk", april 2000]
"...Heer, neem van mij weg de treurigheid die eigenliefde zo makkelijk kan veroorzaken, wanneer ik gefixeerd raak op mijn eigen pijn en lijden, of wanneer ik zwaar onder de indruk ben van het feit dat allerlei dingen niet gaan zoals ik het zo graag zou willen, dingen die eigenlijk niets met uw eer te maken hebben; In plaats daarvan, Heer, vorm mijn treurigheid naar de Uwe. Maak van mijn lijden een heilzame zaak, een gelegenheid om tot in keer en omkeer te komen. Geef dat ik enkel nog gezondheid en leven wens om die in dienst te stellen van u; om die te beëindigen voor U, met U en in U. Ja, Heer, eigenlijk vraag ik U noch gezondheid, noch ziekte, noch leven, noch dood, maar dat U mijn gezondheid en ziekte, mijn leven en mijn dood wilt doen strekken tot uw eer, tot mijn heil, en tot opbouw van de Kerk en uw gelovigen, waartoe ik door uw genade hoop te behoren. U alleen weet wat goed voor mij is; U bent een souverein heer. Doe wat U wilt. Geef of neem, maar vorm mijn wil naar de uwe; en gun mij, dat ik in een nederige en volkomen overgave en in een heilig vertrouwen bereid ben de bevelen van uw eeuwige voorzienigheid te ontvangen en dat ik gelijkelijk mag aanbidden al wat van U komt, kome wat komt. Amen" [Pascal, oeuvres complètes (éditions du Seuil, 1963, présentation et notes de Louis Lafuma) , p 365, kolom 1, eigen hertaling]
ds. Dick Wursten
De crematie als hefboom van antiklerikaal protest en het Belgisch protestantisme (1870-1932)
| Samenvatting Eén van de belangrijke draden in het liberale netwerk van vrijdenkers en vrijzinnige protestanten in de negentiende eeuw is het antiklerikalisme. In het pleidooi dat tussen 1870 en 1931 wordt gevoerd voor de crematie is dit antiklerikalisme manifest aanwezig. Op intense wijze mengen liberale protestanten zich in het debat door zich tegenover de katholieken aan de kant van de vrijdenkers te scharen. Het liberale protestantisme is van vrijzinnige snit en legitimeert de propaganda voor de crematie religieus. Hierbij valt op dat de demarcatielijn tussen liberalisme en protestantisme heel vaag is. Het protestantisme gaat deel uitmaken van de liberale cultuur en de liberale cultuur stroomt het vrijzinnig protestantisme binnen. Protestantisme en crematie werden in rapport met de tijd breekijzers om de katholieke hegemonie uit de hengsels te lichten. Zo heeft het vrijzinnig protestantisme in de geschiedenis van België wel degelijk doorgewerkt. |
Verschenen in: Analecta Bruxellensia, Jaarboek van de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel, Nr. 5, 2000, 172-192. (Met Engelse samenvatting)
Dit document kan als pdf-bestand worden gedownload:
Bestand (10/10/2001): tot stof en as zult gij wederkeren.pdf (162kB)
Auteur: Guy LIAGRE (1957) is doctor in de theologie en predikant in Brussel. Hij promoveerde op een studie over het vrijzinnig protestantisme in België in de negentiende eeuw. Publiceerde o.a. Geuzenprotest - Henry Tant en het protestants antiklerikalisme in de geschiedenis van Roeselare (1876-1914)
Franstalige versie: protestanet.be