Uitzending woensdag 10 februari 2010
VRT/Radio 1 - 20u04
door Frank Marivoet
In de reeks "mens voor de mensen zijn" gaat het over:
de ervaring van gisteren als verhaal voor vandaag
en als een plan voor morgen.
Bijna half februari en we zitten midden in de sfeer van Valen¬tijn en carnaval. Er zijn bekende evenementen, zoals het carnaval van Venetië, maar ook in eigen land mogen we nog heel wat carnavalstoeten verwachten in steden en gemeenten. De ene optocht zal wat meer aandacht krijgen dan de andere, maar allemaal is het een feestgebeuren buiten, ondanks het weer dat wel eens niet meezit.
Carnaval is het feest van uitbundigheid en het loslaten van de remmen, ook wel het omkeren van maatschappelijke rollen en het te kijk zetten van hooggeplaatsten van achter een masker. Een oude traditie die eeuwenlang plaats vond aan de vooravond van de vastentijd. De vastentijd - tegenwoordig beter benoemd als 'veertigdagentijd' - begint op aswoensdag en is een periode van opgaan naar Pasen in veertig dagen, in veertig stappen, in veertig schreden.
In de geschiedenis van West-Europa liggen natuur en cultuur altijd dicht bij elkaar. Door de eeuwen heen blijft dit verband niet altijd en overal even klaar en duidelijk overeind. Tradities, hoe sterk dan ook geworteld in de volksgebruiken en opgeslagen in het collectieve geheugen, verglijden en verschuiven. Carnaval en vastentijd ontsnappen hieraan niet.
Tot aan de uitvinding en ontdekking van de moderne bewaringsmethoden van voedsel, zoals pasteurisatie en sterilisatie, diepvries en vacuümverpakking, was het overleven van de winter een hele opgave. Groenten werden ingekuild en eieren bewaard in kalk. Vlees en vis werden gepekeld of gedroogd, gerookt of bewaard in de vorm van pastei. Na enkele maanden winter was de voedingstoestand van onze voorouders een probleem. Korte dagen en lange nachten boden weinig activiteit en beweging. Na enige maanden van die wintervoeding hadden ze last van overgewicht, en hetgeen wij nu aanduiden met een verstoord bloedbeeld en een teveel aan cholesterol.
Daarom was het goed op het einde van de winter of het begin van de lente, wanneer de activiteit in de landbouw weer op gang kwam, een soort gezondheidskuur te doorlopen.
Het overtollige vet moest weg. Een aderlating kon hierbij helpen, maar er werd ook gebruik gemaakt van minder eten of anders eten. Dit werd dan vasten genoemd.
De kerk, altijd gereed om volksgebruiken over te nemen, nam deze vastenperiode op in haar jaarkalender. De lenteperiode, juist weken vóór Pasen, waren hiervoor zeer geschikt. Van een gezondheidsbehoefte wordt overgestapt naar een godsdienstig ritueel.
Vandaag ligt dit verband niet meer voor de hand. Mensen trachten een heel jaar door gezond en verantwoord te eten. De samenleving evolueerde sterk van een agrarische gemeenschap met een overwicht aan landbouw en veeteeltcultuur naar een moderne en zelfs post-moderne samenleving.
Er vonden heel wat meer veranderingen plaats dan alleen maar in het voedingspatroon. Het carnaval als een uitbundig alles eten en drinken juist voor die carentieperiode of vastentijd, is opgeschoven en loopt het risico een losstaand gebeuren te worden dat op elk moment van het jaar kan gevierd worden.
Niettegenstaande alle veranderingen in levensgewoonten en het omgaan met volksgebruiken, leest de kerk in deze tijd van veertig dagen naar Pasen toe, altijd dezelfde verhalen. Elke cultuur en traditie geeft haar belangrijke waarden en normen, opties en doelen verder in een verhaal. Dit kan gewoonweg langs een roman, een toneelstuk of een film, een gedicht. Altijd valt het wel op dat gewoonten en gebruiken, zoals b.v. een oogstfeest of het verkiezen van de druivenkoningin, teruggaan op verhalen van lang geleden.
Het verhaal heeft een voordeel. Het kan van alle tijden zijn en blijft daardoor ook actueel. Het kan ons vandaag nog aanspreken. Iedereen kan er zich in herkennen. Ook al wordt wel eens beweerd dat klassieke verhalen zoals sprookjes slechts voor kinderen goed zouden zijn. Het komt er maar op aan als volwassenen de rode draad te ontdekken in die verhalen, de eigenlijke boodschap ervan te ontdekken.
Met bijbelse verhalen is dit ook zo. Hoewel reeds lang geleden opgeschreven binnen een concrete context van een samenleving met eigen sociale, politieke en religieuze kenmerken, kunnen ze zonder moeite worden overgebracht naar onze leefwereld van vandaag. De karige aanduidingen van plaats en tijd laten toe dat we onszelf in het verhaal terugvinden.
Zondag over een week - 21 februari - is het de eerste zondag in die tijd van veertig dagen naar Pasen. Dan wordt het volgende verhaal gelezen. Het is het evangelie volgens Mattheüs en ook dat van Lucas aan het begin van hoofdstuk 4.
Jezus komt van de Jordaanstreek vandaan en gaat naar de woestijn. Daar maakt hij een louteringsproces door en op het einde hiervan wordt hij serieus op de proef gesteld. In de taal en vertelstijl van toen wordt dit voorgesteld in de vorm van drie bekoringen.
Bij de eerste verleiding pakt de verzoeker of de bekoorder Jezus op zijn hongergevoel en doet een voorstel: als gij de Zoon van God zijt, zeg dan dat deze stenen brood worden. Jezus wijst dit af met de woorden: de mens leeft niet alleen maar van brood!
De tweede confrontatie bestaat uit een bezoek aan de dakrand van de tempel in Jeruzalem met het voorstel: spring maar naar beneden, want staat er niet geschreven dat de engelen u op de handen zullen dragen zodat ge uw voet niet kunt stoten aan een steen?
Tegenover deze uitdaging stelt Jezus: er staat ook geschreven dat ge de Heer, uw God, niet op de proef moet stellen.
De laatste verleiding wordt gepresenteerd op een hoge berg. In één keer worden alle landen van de wereld getoond. Die zijn zo maar in ontvangst te nemen na een knieval voor de aanbieder. Hierop reageert Jezus met: gij zult slechts de Heer, uw God, aanbidden en niemand anders!
Bijbelse verhalen zijn heel lang geleden opgeschreven in een taal en met een voorstellingsvermogen die helemaal anders zijn. Onze leef- en denkwereld van vandaag staat daar ver vanaf. En toch kunnen die oude verhalen nog actueel zijn, in zekere zin nieuw. Dit komt omdat we bijbelverhalen niet mogen lezen als krantenberichten of als uittreksels van radio- of televisiejournaals.
Het gaat hier om geloofsverhalen die werden overgedragen van generatie op generatie, eerst mondeling en pas veel later opgeschreven. In deze geschreven vorm zijn ze tot ons gekomen als geloofsgedachtengoed van toen. We lezen het verleden vanuit het heden. We laten plaats en tijd los, niet om aan geschiedvervalsing te doen, maar om tot de essentie van het verhaal door te dringen, om tot bij de kern van de boodschap te komen.
In het verhaal over de bekoringen gaat het over drie voorstellen en drie afwijzingen. Of dit allemaal historisch zo gebeurd is, of Jezus inderdaad wel eens op het dak van de tempel heeft gestaan, valt zeer te betwijfelen. De tempelpolitie zou zoiets ook niet toelaten. Maar hoe het ook zij, het verandert niets aan onze persoonlijke ervaring van vandaag die we terugvinden in het verhaal. En dat is dat wij het allemaal moeilijk hebben met het omgaan met macht. Er wordt wel eens gezegd dat in de wereld en in een mensenleven alles om seks draait. Dit zal natuurlijk wel een grond van waarheid hebben. Het komt ergens vandaan. Maar ligt het probleem van menselijk en menswaardig samenleven niet eerder op het terrein van de macht?
Wie heeft het voor het zeggen? Wie deelt de lakens uit?
Wie kan de anderen aan zich binden vanuit een machtspositie, waar die macht dan ook vandaan komt, als resultaat van democratische verkiezingen of als het summum van geweld. Ook binnen affectieve relaties is vaak niet de seksuele component het kernpunt waar het om gaat. Intimidatie en geweld zijn nooit ver weg.
Het bijbelverhaal van zo juist toont dat mensen vatbaar zijn voor de verleiding dingen naar hun hand te zetten, als het moet stenen veranderen in brood. Heersen over anderen, in het klein en in het groot, hier voorgesteld als de heerschappij over alle landen en volken van de wereld, bijna een horrorbeeld in een samenleving waar macht digitaal kan worden vertaald of wetenschappelijk uitgewerkt in het klonen en genetisch manipuleren. Het omgaan met kicks, in het verhaal het springen van de dakrand van de tempel, het als maar verleggen van grenzen. Moet kunnen. De vraag wie of wat daar beter van wordt, lijkt bijkomstig te worden.
Veertigdagentijd: veertig dagen om na te denken, veertig stappen om te zetten, liefst in de goede richting.
Dit is de richting van Pasen, van de bevrijding en niet van de onderdrukking.
Geef de mens vandaag te veel macht en hij is morgen zichzelf niet meer de baas! De ervaring van gisteren als een verhaal voor vandaag en als een plan voor morgen.
Wilt u graag de teksten van al onze radio-uitzendingen ontvangen? Neem dan een jaarabonnement voor:
Overschrijving op PCR. 000-0630633-36 van de Protestantse Omroep, 1050 Brussel,
STEUN HET WERK VAN DE PRO MET UW BELANGSTELLING EN GIFTEN!
Verantw.Uitg.:F.Marivoet, C.Meunierstraat 85/0002, 3000 Leuven
Secr.H.Sinnaghel - Oudstrijdersplein 15/101 - 8430 MIDDELKERKE, Tel.: 059/30.84.33
Franstalige versie: protestanet.be