Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

39 - Het agrafon over de brug.

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. Willems
Week 39 van het kerkelijk jaar
Lucas 12,16-21 • Hebreeërs 11,8-19 •

Meditaties en studies voor een heel kerkelijk jaar, door Gerard F. WillemsIn het centrum van de ene christelijke Kerk staat Jezus de Christus. De concrete persoon Jezus van Nazaret wordt in de Kerk beschouwd als degene die ons God geopenbaard heeft, evenals het gekomen zijn van het einde der tijden. Wat weten wij nu eigenlijk over het onderricht van die Jezus? Datgene wat in de vier evangeliën geschreven is uiteraard. Maar dit is niet alles. Er zijn elders Jezuswoorden overgeleverd, die niet in de evangeliën opgetekend staan. Men noemt deze woorden met een Griekse uitdrukking de agrafa, die dus niet in de evangeliën voorkomen, maar elders.
Men vindt vooreerst agrafa in het Nieuwe Testament zelf. Zo citeert Paulus in Handelingen 20,35 het Jezuswoord, Het is zaliger te geven dan te ontvangen, dat nergens in de evangeliën te vinden is. Verder leest men in één bepaald handschrift na Lucas 6,4 de volgende toevoeging. Dezelfde dag zag hij (Jezus) iemand op de sabbat werken. Hij zei hem: Mens, indien ge weet wat ge doet, zijt gij zalig; maar als ge het niet weet, zijt gij vervloekt en een overtreder der wet. Ook deze zinnetjes komen nergens in de gewone tekst van de evangeliën voor. Vervolgens kan men agrafa aantreffen in de apocriefe geschriften die horen bij het Nieuwe Testament. In dit verband zullen wij het straks hebben over het Tomasevangelie. De kerkvaders en de kerkorden van de Oude Kerk leveren ook een aantal onbekende Jezuswoorden. Daarna komt de rabbijnse litteratuur. Hoe vreemd het ook moge lijken, men vindt er eveneens agrafa in. De laatste bron voor onbekende Jezuswoorden is de koran. Als voorbeeld zou men hier kunnen verwijzen naar sura 61,6 waar Jezus zegt gezonden te zijn als profeet om de Thora te bevestigen en de profeet Mohammed aan te kondigen!.. Na kritische bestudering van het hele terrein der agrafa, blijkt dat slechts zeer weinig van deze Jezuswoorden kans maken om echt op Jezus zelf terug te gaan. De uiteindelijke oogst is dus zeer beperkt. Toch moet men steeds de mogelijkheid open laten dat authentieke woorden van Jezus, ons buiten de evangeliën overgeleverd werden. Volgens de evangelist Johannes (20,30v) heeft Jezus dingen gedaan en gezegd die niet in de evangeliën opgetekend zijn; hetgeen wel opgetekend is volstaat echter om de opdracht van Jezus te verstaan, erin te geloven, en het leven te beërven.

Een agrafon uit India (1). In het jaar 1900 verscheen in de Engelstalige pers een artikel dat de ontdekking van een onbekend Jezuswoord meldde. De uitspraak was gevonden in een Arabische inscriptie uit de ruïnestad Fathpur Sikri in India. Deze stad ligt 175 km ten zuiden van Delhi niet ver van Agra, en werd op grootse wijze herbouwd door de grote mogol Akbar in de 16e eeuw. De tekst staat te lezen op de grote moskee van deze oude hoofdstad. Het agrafon luidt zo, Jezus - de vrede zij op hem - heeft gezegd: (a) De wereld is een brug; (b) ga er over, (c) maar ga er u niet op vestigen. De spreuk bestaat uit drie delen en is enkel bekend in de wereld van de islam. Men kan de overlevering van het gezegde, achterwaarts in de geschiedenis volgen tot bij Ibn Omar, een gezel van de profeet, in de 7e eeuw. Ibn Omar zegt dat het om een uitspraak van Mohammed gaat, maar vertelt erbij dat de woorden ook aan Jezus worden toegeschreven. Doorgaans spreekt de Arabische overlevering in dit verband uitsluitend over woorden van Jezus.
Hoe kan men dit Arabisch agrafon situeren in het geheel van de islam? In de koran zoekt men tevergeefs naar een brug die als beeld voor een geestelijke realiteit gebruikt zou worden. De latere islam kent het beeld echter wel. In een Turks werk geeft men een uitvoerige beschrijving van de hel. Men weet te vertellen dat deze er uitziet als de diepe krater van een vulkaan. Diep onderin borrelt gloeiende lava. Over de opening van de krater loopt een brug; deze is evenwel zo smal als de snede van een zwaard. Men kent de Arabische kromzwaarden, welnu het is als een dergelijk reuzenzwaard dat over de krater geplaatst is. De zielen van de overledenen moeten over deze brug lopen naar het paradijs dat aan de andere kant ligt. Hoe deugdzamer men geweest is, des te sneller geraakt men over de brug. De slechten vallen natuurlijk van de brug af, de diepte in... Men heeft hier te maken met een brug, maar het gaat duidelijk niet om de brug van het Jezuswoord. Jezus heeft het over de wereld als een brug, niet over de hel. Het beeld zoals het agrafon het gebruikt is in de islam niet terug te vinden. De beeldloze basisgedachte van de uitspraak kan men wel in de koran aantreffen. Het komt er voor de gelovige op aan, door deze wereld te gaan, met de bedoeling de andere kant, wat daarna komt, te bereiken, want dat is het eigenlijke. Zo leest men in sura 29,64 (ook 6,32) Het leven van deze wereld is slechts vermaak en spel; de laatste woonplaats is waarlijk het leven. Men vindt ook uitspraken tegen de bezittingen (3,14) en verzen die zeggen dat bij Allah het betere en het meer blijvende is (28,60).
Om mogelijke misverstanden te voorkomen moet men nog op een ander punt wijzen. Het agrafon is zo spits geformuleerd dat men de indruk zou kunnen krijgen dat hetgeen men doet in de wereld, niets uitmaakt. Als men maar over de brug heengaat, volstaat het. Het spreekt vanzelf dat de islam - zoals de andere monotheïstische godsdiensten - dit allerminst leert. De koran zegt dat er rekenschap van de mensen gevraagd zal worden, over de daden die zij tijdens hun leven volbracht hebben (11,15v 18,46).

Men kan nu verder en breder vragen, kent het jodendom misschien dat beeld van de brug uit het gezegde van Jezus? Het antwoord moet neen luiden, maar men vindt in de oude joodse litteratuur wel een ander beeld, dat nagenoeg hetzelfde inhoudt. De tekst luidt als volgt. Rabbi Jaäqov (ongeveer 170 n.Chr.) zegt: (a) Deze wereld gelijkt op de voorhal voor de komende wereld; (b) maak u gereed in de voorhal, (c) zodat gij kunt binnentreden in de zaal van het banket (Misjna, Avot 4,16). Ook hier bestaat de uitspraak uit drie delen die tot een soort conclusie leiden. De wereld wordt nu vergeleken met een voorhal, een ruimte die voor een zaal gelegen is; de komende wereld is dan die feestzaal waarin de sofa’s opgesteld staan voor de grote maaltijd. De houding die men in deze wereld dient aan te nemen is een beetje anders dan in het agrafon, door het verschillende beeld. Men moet niet enkel doorlopen, voorbijgaan naar het eigenlijke, maar ook zich klaarmaken. In de voorhal maakt men zich gereed om in de zaal te mogen binnentreden, door de voeten te wassen en de handen, het hoofd te zalven met olie, en het voorgerecht te nuttigen. Zo dient men zich in deze wereld voor te bereiden op de komende wereld, waarschijnlijk door het doen van goede werken. Wanneer men dit niet doet, komt men er niet in, men wordt gewoon geweigerd.
De spirituele basis voor dit beeld kan men vinden in de Hebreeuwse bijbel. Met name in de joodse wijsheidslitteratuur wordt het leven van de mens getypeerd als dat van een vreemdeling en een gast op deze aarde. Wij zijn hier niet blijvend. Enkele voorbeelden. Ik ben een vreemdeling op aarde, verberg uw geboden niet voor mij (Psalm 119,19 & 54). God en zijn woord zijn belangrijker en bestendiger dan het mensenleven. Daar ligt het vaste punt dat blijft. Ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner gelijk al mijn vaderen (Psalm 39,13). Wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor uw aangezicht, gelijk al onze vaderen; als een schaduw zijn onze dagen op aarde, zonder hoop (1Kronieken 29,15).
Men kan tenslotte de vraag stellen of het christendom het beeld van de brug van het agrafon uit India kent. Ook hier moet het antwoord ontkennend luiden. Maar er vallen wel heel wat dingen te zeggen, die ermee te maken hebben. Eerst is er een ander agrafon van Jezus, uit het apocriefe Tomasevangelie, dat wij reeds even vermeldden. Dit evangelie werd in 1946 te Nag Hammadi in Egypte ontdekt. Het bevat allemaal losse Jezuswoorden, en nummer 42 luidt, uitermate kort: Wordt voorbijgaanden! Het is moeilijk deze spreuk uit te leggen, juist omdat zij zo kort is en men niet weet wat men erbij moet denken. Het gaat om een opdracht die doet denken aan het woord over de brug: vestig er u niet op, maar trek verder, naar de andere kant. Het leven is een voorbijgaan, op weg naar iets anders. Maar dat andere, dat doel, wordt hier niet genoemd. De uitspraak blijft zo in de lucht hangen. Het doel van het mensenleven wordt het best en het mooist omschreven in het gezegde van rabbi Jaäqov, het gaat om het banket van de komende wereld.
Wanneer men nu overstapt naar Jezus zelf, zoals wij hem kennen uit de vier evangeliën, dan moet men opmerken dat in zijn prediking het Koninkrijk van God als het grote doel steeds centraal staat. Altijd weer gaat het daarover, onder andere in de gelijkenissen. Dit gegeven maakt het vrij onwaarschijnlijk dat de historische Jezus iets gezegd zou hebben in de zin van het agrafon uit het Tomasevangelie, of zelfs van het agrafon uit India. Anderzijds is het duidelijk dat ook de Jezus van de evangeliën wijst op het voorbijgaande karakter van het mensenleven. Onze eerste lezing, over de rijke dwaas uit het Lucasevangelie, is daar een mooi voorbeeld van. Als het leven voorbij is, wat baten de opgestapelde schatten? Men kan verder ook denken aan de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16,19v). In Lucas 16,9 heeft Jezus het over de eeuwige tenten, wat betekent dat het leven alles behalve eeuwig is. Men kan tenslotte nog Matteüs 6,19v noemen, een gedeelte uit de bergrede. Men zal zijn hart niet zetten op het verzamelen van aardse schatten, wel op het verzamelen van hemelse schatten, zegt Jezus daar.
In het Nieuwe Testament is het verder (naast 1Petrus 2,11v) vooral de brief aan de Hebreeërs die de gedachte van het vreemdelingen en gasten zijn op aarde, uitwerkt. De volgelingen van Jezus hebben in de huidige wereld geen vaderland. Zij vormen samen het pelgrimerende godsvolk (zie hoofdstuk 3 & 4). Samen zijn zij op weg naar de stad die door God zelf gebouwd wordt. De pelgrimerende Abraham, die niet weet waar God hem brengen zal, maar blijft vertrouwen, is een der grote voorbeelden. Wij hoorden het in onze tweede lezing uit de Schrift. Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is (11,10). Men bedoelt hiermee het nieuwe of hemelse Jeruzalem dat door God is toegezegd. Aan het einde van het hele geschrift wordt het nog eens kort herhaald, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige (13,14). Een volk van pelgrims, op weg naar het nieuwe Jeruzalem, dat is het verrassende beeld van de brief aan de Hebreeërs.

Wil men tot slot van dit geheel, de gegevens kort en in historische volgorde weergeven, dan kan men dit misschien als volgt doen. Het is allemaal een beetje als een klavertje drie. In het centrum, in het hart, bevindt zich de oude kern, de gedachte van de mens als vreemdeling op aarde, zoals wij die vonden in de Hebreeuwse bijbel. Jezus’ boodschap van het naderende einde, heeft deze gedachte extra geactiveerd. De drie godsdiensten hebben daar later, als de drie blaadjes van het klavertje, ieder een eigen beeld voor ontwikkeld. In het jodendom gaat het om de voorhal, vóór de feestzaal. In het christendom om het volk van pelgrims op weg naar het nieuwe Jeruzalem. In de islam om de brug naar de andere kant. Telkens ligt het zwaartepunt niet in het heden, maar in de toekomst.

Bron: Ds. G. Willems


Voetnoot

(1) Het agrafon wordt uitvoerig behandeld in, Joachim Jeremias, Paroles inconnues de Jésus (oorspronkelijk Unbekannte Jesusworte 1963), Lectio Divina 62, Paris 1970, p.109-115. Mijn aandacht werd op dit Jezuswoord gevestigd door ds. O.H. Willems.


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be