Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Protestants historisch wandelen in Brussel

U zult ontdekken hoe zeer Brussel, “die bruisende stad”, verbonden was met het Protestantisme, in de tijd van Willem van Oranje. Wij wensen u een heel prettige en leerzame wandeling toe!
De tijdsduur van de wandeling is, zonder bezichtigingen, 1 à 1u30
Een initiatief van 3 Nederlandstalige Brusselse V.P.K.B. kerken.

Beschrijving van de wandeling

We vertrekken bij de ingang van het Centraal Station. We steken het Europakruispunt over, lopen de Putterij af en vinden aan onze rechterhand

de Magdalenakerk

Tijdens de Calvinistische republiek, van 1577 tot 1585, werden de kerkgebouwen van de stad met inbegrip van de Sint-Michielskathedraal gebruikt voor de protestantse eredienst. Er werd in het Nederlands gepredikt. De Franstalige Brusselaars hielden eerst hun erediensten in de Nassaukapel, daarna in de Magdalenakerk.
We dalen nu verder de Magdalenastraat af en nemen de tweede straat aan de linkerhand: de Heuvelstraat die uitmondt op

de Grote Markt

WandelplanDit plein valt de "droevige eer" te beurt de plaats te zijn geweest waar de eerste martelaren van de Hervorming vielen en de twee bekendste slachtoffers van de Raad van Beroerte onthoofd werden.
Op 1 juli 1523 worden twee ordegenoten van Luther, de Augustijnermonniken Hendrik Voes en Johannes van Esschen, afkomstig uit het klooster in Antwerpen, levend verbrand. Ze verschenen twee maal op de Grote Markt. 's Morgens werden ze ontslagen van hun religieuze bindingen en overgeleverd aan de wereldlijke macht. Deze laatste bracht hen 's middags op de brandstapel. Één van hen riep voordat hij stierf uit: "Ik zie rozen die uitgestrooid worden". Men beweert dat Luther om die reden de roos als kenteken aannam. Ter herinnering aan deze martelaren dichtte hij het volgende lied:

Een nieuwe lofzang heffen we aan
zo wil het God, de Here.
Wij zingen wat Hij heeft gedaan
zijn grote naam ter ere.
Te Brussel in Zuid-Nederland
heeft God twee jongelingen
geholpen met zijn sterke hand
en door zijn zegeningen
versierd met rijke gaven.

Vijftig jaar lang zullen op die plaats Protestanten de dood vinden, vooral tijdens de bloedige periode onder de hertog van Alva met zijn Raad van Beroerte. Op 5 juni 1568 werden Lamoraal, graaf van Egmond en Philips de Montmorency, graaf van Hoorne onthoofd. Eerstgenoemde bracht zijn laatste nacht door in het Broodhuis tegenover het stadhuis. De andere verbleef in het vierde huis rechts van het Broodhuis, dat de naam draagt van "de Engel". Het slot van een kroniek uit die tijd luidt als volgt:

"Hun hoofden werden op twee grote en hoge staken bevestigd en bleven er ongeveer zes uren. Bij het lichaam van de graaf van Egmond werden twee kaarsen aangestoken omdat hij bekende katholiek te zijn en aldus stierf. Maar de tweede, die op een andere wijze stierf, viel deze eer niet te beurt".

In 1577 wordt te Brussel een kleine Calvinistische republiek opgericht, de Geuzen nemen het stadhuis in bezit. Tijdens die periode waagt de zoon van de graaf van Egmond de stad voor de koning van Spanje te heroveren. Deze onderneming vindt op de Grote Markt een roemloos einde. "Het volk toonde hem de plaats waar elf jaar eerder, op dezelfde dag van voornoemde poging, zijn vader werd onthoofd door de Spanjaarden wiens partij hij nu gekozen had; met duizenden andere verwijten werd hij overladen, en hij hoorde zelfs zeggen dat indien men één of twee stenen zou losmaken hij nog het bloed van zijn vader zou ontdekken."
We gaan nu door de grote poort van het stadhuis en komen via de binnenplaats er aan de achterkant uit, daar bevinden we ons in

de Vruntstraat

In het Frans heet deze straat "rue de l'Amigo". Zij herinnert aan de gevangenis die er zich bevond. In de XVIe eeuw bedachten de Brusselaars de spotnaam "Amigo" (wat in het Spaans vriend betekent) voor dit huis van bewaring. Vele Hervormden werden er opgesloten voordat ze berecht werden. Anderen werden gewurgd in de ondergrondse kerkers. Maar weinigen werden vrij gelaten. Onder hen bevond zich de vertaler van het Nieuwe Testament in het Spaans, Jago de Enzinas, die in Wittenberg een onderkomen vond en in zijn mémoires over zijn belevenissen in de "Amigo" schreef.
We verlaten de Vruntstraat langs rechts en nemen dan links de Kolenmarkt en vervolgens de Zuidstraat totdat we aan het kruispunt met

de Lombardstraat

komen. Op nummer 11 bevond zich vroeger de bank van Chrétien-Guillaume Rahlenbeck, van 1807 tot 1849 ouderling van de protestantse "Eglise du Musée". In een zaal van deze bank vond op 22 en 23 april 1839 de constituerende vergadering plaats van de "Synode van de Bond van Protestants-Evangelische Kerken van het Koninkrijk België". Op 18 mei 1839 werd deze kerkenbond bij Koninklijk Besluit erkend.
We slaan nu links af en lopen de Lombardstraat op, aan het Sint-Jansplein slaan we rechts af en we komen over het Oud Korenhuis in de Trapstraat (links). Door deze straat komen we aan de Keizerslaan, die we oversteken om stil te staan bij

de Steenpoort

Dit is een overblijfsel van de eerste muur rond Brussel, en vervulde gedurende lange tijd de rol van gevangenis. De "derde" martelaar van de Hervorming, prior Lambert Thoren, zat er opgesloten. Hij ontsnapte aan de brandstapel van 1juli 1523 en bleef levenslang opgesloten in de gevangenis. Zijn reformatorische activiteiten kon hij verder zetten door bemiddeling van Brusselse burgers en Antwerpse handelaren, die hem kwamen opzoeken. Op 19 januari 1524 schreef Maarten Luther hem een brief met nieuws over de broeders, die in Duitsland een veilig onderkomen hadden gevonden. Hij stierf in de gevangenis, waarschijnlijk door vergiftiging, en werd op 15 september 1528 onder de galg op de Flotsenberg (nu Hoogtepunt Honderd te Vorst) begraven.
Rechts van de Steenpoort nemen we de Rollebeekstraat en nu komen we aan

de Grote Zavel

Tijdens de XVIe eeuw werd de doodstraf niet alleen maar voltrokken op de Grote Markt. Soms vonden executies plaats buiten de stadsmuren of op andere pleinen zoals de Treurenberg of de plaats waar nu het Justitiepaleis staat. Op het plein van de Grote Zavel, dat toen de Paardenmarkt heette, werden op 1 juni 1568 negentien adellijke personen onthoofd, die het verzoek van het Eedverbond hadden ondertekend. De volgende dag ondergingen de baljuw van Edingen en de Calvinistische predikant Cornelis Nij een zelfde lot.Wij gaan nu langs de kerk van de Grote Zavel, steken de Regentschapsstraat over en komen dan in het park van

de Kleine Zavel

Hendrik van Brederode, de "Grote Geus", één van de initiatiefnemers tot het Eedverbond der Edelen

De aardrijkskundige Gerard Mercator

Filips van Marnix heer van Sint-Aldegonde: krijgsman en dichter, theoloog en pedagoog, polemist en patriot.

Hendrik van Brederode Gerard Mercator Filips van Marnix


In 1879 werd het standbeeld van de graven van Egmond en van Hoorne overgebracht van de Grote Markt naar de Kleine Zavel. Enkele jaren later kregen ze het gezelschap van tien andere beelden, die belangrijke figuren uit de XVIe eeuw voorstellen. Onder hen bevinden zich de volgende Protestanten: Willem van Nassau, bijgenaamd de Zwijger, bezieler van het verzet tegen de onderdrukkers; Hendrik Brederode, de "Grote Geus", één van de initiatiefnemers tot het Eedverbond der Edelen; de plantkundige en arts Rembertus Dodonaeus; de aardrijkskundige Gerard Mercator, wiens naam verbonden is aan een projectiemethode die gebruikt wordt bij het vervaardigen van scheepvaartkaarten; de kunstschilder Bernard van Orley, die reeds in 1527 wegens heresie veroordeeld werd; de uitgever van de eerste atlas, Abraham Ortelius, die behoorde tot een geheim genootschap dat bekend stond als "Het Huis der Liefde"; en tenslotte Philips van Marnix van Sint-Aldegonde, krijgsman en dichter, theoloog en pedagoog, polemist en patriot.
Achter het park bevindt zich

de Karmelietenstraat

KarmelietenstraatDaar vinden we het Egmontpaleis dat in de XVllIe eeuw door de prins van Arenberg gebouwd werd op de plaats waar Lamoraal, graaf van Egmond, een herenhuis in renaissancestijl liet optrekken. Links van het Egmontpaleis bevindt zich de Prins Albertkazerne waar vroeger het huis Culemburg stond. Daar klonk voor het eerst de strijdkreet van de Belgische Protestanten "Leve de Geus". In dit gebouw werd door een dozijn edelen, nadat dominee Franciscus Junius een gebed uitgesproken had, het beroemde verzoekschrift opgesteld. Meer dan duizend edelen ondertekenden het, waarna het door driehonderd onder hen aan de landvoogdes Margaretha van Parma werd aangeboden. Op 5 april 1566 begaven ze zich in optocht van het huis Culemburg naar het paleis van de landvoogdes. Bij het overhandigen van het smeekschrift zou één der raadgevers aan Margaretha hebben gezegd "Weest u niet bevreesd, Mevrouw, het zijn maar geuzen".
Op 8 april (en niet op 6 zoals ten onrechte op de gedenkplaat staat) vond een groot banket plaats. Tijdens deze maaltijd citeerde Hendrik Brederode de beledigende woorden waarna hij zich een bedeltas om de hals hing. Toen dronk hij uit een houten nap en riep uit: "Ik heb op de gezondheid van de Geuzen gedronken! Leve de Geus !"
Op een gedenkplaat die nogal hoog op de kazernemuur is aangebracht (links van de derde poort) vinden we de volgende tekst: "Hier stond in de XVIe eeuw het huis Culemburg waar den 6den april 1566 de Geuzen een gastmaal hielden. De Bloedraad deed het in 1568 tot de grond afbreken om de verdedigers der gewetensvrijheid te schandvlekken. Om hun gedachtenis te vereren heeft de gemeenteraad besloten deze gedenksteen te plaatsen, 1884". Op deze plaat bevindt zich ook het teken van de Geuzen: de halve maan, de nap en bedelzak, alsook de verenigde handen. Ook vindt men er drie van hun lijfspreuken: Liever Turx dan Pausch, Jusques à porter la besace, Libertas Vita Carior (de Vrijheid dierbaarder dan het leven).
Op 28 mei 1568 liet de hertog van Alva het huis Culemburg tot de grond afbreken en de plaats met zout bestrooien. Daarna liet hij er een zuil oprichten met de volgende inscriptie: "Onder de regering van Philips II, de zeer katholieke koning van Spanje, liet don Ferdinand Alvarez de Toledo, hertog van Alva, landvoogd der Nederlanden, het huis dat op deze plaats stond tot de grond afbreken, omdat er werd samengezworen tegen de Rooms-katholieke Kerk en Zijne Majesteit, in het jaar 1568". We lopen nu verder de Karmelietenstraat uit, slaan links af en gaan de Naamsestraat naar beneden, we steken het Koningsplein over, langs de Hofberg komen we aan de Koudenberg. In de linkerhoek vinden we een trap en die brengt ons voor

de Koninklijke Kapel of "Temple du Musée"

In 1804 stelde keizer Napoleon de hofkapel ter beschikking van de Protestanten. Deze werd door Faulte in 1760 gebouwd voor Karel van Lorreinen en is een weergave van de kapel van Versailles. Koning Leopold I ging er met zijn gevolg ter kerke en de predikanten C.H. Vent en F.W. Becker waren hofpredikers. Deze laatste versterkte de koning tijdens zijn laatste ogenblikken op aarde en leidde de uitvaartdienst van de vorst.
We keren nu op onze stappen terug en dalen de trappen af, die van de Koudenberg naar de Kunstberg leiden. We houden links aan en komen onder de gewelven aan

de Nassaukapel

Na vele strubbelingen werd deze kapel op haar plaats behouden en opgenomen in het gebouw van de Albertina (Koninklijke Bibliotheek). We staan hier voor het laatste overblijfsel van het Nassaupaleis. In 1520 verbleef A. Dürer er. In zijn dagboek lezen we: "Dat gebouw bevindt zich op een grote hoogte. Vanop de top kan men genieten van het prachtigste uitzicht dat men zich kan indenken, en ik meen dat er geen gelijkaardig is in gans Duitsland". In 1544 kwam het paleis door erfenis in het bezit van Willem de Zwijger, die de kapel ter beschikking stelde van de Franstalige Protestanten. Als we nu verder lopen en de trappen afdalen zien we aan de rechterhand het Centraal Station, ons vertrekpunt.

Bron: e.m. braekman. (uit "Le Lien "juli-augustus 1979 - vertaling m.j. b.)


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be