Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

07 - Zie het lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 7 van het kerkelijk jaar
Johannes 1,29-34 • Jesaja 52,13-53,12 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsHet wereldberoemde zinnetje Zie het lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt duikt in het evangelie van Johannes op, wanneer Jezus voor het eerst in levende lijve verschijnt. Op allerlei raadselachtige manieren heeft men tevoren op hem gezinspeeld, maar nu staat hij daar ineens voor ons. En Johannes de Doper reageert spontaan op Jezus’ verschijning met het zinnetje. Later, in vers 36, zal de Doper dit nog eens doen. Het zinnetje is zo een soort zegel of etiket dat op Jezus geplakt wordt in het vierde evangelie. Verschillende Griekse woorden voor lam worden op Jezus toegepast vooral in het Johannesevangelie, maar ook in het boek Openbaring. In de latere traditie van de Kerk, zal het bewuste zinnetje in zijn Latijnse vertaling, opgenomen worden in de liturgie, na het Onze Vader en voor het nuttigen van de communie. Wie kent niet uit de missen van de grote componisten het Agnus Dei qui tollis peccata mundi, miserere nobis, dat driemaal herhaald wordt. Maar ook in de christelijke kunst is het zinnetje uit het Johannesevangelie welbekend. In de meest klassieke uitbeelding ziet men een lam dat fier rechtstaat op zijn poten. Het heft de rechter voorpoot op en omklemt daarmee een kruis dat tegen zijn schouder leunt. Er zijn andere voorstellingen van Jezus als lam, maar de zojuist genoemde treft men nogal eens aan op Avondmaalsgerief. Het zinnetje is dus belangrijk en overbekend, maar wat betekent het eigenlijk?

Om daarachter te komen moeten wij eerst aandacht schenken aan de context waarin het voorkomt. Het gedeelte dat wij lazen bij Johannes is te vergelijken en stemt overeen met het verhaal over Jezus’ doop bij de drie andere evangelies, de zogenaamde synoptici. Het verloop van de gebeurtenis is bekend: Johannes doopt Jezus, de hemel gaat open, de Heilige Geest daalt neer als een duif, er klinkt een hemelse stem. De stem zegt: Gij zijt mijn zoon, de geliefde, in u heb ik mijn welbehagen. Ook hier hebben wij te maken met een zinnetje dat op Jezus geplakt wordt en dat hem definieert. Centraal in het zinnetje staat het woord zoon waaraan verder allerlei andere omschrijvingen worden toegevoegd. Het geheel drukt de heel intieme relatie uit die er bestaat tussen de dopeling en God. Het is eigenlijk niet mogelijk om die heel speciale nauwe band nog scherper weer te geven. Toch volstaat het niet om dit zinnetje een paar malen te lezen en op zich te laten inwerken, er zit meer achter. Dit typisch bijbelse méér, duidt men doorgaans aan met het begrip intertekstuele relatie. Men wil hiermee zeggen dat een zin of een beeld of een woord in een bepaalde betrekking staat met andere bijbelse zinnen, beelden of woorden. En om het eerste goed te verstaan moet men al het andere er zelf bijdenken. Als men dit niet doet, dan mist men de echte betekenis van zinnen, en blijft men aan de oppervlakte.
Volgens de moderne tekstuitgaven van het Nieuwe Testament houdt de hemelse stem bij de doop van Jezus verband met vier verschillende verzen uit de Hebreeuwse bijbel. Twee ervan hebben voor ons huidige onderwerp geen belang, maar de twee andere wel. De hemelstem verwijst eerst en vooral naar Jesaja 42,1 een vers dat spreekt over de knecht des Heren die de Geest van God ontvangt. Deze knecht of dienaar of slaaf van God speelt een belangrijke rol in het tweede deel van Jesaja. De andere bijbeltekst waar de stem op zinspeelt is Genesis 22,2 waar God aan Abraham gebiedt zijn geliefde zoon Isaak als brandoffer te offeren. Deze beide verzen geven dus extra diepte aan de stem uit de hemel die het heeft over de zoon.

Wanneer wij na deze uitstap bij de synoptici, terugkeren naar ons Johannesevangelie, dan merken wij onmiddellijk dat dit evangelie het doopgebeuren niet echt vertelt. Deze evangelist doet hetzelfde met de instelling van het Avondmaal, hij vertelt daar niets over. Men mag daar echter niet uit besluiten dat de vierde evangelist niets afweet van Jezus’ doop. Hij vermeldt wel degelijk de Heilige Geest die als een duif neerdaalt en ook het begrip zoon Gods (zie de verzen 32 en 34). Het grote verschil tussen Johannes en de synoptici bestaat hierin dat heel ons gedeelte in de mond wordt gelegd van Johannes de Doper. Het hele gebeuren wordt gezien en beschreven door de ogen van de Doper. Het gaat zo om een soort indirecte weergave van de gebeurtenissen. Over de hemelse stem wordt hierbij niet gesproken, de titel zoon van God wordt veeleer door de Doper zelf aan Jezus gegeven. De titel wordt verder niet toegelicht, hij omschrijft enkel de bijzondere Godsrelatie door daarop het woord zoon te plakken.
De andere titel die in hetzelfde verband door de Doper aan Jezus wordt gegeven is ons zinnetje Zie het lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt. Om deze uitdrukking thans goed te verstaan, vooral in de diepte, moeten wij ook hier vragen naar de intertekstuele relatie ervan. Het woordje lam laat zich met de volgende Schriftgedeelten verbinden. Allereerst als voortzetting van wat wij vonden bij de synoptici is er Genesis 22,13 dat spreekt over de ram die wel degelijk geofferd wordt in de plaats van Isaak die het er levend afbrengt. Een lam is natuurlijk geen ram, maar het punt waar het op aankomt is het offeren. Dan is er, eveneens in het spoor der synoptici, Jesaja 53,7 waar er sprake is van de knecht des Heren die nu in zijn heilbrengend lijden en sterven vergeleken wordt met een lam of een schaap. Het hele gedeelte is zeker niet eenvoudig om te verstaan, maar wij lazen het, de knecht sterft voor anderen, hij draagt de zonden van allen. Vers 10 - het is goed dit te onderstrepen - is het enige vers in de hele Hebreeuwse bijbel dat positief over een mensenoffer spreekt. Normaal wordt het offeren van een mens als heidens gebruik afgedaan en radicaal verworpen. In het boek van de Handelingen der apostelen 8,32 wordt het vers uit Jesaja uitdrukkelijk op Jezus betrokken door Filippus, één van de zeven.
Maar men hoeft niet uitsluitend op de synoptici voort te bouwen. Men kan ook het begrip lam gewoon verbinden met de offercultus van het volk Israël. Welk beeld krijgt men dan? Bij de offers wordt het bloed van het dier steeds uitgegoten aan het altaar van de tempel te Jeruzalem. Dit bloed heeft in sommige gevallen te maken met de zonden van de mensen. Wat nu lammeren betreft, moet men eerst het zogenaamde tamid offer vermelden. Men bedoelt hiermee het altijd, dagelijks gebrachte offer van één lam ‘s morgens en één lam ‘s avonds voor het hele volk Israël. Dit offer van het volk, voor het volk en zijn zonden, is eigenlijk de essentie van de eredienst. Wanneer in tijden van oorlog of door de verwoesting van de tempel het dagelijks offer voor Israël niet meer gebracht kan worden, dan raakt men in paniek. Wat zal er van het volk worden? Het tweede offer dat men in verband met lammeren moet vermelden is het lam van Pesach. Het bloed van dit lam moest oorspronkelijk aan de deurposten en de bovendorpel gestreken worden zodat de nachtelijke doodsengel zou voorbijgaan. Zo konden de eerstgeboren zonen van Israël met het volk uitrekken uit Egypte. Het Pesachfeest is eigenlijk het meest fundamentele van alle joodse feesten. Dat deze intertekstuele relatie geen hersenschim van moderne uitleggers is, kan opnieuw bewezen worden. In 1Petrus 1,19 wordt gesteld dat men vrijgekocht is met het bloed van Christus als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. Waarschijnlijk moet men hierbij denken aan het Pesachlam. Maar er is nog meer, het Johannesevangelie zelf laat Jezus sterven op het ogenblik dat in de tempel de lammeren van Pesach geslacht worden. Het wil zo onrechtstreeks zeggen: Jezus is het lam van Pesach (men vergelijke 2,13 met 19,14 en 36). Tenslotte zegt Paulus het onomwonden in 1Korintiërs 5,7: ons pascha is geslacht, Christus. Pascha is de Griekse vorm van Pesach en bedoelt hier het lam van dat feest.
Wij proberen nu al het ontdekte kort en overzichtelijk samen te vatten om het goed op te nemen en de consequenties ervan in te zien. In de synoptische evangeliën is de betekenis van de stem uit de hemel bij Jezus’ doop niet erg duidelijk. Men moet heel scherp luisteren en heel diep graven om er een beetje achter te komen. De aspecten knecht des Heren en Isaak samen, wijzen op mysterieuze wijze en eerder zwakjes in de richting van lijden en mogelijk sterven als offer; dit is de opdracht voor de dopeling Jezus.
De evangelist Johannes wil dit alles verduidelijken en zo een geheel eigen duiding geven van de doopstem. Johannes gaat de dunne lijntjes in het vet tekenen door het invoeren van het begrip lam. Hij kan hiervoor voortbouwen op Isaak en op de knecht des Heren, en komen tot begrippen als ram, lam en schaap. Hij legt zo de band naar de offercultus van Israël en in het bijzonder naar het lam van Pesach. Jezus zal immers sterven op Pesach tegelijk met de lammeren.
Het sterven van het Pesachlam van de eindtijd betekent de verzoening der zonden van de wereld, dat wil Johannes zeggen met zijn beroemde zinnetje. De heilstijd breekt nu aan. Zoals het bloed van het Pesachlam verlossing bracht bij de uittocht uit Egypte, zo wordt men nu verlost van de slavernij der zonde. De zondeloze wereld, die pas echt Gods wereld is, breekt door. De evangelist schrijft letterlijk, de zonde van de kosmos. Hij zegt niet de zonde van de mensen of de dieren of weet ik veel. De zonde is blijkbaar iets wat veel verder reikt dan de mensen, en actief is in de hele kosmos, tot in de stenen en het zand toe. Die kosmische macht wordt nu vernietigd. De westerse christenheid, - dit geldt voor alle Kerken - is de eeuwen door getraumatiseerd geweest door het begrip passie, het lijden en de lijdensweg van Jezus. Voor deze tendens heeft men zich dikwijls beroepen op de vierde evangelist en zijn zinnetje. Maar is dit wel terecht? Wij menen van niet. Men vergeet de dialectiek van Johannes die wil dat de grote mislukking tegelijk en vooral de grote overwinning is (zie de hemelstem Johannes 12,28v). In het laatste boek van het Nieuwe Testament, de Apokalyps, die wellicht van dezelfde auteur is, komt dit allemaal duidelijk uit. Het lam dat daar veelvuldig voorkomt is het triomferende lam dat de kosmos herschept tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en het nieuwe Jeruzalem. Het Pesachlam dat geslacht is, is de overwinnaar!

Bron: Ds. G. Willems


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be