Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

De paalzitter

Bijbelse verhalen verteld voor kinderen
Thema: Grenzen in het leven verzetten
Spreuken 22 & 23: Verzet de oude grenspalen niet

 

Bijbeltekst (NBV)

Spreuken 22:

1 Een goede naam is te verkiezen boven grote rijkdom, waardering boven zilver en goud.

2 Een arme en een rijke hebben dit gemeen: de HEER heeft hen beiden gemaakt.

3 Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoedt zich ervoor, wie onverstandig is, gaat eraan voorbij en wordt gestraft.

4 Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER, wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.

5 Wie de verkeerde weg gaat, treft dorens en valstrikken aan, wie zijn leven liefheeft, blijft er verre van.

6 Leer een kind van jongs af aan de juiste weg, en het zal er niet van afwijken wanneer het oud geworden is.

7 Een rijke heeft macht over armen, wie leent, is de slaaf van wie uitleent.

8 Wie onheil zaait, zal onheil oogsten, de stok waarmee hij slaat, zal hem te gronde richten.

9 Een goedhartig mens wordt gezegend, hij deelt zijn voedsel met de armen.

10 Jaag een spotter weg, en de ruzie is voorbij, twistgesprekken en beledigingen houden op.

11 Wie een zuiver hart heeft en beminnelijk spreekt, heeft de koning als vriend.

12 De HEER behoedt de waarheid, hij logenstraft de woorden van bedriegers.

13 Een luiaard zegt: ‘Buiten loopt een leeuw, die zal me verscheuren.'

14 De mond van een lichtzinnige vrouw is als een diepe put, wie door de HEER is vervloekt, valt daarin.

15 Een kind is geneigd tot dwaasheid, de stok wijst het terecht en weerhoudt het ervan.

16 Wie een arme onderdrukt, maakt hem enkel rijk, wie een rijke geld geeft, zorgt ervoor dat hij gebrek lijdt.

17 Schenk mijn kennis een aandachtig oor, luister naar de woorden van de wijzen.

18 Het is goed ze vast te houden, zodat je ze altijd op je lippen hebt.

19 Jou laat ik ze horen, nu, opdat je op de HEER vertrouwt.

20 Heb ik niet dertig spreuken voor je opgeschreven, vol kennis en goede raad?

21 Het is om je de waarheid te leren, waarachtige woorden, om een betrouwbaar antwoord te geven aan wie je heeft gestuurd.

22 Beroof een arme niet, hij is al arm genoeg. Vertrap een verschoppeling niet als hij terechtstaat in de poort.

23 Want de HEER verdedigt hun rechten, wie hen bedreigen, jaagt hij de dood in.

24 Ga niet om met een heethoofd, houd je niet op met een driftkop,

25 opdat je niet dezelfde weg gaat als hij en voor jezelf een valstrik zet.

26 Geef niet zomaar een handslag, sta niet zomaar borg voor een schuld.

27 Als je die niet kunt voldoen, halen ze je bed onder je vandaan. 28 Verplaats geen oude grenzen, je voorouders hebben ze vastgesteld.

29 Zie je iemand die bekwaam is? Hij komt in dienst van de koning, onaanzienlijken zal hij niet dienen.

Spreuken 23:

1 Als je bij een machtig man aan tafel zit, vergeet dan niet wie je voor je hebt.
2 Bedwing je gulzigheid, ook al houd je van een goede maaltijd.
3 Laat je niet verleiden door zijn lekkernijen, want je wordt erdoor misleid.

4 Tob jezelf niet af om rijk te worden, zet dat plan opzij.
5 Zodra je op rijkdom afvliegt, is die al verdwenen. Hij krijgt vleugels, plotseling, en vliegt als een arend weg.

6 Ga niet aan tafel bij een gierigaard, laat je niet verleiden door zijn lekkernijen.
7 Hij is door en door berekenend. Zegt hij: ‘Tast toe,' dan meent hij er niets van.
8 Wat hij je voorzet, braak je uit, je vriendelijke woorden zijn aan hem verspild.

9 Spreek niet tegen een dwaas, hij veracht je verstandige woorden.

10 Verleg geen oude grenzen, schend de akkers van wezen niet.
11 Want hun beschermer is sterk, hij zal hun rechten tegen je verdedigen.

12 Heb een open oor voor onderricht, en een open geest voor kennis.

13 Onthoud een kind geen onderricht, van stokslagen gaat het niet dood.
14 Sla het met de stok, en je redt het van het dodenrijk.

15 Mijn zoon, als je je verstand gebruikt, loopt mijn hart over van vreugde.
16 Ik word vervuld van blijdschap als je een bedachtzaam oordeel hebt.

17 Wees niet jaloers op zondaars, heb altijd ontzag voor de HEER.
18 Dan heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren.

19 Luister, mijn zoon, en word wijs, kies de juiste weg.
20 Ga niet om met dronkelappen, blijf bij gulzigaards vandaan.
21 Want wie slempt en brast, wordt arm, wie altijd zijn roes ligt uit te slapen, gaat ten slotte in lompen gehuld.

22 Luister naar je vader, hij die je verwekt heeft, veracht je moeder niet wanneer ze oud is.
23 Verwerf de waarheid en verkwansel haar niet, laat je onderrichten, verwerf inzicht en wijsheid.
24 De vader van een wijze is vol blijdschap, wie een rechtvaardige verwekt, is vol vreugde over hem.
25 Mogen je vader en je moeder zich verblijden, zij die je gebaard heeft zich verheugen.

26 Mijn zoon, geef me je vertrouwen, vind vreugde in de weg die ik je wijs.
27 Want een hoer is een valkuil, een lichtzinnige vrouw een nauwe put.
28 Ze legt hinderlagen als een rover, door haar neemt ontrouw toe.

29 Wie roept altijd ach en wee, wie maakt altijd ruzie? Wie heeft altijd wat te klagen, wie raakt altijd nodeloos gewond? Wie heeft altijd troebele ogen?
30 Een dronkaard, die tot in de vroege morgen drinkt, die blijft proeven van de wijn.
31 Laat je niet verleiden door de glans van wijn, wanneer hij fonkelt in de beker. Hij glijdt zo makkelijk over de tong,
32 maar later bijt hij als een slang, spuit hij gif als een adder.
33 Dan zie je vreemde dingen en begin je wartaal uit te slaan.
34 Je voelt je heen en weer geslingerd door de golven, alsof je vastzit boven in het want.
35 ‘Ik ben geslagen, maar heb niets gevoeld, ik ben afgerost, maar heb niets gemerkt. Laat ik maar eens opstaan, eerst een beker wijn.'

Verhaal

 

Bijbels verhaal voor kinderenWij hebben gelezen uit de Spreuken van Salomo, hoofdstuk 22 en 23.

 

Verzet de oeroude grenspalen niet
die je voorouders hebben gezet.

En in het andere hoofdstuk:
Verleg de oeroude grensstenen niet,
en kom niet aan het land van de wezen.
Want Hij die het voor hen opneemt is sterk,
Hij komt voor hen op tégen jou!

Dominee Geurs zei daarover dat grenspalen in Israël niet als onze grenspalen waren. De onze geven de grens met een ander land aan, maar in Israël was het de grens tussen jouw akker en die van de buren. Iedere familie had bij het lot een stuk land toebedeeld gekregen. Als je geluk had kreeg je een goed stuk, dan zei je: "De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen". Maar dat was natuurlijk niet altijd zo, dan zat jouw stuk land vol stenen. Die moest je er eerst uithalen. Vaak maakten ze van de nood een deugd en bouwden ze er muurtjes van.

"Zwaar werk zeker", zei Dikke Hendrik.
"Ja, jongen, zwaar werk. Daarom probeerden sommige slimmeriken wel eens de grenspalen te verzetten, zodat ze een beter stuk land kregen, waar je bijvoorbeeld niet zoveel stenen in had. Maar dat mocht natuurlijk niet. Als het werd ontdekt kreeg je een hoop last. Koning Achab deed dat toen hij de wijngaard van zijn buurman Naboth wilde hebben, maar dat ging niet door, want Naboth wilde niet, het was zijn vaderlijk erfdeel. En de koning was boos, hij kroop in bed met zijn gezicht naar de muur".

"Belachelijk!" zei Pascal, en Dikke Hendrik vond dat ook. "Net een verwend kind", zei hij.
Dominee Geurs vervolgde: "Salomo die veel wetten heeft gemaakt, zegt dan ook: Verzet de oeroude grensstenen niet, en kom niet aan het land van de wezen. Want dat gebeurde soms ook. Kinderen zonder ouders, wat moesten die met hun stuk grond, dat konden ze niet bebouwen, en daar leefden ze toch van! Dan kwam er weer zo'n slimmerik, en die verzette de grenspalen eenvoudig en pikte in wat hij kon krijgen, want wezen waren weerloos - als tenminste Salomo die goede wet niet had gemaakt, waarin hij zei: je mag niet aan het land van wezen komen, dan krijg je last met mij, en met God, want die heeft het land gegeven. Want daar ging het eigenlijk om in die wet van Salomo: het land is van God, en jij krijgt het van Hem in leen, en dan mag een ander het niet wegnemen van jou, het is Zijn geschenk aan jou en je kinderen na jou.

"Dat is prachtig", zei Marie, "wij hebben ook een tuin, en we zijn daar erg blij mee. Mijn moeder zegt vaak: "Ik moet er niet aan denken als wij die tuin niet hadden". En nu weet ik waarom: het is gewoon een geschenk van God, dat zal ik haar zeggen!"
"Mijn buurvrouw heeft ook een tuin", zegt Pascal, "met een adelaar als tuinbeeld erin. En ze bewaakt die àls een adelaar, zodra ik er een voet in zet, komt ze schreeuwend op mij af!"
"Maar nu zeg je niet wat jij daar allemaal doet!" zei Marie onder groot gelach. "Heb jij laatst niet dat bordje om de nek van die vogel gehangen met daarop: IK WIL WEG?"

Nog meer gelach, en toen zei dominee Geurs: "Nou weet iedereen waarom je grenspalen niet mag verzetten. Maar nu heb ik onlangs iets beleefd over een paal die ze met een takelwagen moesten verzetten op last van de burgermeester. Dat wordt het verhaal van

DE PAALZITTER"

"Vertel, vertel!" riep de kinderkerk. En dat deed hij.

"Kinderen, in het dorp waar ik woon werd een wedstrijd gehouden. Een wedstrijd in paalzitten".
"Ik weet wat dat is", zei Dikke Hendrik, "dan steken ze een paar palen in de grond en dan gaat daar iemand bovenop zitten, en dan kijken ze met een stopwatch hoe lang hij dat volhoudt. Wie het langste zit heeft gewonnen".
"Precies", zei hij, "en zo'n wedstrijd vond er in ons dorp plaats. Maar dat had een bepaalde bedoeling. De Heren van de Staten, die de baas zijn in de provincie, wilden ons dorp samenvoegen met nog drie andere. Dan kreeg je vier dorpen in één, een soort Vierdorp. "Net een dromedaris met vier bulten", zeiden ze bij ons, "dan is het toch geen dromedaris meer, want die heeft er maar één!" En daarom waren ze er tegen. Ze gingen actie voeren, want dat hoort zo als je ergens tegen bent. Zo'n actie moet een naam hebben. Eerst zei er een: "Noem het de actie dromedaris!" Dat was wel leuk, maar niet boos genoeg. Toen kwam iemand op: actie grenspaal. Want die bestond echt en het klonk lekker kwaad. ACTIE GRENSPAAL werd het dus. Ze schilderden dat op een groot bord, en hingen dat boven de deur van het actiecentrum, want dat hadden ze ook, aan de rand van het water waar de grenspaal stond. Een mooie grote, van steen, met het wapen van het dorp erop.

Ze hadden vier palen in het water gezet van het riviertje dat dwars door het dorp stroomt. Dat was spannender dan in een weiland, want wie nu viel, werd meteen lekker nat.
Dus de paalzitters kwamen, en daar was ook een opschepper bij, die heette Sjef. Hij bazuinde overal rond dat hij zou winnen, dat zou iedereen zien. Hij zou blijven zitten, want grenspalen werden niet verzet, ozo!
Er was nog een man, zwaar als een beer, en hij héétte De Beer, die vlak bij de grenspaal een verhuurbedrijf had voor landbouwwerktuigen. "Die heeft wel twéé palen nodig", zeiden de toeschouwers, die in dichte rijen stonden op de brug.
En er was een mager mannetje met een enorme bril, een snorretje van drie haren, twee links één rechts, met een potlood achter het oor. Dat was de gemeentesecretaris, hij heette Hieronymus Just. "Daar kan nog wel iemand náást op zijn paal!" vond een grappenmaker op de brug.
En er was een juffrouw. Ook mager, het haar hoog opgestoken, wat haar nog langer maakte. Ze hield de lippen stijf dicht en zei geen enkel woord. Ook op de brug zeiden ze niets, want dat was de juffrouw van De Gemeentebelangen. Haar naam was Hermien Le Pen.

Dus ze gingen zitten op de palen, er was uit het actiecentrum een laddertje gelegd, daar konden ze over, en datzelfde laddertje konden ze intrekken in het centrum, en weer uitschuiven als het pauze was. Want om de drie uur mochten ze er even af om de benen te strekken en wat te drinken".
En dan had je nog de burgemeester. Hij heette Eigenerf. Die had een stem als een bazuin, daarom had hij altijd gelijk, om de nek droeg hij een dikke zilveren ketting met het wapen van het dorp. Hij ging zitten op de echte grenspaal, die van steen, en hij hield een toestpraak die iedereen verstond, ook de paar mensen die in huis waren gebleven, dat je grenzen niet moet verzetten, wat denken de Heren van de Staten wel. Daarna trok hij zich terug in het actiecentrum.
De man met de stopwatch drukte het knopje in, dat was de goudsmid Fijnvandraet, hij riep: "Klaar... af!" en zwaaide met een vlag De actie paalzitten was begonnen.

"Sjef was natuurlijk de eerste die in het water viel, plons daar ligt-ie, einde actie!", zei Pascal.
"Nee, juist niet, en dat was het vreemde. Hij zat rechtop als een paal, hij keek rechtuit, en toen er een in het water viel, lachte hij niet, maar zàt.
Het was De Bruin die viel, het water spatte hoog, want het plankje waar De Bruin op zat, brak in tweeën. Iedereen lachte, maar Sjef lachte niet, en hij schepte ook niet meer op. Hij zàt. Een was er afgevallen, drie zaten er nog, waaronder Sjef.

Toen werd het donker, het werd nacht. Daar zaten ze met z'n drieën, dat werd overleven! De gemeente had wat lampen gezet, ze schoven het laddertje uit het centrum om de twee uur uit, zodat die drie zich konden vertreden en wat drinken.
Zo werd het weer dag, en een van de drie kòn niet meer. Dat was Hieronymus Just. Die vroeg of ze het laddertje uit konden schuiven. Dat deden ze, hij kon op zijn benen niet meer staan. Op de ladder werd hij languit en onder gejuich het actiecentrum ingedragen.
Maar Sjef zat met nog een, en dat was Hermien Le Pen, de juffrouw van Gemeentebelangen. Mager en vastbesloten, de lippen stijf op elkaar. De hele dag zaten ze met z'n tweeën. Nu werd het spannend, heel het dorp liep uit om te kijken. Op het bruggetje zag het zwart van de mensen.
Het werd namiddag, het werd pauze. De magere dame kwam even op de kant om zich te vertreden en wat te drinken. Maar Sjef kwam niet. Sjef zàt, hij keek over het bruggetje naar de schoorsteen van het actiecentrum, hij bewoog niet, hij antwoordde niet, Sjef zat als een paal.

Het werd nacht. Halverwege gebeurde het. Er waren bijna geen mensen meer, die waren gaan slapen. Toen gleed die vastbesloten dame Le Pen met de lippen stijf op elkaar van de paal in het water. Een plons, ze kwam boven, en ze werd op het laddertje het centrum ingedragen waar de burgemeester nog wakker was en bij de schoorsteen zat.

Toen zat Sjef moederziel alleen, met de ogen groot, rechtop als een paal. Het werd dag, het werd pauze, de man met de stopwatch zei het en zwaaide een vlag. Maar Sjef kwam niet naar beneden, al schoven ze de ladder, al zeiden ze: "Sjef, dit kan niet, je moet je vertreden en iets drinken, gewonnen heb je tòch".
De hele dag zat Sjef, het hele dorp kwam om te kijken, het bruggetje zag zwart van de mensen, maar wàt ze ook zeiden: "Sjef, kom naar beneden, dit heeft geen zin, gewonnen heb je tòch", dat had geen zin, want Sjef kwam niet. Sjef zat als een paal, de ogen recht over het bruggetje op de schoorsteen gericht, hij at niet, hij dronk niet, en hij deed ook geen plasje.
Ze brachten uit het actiecentrum kippenboutjes en een half haantje, waar hij anders zo dol op was. Maar niks, hè, Sjef bewoog zelfs zijn neusvleugels niet.

Zo kwam de derde nacht. Maar dit kon niet, ze haalden de dokter, die heette Olieslager. Die praatte met hem, maar hij antwoordde niet. "Sjef, dit heeft geen zin, kom er af, want gewonnen heb je toch!"
Hij kwam niet, en toen ze hem met geweld van de steiger wilden halen, beet hij wild van zich af.
"Dit heeft geen zin", zei de dokter, "wij moeten wat anders bedenken"
De burgemeester kwam, en is naast hem op een paal gaan zitten. Hij bleef zitten bij Sjef tot het bittere eind.

Het werd dag, de derde dag was het, en wat had de dokter bedacht. Hij liet komen een takelwagen, en hij zei: "Trek voorzichtig die paal uit het water, heel voorzichtig".
"Maar dókter, Sjef zit er nog op!"
"Daarom zeg ik: voorzichtig. Jullie moeten de paal uit het water trekken met Sjef er op!"
Dat was medisch voorschrift, dus het gebeurde. De man van de takelwagen, hij heette Willem Hijst, sloeg een kabel om de paal, vlak onder de voeten van de paalzitter. Het zag zwart van de mensen, toen dat gebeurde. Heel het dorp was uitgelopen. De grenspaal wordt verzet! Hier is Willem Hijst"

"En dat mag niet van Salomo!" zei Pascal.
"Ja jongen", zei dominee Geurs, "en er waren mensen genoeg die óók zeiden dat dit niet mocht. Een paal met een man erop uit het water trekken! Stel je voor dat hij valt en verdrinkt! Maar ja, dat kon niet gebeuren, want er was allang een kikvorsman in het water gedoken, en nu stonden er zelfs twee!
De man van de takelwagen Hijst trok in kleine rukjes, heel het dorp telde mee. Eén... twéé... drie... vier... en: Hupsakeeee! Hij was er uit! Druipend van het water en modder met Sjef erop, en nog steeds keek hij recht voor zich uit! Dàt was pas een spektakel!
De goudsmid met de stopwatch Fijnvandraet drukte op de knop, de stopwatch stond stil. Hij riep: "Sjef heeft gezeten driemaal vierentwintig uur, drie minuten en drie-en-een-halve seconde!"
Oorverdovend gejuich.

Voorzichtig, heel voorzichtig, legden ze de paal op de grond naast het water. Toe bewoog Sjef zijn ogen, want hij miste de schoorsteen, die stond opeens boven zijn hoofd. "Hij beweegt!" riep het dorp, "de paalzitter bewéégt!"
En zo was het, lieve kinderen, hij bewoog, en ze hielpen hem opstaan, en ze droegen hem op de schouders het actiecentrum in, onder het actiebord: GRENSPAAL. En daar gaven ze Sjef te drinken, en hij kwam in de krant. En de grenspaal kwam in de krant, en hoe Sjef daar had gezeten stijf rechtop, de ogen gericht op een schoorsteen. Want de grenspaal moet blijven, had Sjef gezegd, en daarom was hijzelf een stukje van die paal geworden.

De mensen zagen de foto's en lazen het verhaal ademloos, en de burgemeester Eigenerf moest op de televisie spreken, en Sjef was er ook en moest voordoen hoe je drie dagen en drie nachten en drie minuten en drie seconden plus een halve op een paal kunt zitten. "Dat kan je alleen als je één wordt met die paal!" Dat zei Sjef en iedereen herhaalde het, ze vonden het prachtig".

En de echte grenspaal van het dorp, werd die verzet?" vroegen de kinderen van de kinderkerk.
"Nee kinderen, dat is niet gebeurd. Er werd veel gelachen om de actie grenspaal, en om Sjef, maar niemand van de Staten durfde de palen nu verzetten. En heel het dorp was gelukkig. En toen kwamen de Staten, dat zijn mannen met baarden en halve brillen waar je overheen kunt kijken, want dat moet als je wijs en verstandig bent. En ze gaven een feest, en ze zeiden: "Nu moeten jullie de andere drie dorpen ook uitnodigen, dan doen jullie toch al iets samen!"
Want de Staten, lieve kinderen, zijn de Staten, ze hebben halve brillen waar ze over kunnen kijken, en krijgen daarom altijd hun zin..."

 

Er werd veel gelachen door oud en jong in de kerk. Toen vroeg mijn grootmoeder Sofia Amalia Mandelkern het woord. Ze zei dit: "Die paalzitter Sjef heeft het prachtig gezegd. Ze vroegen op de t.v.: "Sjef, hoe kan je zitten op een paal drie dagen en drie nachten lang?" En wat zei hij: "Dat kan je als je één wordt met die paal". Dat vind ik geweldig, want zo is het met Gods geboden ook. je kan ze doen als je er één mee wordt, net als Sjef met zijn paal. Dat zijn de grenzen in het leven. En dan valt er ook nog veel te lachen, net als wij vanmorgen!"

 

Wij zongen het Grote Loflied Psalm 150, en daarme eindigde de dienst.

SOFIA M.

Bron: Harmen Geurs D.D., Kollum, Friesland

 


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be