Vanzelfsprekend klinkt op Palmzondag en in de Stille Week naar Pasen het verhaal van de kruisweg van Jezus. Door de eeuwen heen werd deze weg - vaak indringend - verbeeld, werd er over getheologiseerd, gemediteerd. Het leek voor zich te spreken dat deze `zoon van God' en `kind van mensen' deze weg was gegaan om ons te bevrijden.
Door een bepaalde uitleg van `hij moest wel lijden'.
Waren kruisiging en sterven de enige weg geworden om `mensen met God te verzoenen'? Of was het vooral zijn leven geweest, trouw tot in die harde dood, die hemel en aarde dichter bij elkaar brachten? In de laatste hoofdstukken van de evangelieverhalen komt het beeld van het'scheuren' tevoorschijn. Scheuren komen er in kleren, in het voorhangsel van de tempel, in rotsen. Blijkbaar wordt alles wat vanzelfsprekend aanwezig is, met kracht opengebroken.
Alsof de vertellers willen aangeven: als iemand zo leeft, trouw tot het uiterste, dan gaat alles bewegen, openbreken, veranderen. Door deze wijze van leven komen er barsten in de macht der gewoonte, scheuren in waar je zo aan gewend bent geraakt. Wat betekent het dan als Johannes vertelt dat het onderkleed van jezus niet gescheurd werd? Midden in een verhaal dat begint met hartverscheurend te zijn! We geven steeds een stukje van dat indringende verhaal en nodigden schrijvers uit om daarbij eigen verhalen te schrijven: `met de Bijbel teruggraten' noemen we dat.
Om op zoek te blijven naar `scheuren in vanzelfsprekendheid': naar open ruimte voor opstanding en hoopvol leven. Als een mantel om ons heen geslagen.
Henk van Andel
Franstalige versie: protestanet.be