in de eerste christelijke gemeente de naam voor de onderlinge liefde. Het is tevens de korte aanduiding voor de gemeenschappelijke maaltijden, die ook een sociale functie hadden, want de armen konden mee-eten, want voor hen werden gaven in natura meegenomen. Tijdens deze maaltijden werden waarschijnlijk ook het lijden, het sterven en de opstanding van Christus herdacht. In sommige protestantse gemeenten worden regelmatig liefdemaaltijden gehouden, ter versterking van de onderlinge band, veelal gevolgd door een korte predikatie en de viering van het Heilig Avondmaal.
is een Belgische Kerkendag waar protestanten vanuit Vlaanderen en Wallonië samenkomen om één dag samen het geloof te vieren, te leren en te delen.
een in de Belgische protestantse kerkelijke traditie gebruikte term om een functie in de kerk/gemeente aan te duiden, waarin men na verkiezing wordt bevestigd/ingezegend. De ambtsdrager is de persoon (m/v), die een ambt draagt. Binnen de V.P.K.B. kent men drie ambten, namelijk: diaken, ouderling en predikant.
letterlijk zij die opnieuw dopen. Tijdens de reformatie een stroming die de kinderdoop afwees en enkel doopte op belijdenis, ook wel wederdopers of dopers genoemd.
de leerlingen van Christus, later ook Paulus, door Hem geroepen en uitgezonden als zijn boodschappers, ambassadeurs. Apostolische successie wordt door de protestantse traditie vooral gezien in getrouwheid aan wat de apostelen verkondigden, het ambt van apostel is onherhaalbaar.
of Heilig Avondmaal één van de twee sacramenten die de protestantse Kerken erkennen; het andere sacrament is de Doop. Het Avondmaal wordt ook genoemd "Maaltijd des Heren" en wordt ééns per maand of per twee maanden bediend. Brood en wijn worden aan alle gelovigen uitgedeeld (eucharistie).
tafel in de kerk waarop brood en wijn bij de viering van het Heilig Avondmaal gereed staan.
een kerkelijke stroming, vooral in de USA verbreid, die slechts doopt op belijdenis. Ook in België zijn er een aantal Baptistische gemeenten.
ook wel bloedbruiloft genoemd. De nacht van 23 op 24 augustus 1572 waarin, op aanmoediging van koningin-moeder Catharina de Medici, in Parijs de moorden op tweeduizend hugenoten begonnen met als aanleiding de toenemende invloed van de protestanten. Naar schatting zijn in geheel Frankrijk toen twintigduizend mensen vermoord. Omdat 24 augustus de gedenkdag is van de heilige Bartholomeüs wordt deze nacht de Bartholomeüsnacht genoemd. De bijnaam 'bloedbruiloft' is afgeleid van de twee huwelijken die op die dag in de koninklijke familie werden gesloten.
naam voor de vernielingen die tijdens de Reformatie in de rooms-katholieke kerken werden aangebracht als protestants verzet tegen de aanwezigheid van beelden. Deze beeldenstorm begon in Steenvoorde (1566), breidde zich daarna deels spontaan, deels geënsceneerd als een vuur uit over geheel Vlaanderen en sloeg over naar de Noordelijke Nederlanden.
of geloofsbelijdenis volgt na een periode van catechese en wordt afgelegd tussen de 12-14 (in de Lutherse traditie) en vanaf 18 jaar in de calvinistische (gereformeerde) traditie. De belijdenis wordt afgelegd tijdens een kerkdienst waarin een gelovige persoonlijk de doopbeloften tot de zijne maakt.
zijn de oude geloofsbelijdenissen van de kerk: het Symbool der apostelen of apostolische geloofsbelijdenis, het Nicaenum (geloofsbelijdenis van Nicea); de geloofsbelijdenis van Athanasius. De VPKB erkent als de hare óók: de Augsburgse Geloofsbelijdenis (Luthers), de Confessio Belgica (Gereformeerd), de Heidelbergse Catechismus (calvinistisch), de 25 Artikelen van het Geloof (Methodistisch) en de belijdenis van Belhar.
kerkelijke plechtigheid waarbij ouderlingen en diakenen in hun ambt worden aangesteld.
het samenkomen van een gemeente of een groep gelovigen om voor een bijzondere, actuele nood te bidden.
zie Concordantie
wordt gehouden onder leiding van een predikant, soms ook wel van een geïnteresseerde en deskundige theoloog. Het doel ervan is door exegese en studie de kijk op een bijbelgedeelte te verdiepen. In de regel wordt een speciaal thema aan de orde gesteld. Vooral onder invloed van de methode van het 'leerhuis' is deze vorm van bijbelstudie sinds de jaren zestig sterk opgekomen. De bijbelkring wordt ook dikwijls gezien als een noodzakelijke schakel tussen het individuele pastorale gesprek en de wekelijkse eredienst en als de mogelijkheid om zowel de kennis van de bijbel als het religieus bewustzijn door informatie en communicatie verdiepen.
op kerkelijk erf: de medegelovige van het mannelijk geslacht.
naam die men geeft aan de volgelingen van de Geneefse hervormer Johannes Calvijn (1509-1564). De meeste calvinisten stellen op deze naam geen prijs omdat Calvijn zelf dit zeker ook niet zou gewild hebben. Hij wilde de westerse kerk hervormen, geen nieuwe kerk stichten. Zijn betekenis ligt vooral op het terrein van de verdere doordenking van de consequenties van de reformatie, zowel op theologische als op kerkorganisatorische terrein. Zijn logische redeneertrant, zijn fenomenale kennis van de bijbel en de kerkvaders geven zijn denken een zeer karakteristieke kleur De term ‘gereformeerd' is meestal synoniem met deze stroming.
naam voor het kerkelijk onderricht in het geloof van de kerk meestal aan jongeren gegeven voor de belijdenis. Het gebeurde veelal aan de hand van een catechismus, men noemt het ook wel catechese.
belijdenisgeschrift van de kerk waarin de leer van de kerk wordt samengevat en vroeger o.a. gebruikt voor de catechese. De bekendste zijn de catechismus van Heidelberg en de grote en kleine catechismus van Maarten Luther.
afgeleid van 'Christus', noemt men in protestantse kringen datgene in kerk en leven wat een meer directe relatie naar leer en leven van Christus inhoudt.
inzameling van geldelijke gaven tijdens de kerkdienst voor een reeds tevoren aangekondigd doel.
Lat.: concordare = overeenstemmen. Een alfabetische woorden-/namenlijst met opgave van plaatsen in de bijbel waar de betreffende woorden/namen zijn te vinden. De bekendste is die van Abraham Trommius Trommius (voor het eerst verschenen in drie delen 1672 - 1691).
vanaf de zestiende eeuw naam voor de predikant(en) tezamen met de ouderlingen als onderdeel van de kerkenraad. Ook de ruimte in of naast het kerkgebouw waar de kerkenraad bijeenkomt.
het gebed dat de dienstdoende ouderling in de consistorie uitspreekt voor de aanvang van de eredienst en waarin een zegen wordt gevraagd voor voorganger en gemeente.
predikant die als plaatsvervanger optreedt van een vertrokken of overleden collega en adviseur is van de kerkenraad van die gemeenten.
(m/v) is één van de ambtsdragers in de VPKB, naast predikanten en ouderlingen. De diaken maakt deel uit van de kerkenraad. Zijn/haar taak is meer gericht op het zien en onderkennen van de materiële nood van kerkleden en behoeftigen in de maatschappij. Daaraan zal hij/zij de gepaste aandacht besteden en zo goed mogelijk hulp bieden.
Elke diaken wordt voor een bepaalde periode door de gemeenteleden verkozen.
zie predikant
het onderdeel van zondagse eredienst waarin de gebeden worden gezegd.
de prediking als onderdeel van de eredienst.
is de naam die men geeft aan een samenwerkings- en overlegverband van een aantal kerkelijke gemeenten. In het kader van de VPKB zijn er zes districten waarvan twee in Nederlandstalig België: Antwerpen-Brabant-Limburg en Oost- en West-Vlaanderen.
zie predikant
ook wel Heilige Doop genoemd, is die handeling in de kerk waarbij in het kader van de eredienst kinderen en ouderen via het teken van het water (besprenkeling of onderdompeling) worden opgenomen in de kerk. Door de doop gaat de dopeling deel uitmaken van het lichaam van Christus.
een nog steeds bestaande stroming in de Reformatie die doopt op belijdenis, zie ook Anabaptisten.
rustend hoogleraar of predikant.
het gebed vóór voor de bediening van een sacrament, waarin de heilige Geest wordt aangeroepen, zoals dat reeds in de oud-christelijke gemeente gebruikelijk was.
men gebruikt ook de naam "kerkdienst" of "dienst". De eredienst omvat de lezing van bijbelse en liturgische teksten, gebeden, religieuze gezangen, de prediking en regelmatig de bediening van één of beide sacramenten. De gelovigen nemen hier effectief aan deel.
is de term die men in protestantse middens veelal gebruikt om de verkondiging van het evangelie aan van het evangelie vervreemde mensen aan te duiden.
is het bijvoeglijk naamwoord dat vroeger veelal werd gebruikt, ook door protestanten zelf, om het protestantisme te omschrijven. Nu wordt de term veelal gebruikt door meer fundamentalistische groepen (vertaling van ‘evangelical').
vormen een stroming sinds de 19e eeuw ontstaan uit protest tegen de vaak verregaande leervrijheid in de protestantse kerken. Zij formuleerde daartegenover een lijst van ‘fundamentele' leerstellingen die een christen minimaal moest onderschrijven; o.a. de letterlijk-historische waarheid van Genesis 1-11 (de oerverhalen) en de onfeilbaarheid van de Schrift. Tegenwoordig is het een verzamelnaam geworden voor behoudsgezinde christenen die elke wetenschappelijk-kritische benadering van de Heilige Schrift afwijzen en wordt de term ook gebruikt voor vergelijkbare stromingen binnen andere dan christelijke godsdiensten.
het gebed dat Jezus zijn volgelingen leerde en dat naar de beginwoorden het 'Onze Vader' wordt genoemd (Matth. 6: 9-15, Luc. 11:2-4). De weergave in Matth. is langer dan die in Luc. en eindigt met een lofprijzing.
is het woord dat men in protestantse middens gebruikt om een plaatselijke geloofsgemeenschap aan te duiden. Men zou, op basis van het nieuw-testamentisch Grieks ook van de samenkomst kunnen spreken.
een gelovige van de kerkgemeenschap. Alle gedoopte leden hebben als opdracht zich binnen en buiten de kerk dienstbaar op te stellen (algemeen priesterschap der gelovigen).
is een van de mogelijke vertalingen in het Nederlands van het woord 'réformé', de stroming in de reformatie die zich vooral aan de Geneefse hervorming oriënteerde.
een preek in de open lucht in de eerste tijd van de Reformatie. Men preekt in open lucht in verband met het verbod tot samenkomen en ook wel door gebrek aan kerkruimte.
voor en na de dienst drukt de dienstdoende ouderling de voorganger de hand. Voor de dienst gebeurt dit om daarmee een teken te geven van vertrouwen en solidariteit, en om aan te geven dat de ouderlingen in feite in de gemeente de verantwoordelijkheid dragen voor de dienst en voor de rechte verkondiging daarbinnen. Na de dienst functioneert de handdruk als teken van instemming met de verkondiging. In de kerkorde is vastgelegd hoe er dient te worden gehandeld als predikant of ouderling van mening is de handdruk te moeten weigeren.
naam van de Franse protestanten.
in protestantse kerken is het gebruikelijk dat een predikant de gemeenteleden bezoekt. Het gesprek gaat dan over de leer en leven. De laatste jaren vindt in toenemende mate ook het zogenaamde groot huisbezoek plaats, d. w. z. dat een aantal gemeenteleden met predikant en ouderling samenkomen in het huis van een der leden, om zo met elkaar van gedachten te wisselen. Wie de predikant onder vier ogen wil spreken kan dit alsnog aanvragen.
doorgaans de naam van de bijbel die het bruidspaar krijgt na de huwelijksinzegening; wordt ook trouwbijbel genoemd.
plechtigheid waarin de kandidaat-predikant wordt ingezegend in zijn functie en als dusdanig wordt erkend door zijn collega's en door alle gemeenteleden. In tegenstelling tot de priesterwijding en ordinatie, draagt deze ceremonie geen enkel sacramenteel karakter.
of instellingswoorden de woorden waar mee Jezus het Heilig Avondmaal heeft ingesteld (Luc. 22:19; 1 Cor. 11:23-26).
spreekgestoelte in de kerk. De preekstoel zich of op het hoogste deel van de kerk of is in elk geval zo geplaatst dat de voorganger de gelovigen ziet (en omgekeerd), terwijl veelal klankborden de verstaanbaarheid bevorderen. Kansels zijn vaak fraaie voorbeelden van houtsnijkunst.
betekent dat predikanten van twee of meer gemeenten elkaar als voorganger in de kerkdienst vervangen, al dan niet met enige regelmaat. Dit kan zowel binnen het eigen kerkgenootschap als daarbuiten het geval zijn. Deze wisseling vindt altijd plaats onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad.
lett. (Grieks): ‘op het geheel gericht'. "wij geloven een heilige katholieke kerk" betekent dan ook zo veel als ‘wij geloven dat de kerk heilig is en universeel'. Ook de protestanten belijden dit. Vanwege de verwarring van ‘katholiek' met ‘rooms-katholiek' nemen protestanten dit woord echter niet gauw in de mond en vervangen het vaak door ‘algemeen'.
zie Eredienst
de reeks van liturgische feesten die jaarlijks terugkeren. Het kerkelijk jaar begint op de vierde zondag voor Kerstmis, dat is de eerste zondag van de Advent en eindigt op de vijfde zondag voor Kerstmis ofwel op het feest van Christus Koning.
noemt men de vergadering van diakenen, ouderlingen en predikant(en) die leiding geeft aan de plaatselijke gemeente, het beleid bespreekt en bepaalt en de predikant begeleidt in zijn werk.
lid van een kerkgenootschap. Sommige kerkgenootschappen maken onderscheid tussen doopleden en belijdende leden, resp. zij die zijn gedoopt en zij die belijdenis deden. Er zijn ook kerkgenootschappen die een andere registratie kennen en het begrip geboorteleden hanteren (ongedoopten wier ouders kerklid zijn). Ook wordt wel louter het aantal 'zielen' vermeld, waarbij in het laatste geval ook geboorteleden zijn ingesloten.
het geheel van regels en voorschriften betreffende het functioneren van de kerk op nationaal vlak.
(visitatie = het instellen van een onderzoek). Om een bepaalde periode bezoekt een gemeente een andere gemeente om zich op de hoogte te stellen van de gang van zaken; het is ook mogelijk hierom te vragen wanneer er ernstige problemen zijn. De naam van de commissieleden is: visitatoren.
bijbel waarin de inhoud van de bijbel is naverteld op een wijze die kinderen verstaan.
is de viering met kleine en jonge kinderen tijdens de eredienst der volwassenen. Niet als een vervangende dienst of "verdunde" kerkdienst maar echt gericht op en voorbereid voor kinderen. In vele gevallen wordt nog de oude en wat misleidende naam zondagsschool gebruikt.
zie Avondmaal
dit woord is afkomstig van het Griekse woord 'leitoergia'. In kerkelijke zin betekent het aanvankelijk: de dienst die de gelovigen al of niet gezamenlijk hun God en hun naasten bewijzen. Tegenwoordig verstaat men eronder de orde van liederen en gebeden, voorlezingen en handelingen die men verricht bij het houden van een kerkdienst.
afgeleid van de eigennaam Martin Luther (1483-1546) en gebruikt om wat met de lutherse traditie samenhangt aan te duiden. In tegenstelling tot de leerlingen van Calvijn hebben Luthers volgelingen, zeer tot Maarten Luthers eigen verdriet, wel kerken naar de grote Reformator genoemd. Voorbeelden zijn de Evangelisch-Lutherse Kerk in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in Duitsland. Luther heeft als augustijner monnik de reformatie in gang gezet door het vrij algemene protest tegen allerlei misstanden in de roomse kerk van zijn dagen theologisch te doordenken en strijdvaardig naar buiten te brengen. Zijn stem is goed hoorbaar in zijn bijbeluitleg, bijbelvertaling, krachtige prediking en korte, heldere vlugschriften en (last but not least) zijn vele gezangen. Met name zijn radicale concentratie op Paulus' boodschap over de ‘rechtvaardiging door het geloof' (alléén voegt Luther toe) kenmerkt zijn theologie en zijn persoon.
is de naam gegeven aan de beweging der kerken op zoek naar/op weg naar de eenheid tussen de kerken. Letterlijk betekent het woord oecumene: de bewoonde wereld (oikoumene).
zie Gebed des Heren
wijze waarop de verschillende handelingen/gebeurtenissen tijdens de eredienst geschieden. Men zou kunnen zeggen dat de orde van dienst de liturgische volgorde is van de eredienst.
(m/v) is één van de ambtsdragers in de VPKB, naast predikanten en diakenen. De ouderling maakt deel uit van de kerkenraad. Aan de ouderlingen is de pastorale zorg over en het vergaderen van de plaatselijke gemeente toevertrouwd. Elke ouderling wordt voor een bepaalde periode door de gemeenteleden verkozen.
ook genoemd bedienaar van de eredienst. Aanspreektitel m/v = dominee. In de VPKB wordt de predikant verkozen door de plaatselijke gemeente. Deze man of vrouw is licentiaat in de protestantse theologie en is ingezegend tot dit ambt (in het protestantisme spreekt men niet over 'geordineerd'). Zijn/haar taak bestaat erin, Gods Woord te prediken en te onderrichten, de sacramenten (Avondmaal en Doop) te bedienen, aandacht te hebben voor pastorale nood van de gemeenteleden, enz.
De predikant(en) zijn "ex-officio' lid van de kerkenraad.
toespraak van predikant tijdens de kerkdienst. In de Protestantse eredienst een wezenlijk onderdeel van de dienst. Het is de regel dat de Dienaar des Woords de prediking of preek verzorgt.
noemt men die christenen die de geest van de Reformatie (de Hervorming) toegedaan zijn. De Reformatie is een vernieuwende beweging uit de 16e eeuw die begon in Wittenberg (Thuringen, Duitsland) met de publikatie door de monnik Martin Luther van zijn 95 stellingen. Daarin werden de misbruiken in de Rooms-katholieke Kerk gehekeld. In de streken van het huidige Belgische grondgebied, was de invloed van de Frans-Zwitserse Reformator Johannes Calvijn van nog groter gewicht.
Voor de protestant komt het Woord van God via de Bijbel (Oud en NieuwTestament) tot hem/haar : hij/zij treedt rechtstreeks in contact met God, zonder tussenpersoon. Voor hem/haar is de redding in Jezus Christus uitsluitend gebaseerd op het geloof zonder de werken, hetgeen deze persoon hoegenaamd niet ontslaat van de plicht, zich in te zetten voor een meer rechtvaardige wereld.
zijn naast het Psalmenboek in de Bijbel als gezongen kerkliederen sinds de Reformatie gaan behoren tot de schatten der kerk. De Reformatoren lieten de vertalingen bewerken tot gedichten en op muziek zetten. Bekend zijn o.a. het Geneefse Psalter en het Schotse. Ook heden nog worden deze berijmde psalmen gezongen.
noemen protestanten de Rooms-Katholieke Kerk naar de stad Rome, zetel van de paus. De 'Katholieke Kerk' als aanduiding voor de kerk die de bisschop van Rome als hoofd heeft, kunnen rechtgeaarde protestanten moeilijk aanvaarden, ze weten zichzelf immers ook te behoren tot de Katholieke traditie van de Westerse kerk van voor het schisma van de 16e eeuw.
in protestantse middens kent men er twee. Twee, omdat protestanten bij alles wat ze doen altijd zoeken naar een bijbelse basis. In de evangeliën wordt nadrukkelijk aan de volgelingen van Jezus de opdracht gegeven om ‘te dopen' in zijn naam en om ‘brood en wijn' tot zijn gedachtenis te gebruiken. Hier vinden de protestanten de legitimatie voor de twee kerkelijke handelingen (doop en tafelviering), die wij sacramenten zijn gaan noemen. Een even duidelijke opdracht uit Jezus' mond tot het in zijn naam afnemen van de biecht, het confirmeren van dopelingen, het zalven van zieken, de inzegening van het huwelijk en de wijding van priesters hebben de meeste protestantse kerken niet in de bijbel gevonden.
zijn lagere scholen waar in het dagelijks onderricht de bijbel (Gods Woord) centraal staat. Een voorbeeld hiervan is de "Gaspard de Colignyschool" te Gent.
secretaris van de kerkenraad.
betekent:
Preek van ds. M.C.W. Wegeling in een dankdienst van zondag 26 oktober 1952 ter herdenking van het 60-jarig bestaan van de Silo-kapel over de betekenis van de naam SILO aan de hand van de volgende tekstwoorden:
De Synode van Dordrecht (1618~1619) besloot te gaan werken aan een vertaling die in alle Nederlandse kerken gebruikt kon worden ter vervanging van de toen bestaande vertalingen in streektalen. In 1624 zegden de Staten Generaal toe het project te willen financieren en in 1625 werd eraan begonnen. De eerste druk verscheen in 1637. Twintig jaar later verscheen de verbeterde tweede druk, de zogenaamde Ravesteyn-editie. Deze vertaling heeft grote invloed gehad op de Nederlandse taal. Sedertdien is de vertaling honderden malen herdrukt, waarbij bijbeluitgevers soms op eigen gezag wijzigingen aanbrachten. In de jaren zeventig van deze eeuw publiceerde het Nederlands Bijbelgenootschap een sobere taalkundige revisie op basis van de Ravesteyn-editie die nu de Statenvertaling-editie 1977 wordt genoemd. De Gereformeerde Bijbelstichting publiceerde in dat decennium een eigen, nog soberder taalkundige revisie.
is het uitvoerend orgaan, tien leden, gekozen door de synode in zitting bijeen. Tussen de zittingen van de synode in voert zij het uitgestippelde beleid uit, bereidt nieuwe beslissingen voor en geeft in het algemeen leiding aan het kerkelijk leven. De leden komen uit de zes districten, een per district, een vice-voorzitter voor de Nederlandstalige en een voor de Franstalige taalrollen, de penningmeester en de voorzitter. Leden kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, zowel niet-predikanten als predikanten, al wordt er wel naar een evenwicht gestreefd.
zie Synodevergadering
is de naam voor de landelijke bijeenkomst van een kerk. De voorzitter van de synodale raad is voor de burgerlijke overheid de vertegenwoordiger van de protestantse eredienst. Hij draagt dan de titel 'synodevoorzitter'. De synodevergadering is samengesteld uit afgevaardigden van de districten en is uiteindelijk het beleidsbepalend orgaan van de protestantse kerk. Het is een oude protestantse regel, dat er op een synodevergadering nooit meer predikanten dan niet-predikanten aanwezig mogen zijn, dit om clericalisering tegen te gaan.
Aangezien deze laatste term een novum is in onze protestantse wereld, hetvolgende: Een vicaris is iemand, die alles doet wat ‘des predikants' is, die alleen nog niet in het ambt van predikant wordt ingezegend. Deze regeling is enkele jaren geleden door de V.P.K.B. ingevoerd om beginnende predikanten een moment van evaluatie te bieden en de definitieve aanvaarding van het predikambt iets naar achteren te schuiven. Het ambt van predikant kan namelijk niet zomaar opgenomen of neergelegd worden, al naargelang eigenbelang of voorkeur. Het is een opdracht voor het leven. Het vicariaat daarentegen is in de tijd getermineerd: Het duurt 2 jaar en geschiedt onder begeleiding van een consulent-mentor. Daarna kan de vicaris op de predikantenrol worden ingeschreven.
is hij of zij die een protestantse eredienst leidt, in de meeste gevallen zal dat de predikant(e) zijn, al kunnen ook niet-predikanten door de kerkenraad gevraagd worden in een dienst voor te gaan.
zie onder anabaptisten, baptisten en dopers
door toedoen van Amerikaanse vrouwen die in 1887 een oproep deden voor het houden van een gebedsdag t. b.v. de zending in hun land, ontstond de wereldgebedsdag. Dit initiatief werd namelijk door vrouwen uit de gehele wereld overgenomen. Op deze dag, die valt op de eerste vrijdag in maart, komen in honderdtachtig landen vrouwen bijeen. Het doel is: versterking van het geloof van- uit een gevoel van verbondenheid.
Kerken over de gehele wereld kunnen lid worden van de Wereldraad. Ruim 300 kerken zijn nu lid. Hun aantal groeit nog steeds. Hoewel de Rooms-Katholieke Kerk tot nu toe nog niet besloten heeft toe te treden, bestaat er wel een gemeenschappelijke commissie tussen de Wereldraad van Kerken en het Secretariaat voor de Eenheid van het Vaticaan.
De oecumenische beweging die leidde tot de oprichting van de Wereldraad van Kerken in 1948 te Amsterdam, vond zijn oorsprong in het milieu van de zendingsarbeiders, jonge mannen en vrouwen, zondagsschoolwerkers en studenten.
Van beslissende betekenis was de grote wereldzendingsconferentie, die in 1910 in het Schotse Edinburgh werd gehouden.
Uit deze conferentie kwamen drie bewegingen voort:
Deze twee laatste bewegingen bereikten in 1937 overeenstemming over het instellen van een commissie die de voorloper moest zijn voor een wereldraad van kerken uitmondend in de oprichting van de Wereldraad, in Amsterdam 1948, met als zetel Geneve. In 1961 werd op de derde Algemene vergadering van de Wereldraad te New Delhi, India, de Internationale Zendingsraad met de Wereldraad verenigd. De Wereldraad voor Christelijke Opvoeding en Onderwijs sloot zich in 1971 aan.
Belgische protestantse kerken behoren sinds de oprichting in 1948 tot de ledenkerken van de Wereldraad. In 1971 vond te Heverlee, Leuven, een grote oecumenische conferentie plaats van de afdeling voor Geloof en Kerkorde. Allerlei commissies in de VPKB hebben relaties met verschillende afdelingen van de Wereldraad.
is het werk van de verkondiging van het evangelie onder de niet- christelijke volken. In de R.K.Kerk noemt men dit missie. Tussen missie en zending is er in vele landen een hartelijke samenwerking ontstaan.
zie kindernevendienst
op kerkelijk erf: de medegelovige van het vrouwelijke geslacht.
is de Duits-Zwitserse reformator van Zürich (1484-1531). Als tijdgenoot van Luther zette hij zijn eigen accenten. Vanwege zijn symbolische opvatting omtrent de betekenis van brood en wijn in het Avondmaal kwam het tot een breuk met Luther. Mee op grond van het humanisme van Erasmus en Coornhert zijn de theologische en ook de politieke inzichten (verhouding kerk en staat) van Zwingli ook in de Nederlanden sterk verbreid. Tot op heden zijn daar allerlei sporen van aan te wijzen.
noemt men die stromingen en bewegingen die zich sterk op de reformator van Zürich beroepen.
Franstalige versie: protestanet.be