Mensen stellen zich sinds mensenheugenis vragen: bij de wereld om zich heen, bij hun eigen leven. Bij verlies, ziekte of gemis begint vaak de zoektocht naar een antwoord op de vraag: Waarom overkomt mij dit? Of het nu gaat om pijn door onrecht of ramp, of om de pijnlijke ervaring van leven met een handicap, het verlies van een geliefde, het ontberen van een warme en veilige jeugd.
We zetten in met terechte vragen daarover, in alle tijden te snel bedreigd met pasklare antwoorden. Zowel in de joodse, maar zeker in de christelijke traditie bestond de neiging om naar sluitende antwoorden te zoeken op de levensgrote vragen van menselijk lijden. Zoals deze: je zult het wel verdiend hebben.' Het boek Job gaat in een dramatisch `toneelstuk' op zoek naar alternatieve ruimte. Als Job alles heeft verloren, zelfs zijn gezondheid, klinkt vanzelfsprekend het grote `Waarom?' In de bijdragen van zijn vrienden, die gelukkig eerst nog met een mond vol tanden zitten, horen we uiteindelijk een aantal redeneringen die Jobs lijden zouden verklaren. Ze zijn tot op vandaag herkenbaar en worden meestal als dooddoeners ervaren door wie de pijn kennen. Stormachtige vragen komen tevoorschijn: God in de storm? Hoe dan ook, het boek Job maakt komaf met het zo verlammende `windstille' vergeldingsdogma: eigen schuld.
Tegenover het berustende `niet klagen maar dragen ...' laten we ervaringen en klachten horen: oprecht klagen om solidaire ruimte te vinden, weg uit de eenzaamheid van de pijn.
Zo is er de getuigenis van een mens, die jarenlang verbonden was aan een partner die ziek was van wantrouwen. Zij leed haar ziekte, hij leed onder haar wantrouwen. Je vraagt je dan af wie was er Job' in hun verhaal, maar vooral: waarin vinden deze mensen troost?
De neiging om overal een (pasklaar?) antwoord op te vinden is heel erg menselijk. Gelukkig zijn er, voor en na Job, altijd mensen geweest die daar niet tevreden mee waren. Mensen die schreven vanuit de ervaring van een lijdensweg, soms van een enkeling, soms van een onderdrukt volk of vanuit de eigen ervaring van `beperkt (gemaakt?) zijn'. Zoekend naar een uitweg, naar verlichting van wat zo loodzwaar is, verlangend naar een oprecht woord of gebaar, dat, zonder directe oplossing, toch nieuwe adem en ruimte bood. Ruimte voor stilte of woorden die heilzaam zijn, of vragen die, met liefde gedeeld, toch vragen mogen blijven.
Terechte vragen: om bij elkaar blijvend terecht te kunnen.
Met ruimte voor `stormachtige' opstandigheid, die met integere liefde gedeeld mag worden.
Henk van Andel
Franstalige versie: protestanet.be