De Groenplaats, De Meirbrug, Op de hoek van de Everdijstraat, De Kammenstraat, De St.Andrieskerk, Het huis van Mercator-Ortelius, Het huis van Jordaens, Het Steen, De Grote Markt, De Handschoenmarkt, Het huis van Dürer…terug naar de Groenplaats
Het punt van vertrek is de uitgang van de metro op de Groenplaats.
De Groenplaats
Onder het 'Ancien régime', was dit de begraafplaats van de OLV-kerk. In 1804 werd deze begraafplaats omgevormd tot een plein, getooid met 121 lindebomen. Het kreeg de naam: Place Bonaparte. In 1843 heeft men er een standbeeld van Rubens opgericht. (Ter gelegenheid van 'Antwerpen '93, culturele hoofdstad van Europa, moest het plein geheel heraangelegd worden vanwege de bouw van een parkeergarage onder het plein. Hiervoor werd een beroep gedaan op het architectenbureau van Bob van Reeth. De echte Antwerpenaar mist nog steeds zijn 'Groenplaats', DW)
Op 17 oktober 1566 verzamelden zich allerhande mensen op de begraafplaats en tegen vijf uur wisten zij brandladders te bemachtigen, afkomstig uit de Papenschool. Deze fungeerden als stormram om de zuidpoort van de kathedraal te forceren. Een grote menigte liep te hoop en begon onder het roepen van: "Vivent les Gueux" (leve de geuzen), voor de tweede keer aan een beeldenstorm.
De Graaf van Hoogstraeten, begeleid door burgermilities, kwam aangesneld en, na de poort die de beeldenstormers hadden gebarricadeerd, geforceerd te hebben, overmeesterde hij verschillende van hen en doodde verscheidene anderen. Als gevolg van deze gebeurtenis, werden de burgermilities voortaan Papenknechten genoemd.
Volg nu de Schoenmarkt tot aan de Meirbrug.
De Meirbrug
Als gevolg van de slachtpartij op de geuzen die door Johan van Marnix op 13 maart 1567 te Austruweel waren bijeengebracht, verzamelden zich de volgende morgen talrijke calvinisten bij de Meirbrug. Ze waren ongeveer 3.000 man sterk en maakten zich op voor de strijd. Ze begaven zich via het Kipdorp, de Wolstraat en de Korte Koepoortstraat naar het stadhuis.
Zij stuurden onderhandelaars naar de burgemeester om de sleutels van de poorten op te eisen, het bezit van het stadhuis te claimen en de vrijlating te eisen van de zes gijzelaars, die de magistraat had genomen in ruil voor zes calvinisten.
Om tijd te winnen, deed de magistraat enige concessies en kondigde aan, dat de Grote Raad de volgende dag een antwoord zou geven. 's Avonds begaf de Prins van Oranje zich naar de Meirbrug om te praten, maar hij werd slecht onthaald en kon enkel aan de dood ontkomen door een aantal beloften te doen.
Op zaterdag 15 maart, na een vruchtloze ontmoeting tussen dominee Herman Moded en de magistraat, namen de katholieken de wapens op, evenals de buitenlandse handelaars (marchands étrangers?). Wat de lutheranen betreft, zij werden door beide partijen benaderd, maar kozen voor het katholieke kamp. Deze laatsten, met een rood lint om de arm 25.000 man sterk, wisten de St-Michiels abdij en het Muntgebouw in handen te krijgen en vertrouwden die toe aan de hoede van de lutheranen, terwijl de buitenlandse handelaren hun kamp opsloegen op het Kipdorp. De katholieken hadden de Schelde-oever en de Markt in handen.
Alvorens echter de strijd aan te binden met de calvinisten (15.000 man sterk, en op hun beurt getooid met een groen lint om de arm) vaardigde de magistraat de Prins van Oranje af, die een vredesvoorstel deed, dat het akkoord over de vrijheid van godsdienstoefening van 2 september 1566, bekrachtigde. De calvinisten aanvaardden dit voorstel en legden de wapens neer. Zo werd voorkomen dat de stad het slagveld werd van een burgeroorlog.
Volg de Wiegstraat en dan de Korte Gasthuisstraat.
Op de hoek van de Everdijstraat
In de Lange Gasthuisstraat behoorde het herenhuis op nr.31 in de 16e eeuw aan Matthieu Van Lyere, daarna aan de religieuzen van de abdij van Tongerloo. In 1580 werd het herenhuis bezet door de geuzen en in opvolging van een bevelschrift van de magistraat, op de 10e december ter beschikking gesteld van Philips van Marnix, die net verkozen was tot burgemeester. In dit huis heeft hij gewoond met zijn gezin tot aan de capitulatie van Antwerpen op 17 augustus 1585.
In de Everdijstraat, op de "lijmhof" of "int d'oudaenken" bouwden de calvinisten, in oktober 1566, één van hun eigen kerken, die echter al op 14 mei 1567 werd verwoest. Op diezelfde plaats werd 50 jaar later het Augustijner klooster opgericht.
Volg de Everdijstraat tot aan de Kammenstraat.
De Kammenstraat
Op de hoek van de Lombardenvest en de Steenhouwersvest, bevindt zich de Brouwerspoort. De schepen konden stroomopwaarts varen precies tot aan die poort, waar een sluis was aangelegd. Via deze straat daalde op de avond van 5 juli 1566 de graaf Hendrik van Brederode af, samen met enige edelen van het 'edelenverbond' tot aan het huis 'De Rode leeuw'. De menigte liep te hoop en Brederode verscheen aan het venster met een beker in de hand:
"Burgers van Antwerpen, ik ben in uw midden gekomen om u te beschermen ten koste van mijn leven en mijn fortuin, en om u te verlossen van de tirannie van de inquisitie en van de koninklijke edicten, die u bedreigen in uw vrijheid en in uw overtuigingen."
Daarna dronk hij de beker terwijl overal enthousiast de kreet klonk: "Vivent les gueux !"
In deze straat hebben ook talloze drukkers hun bedrijf gehad:
Volg de IJzerenwaagstraat, steek de Van Rijswijckplaats over, dan de Nationalestraat en ga de Augustijnenstraat in.
De St.Andrieskerk

In 1514 werd te Antwerpen een klooster van de orde der Augustijner heremieten gesticht, behorend tot de strikte observantie en afhangend van de provincie Sachsen, onder het opzicht van Johan Staupitz. Vanaf 1516 onderhoudt Luther een briefwisselling met de priors Johan van Mechelen en Jacobus Praepositus, die van Luther de bijnaam kreeg "het mollige Vlaminkje".
In 1519 schrijft Erasmus aan Luther:
"dat het Augustijner klooster in Antwerpen een prior heeft, een zuivere christen, die veel van u houdt, een voormalige leerling van u, zegt hij. Hij is -om het zo te zeggen- de enige die Christus predikt."
Antwerpen werd zo de wieg van de Reformatie in België. In 1521 echter werd Jacobus Praepositus gearresteerd en naar Brussel gebracht. Op 9 februari 1522 zweert hij daar zijn overtuiging af, maar heeft er vervolgens berouw van en vlucht naar Duitsland. Zijn opvolger, Hendrik van Zutphen, zet zijn werk voort. Gevangen gezet in de abdij van Sint-Michael, wordt hij bevrijd door woedende vrouwen en ook hij kan Duitsland bereiken.
Wanneer vervolgens de prior Lambert Thoren en de monniken volharden bij het prediken van de leer van Luther, wordt het klooster op 6 oktober 1522 gesloten en de monniken worden gevangengezet in Vilvoorde. De prior en twee monniken worden tot de brandstapel veroordeeld. Op 1 juli 1523 worden Hendrik Vos en Johannes van Esschen levend verbrand op de Grote Markt van Brussel (de eerste protestantse martelaren). Op het laatste moment had de prior Lambert Thoren nog uitstel gevraagd om na te denken. Hij wordt gevangen gehouden in Brussel en sterft onder mysterieuze omstandigheden in 1528. Omdat hij niet had herroepen, wordt hij begraven onder de galg te Ukkel.
Loop nu verder de Augustijnenstraat uit, dan de Muntstraat en sla dan linksaf de Kloosterstraat in. Blijf dan na ongeveer 50 meter staan voor:
Het huis van Mercator-Ortelius
Gerard Mercator, die was lastig gevallen door de inquisitie vanwege een landkaart van het Heilige Land, trok zich in 1533 ook terug naar Antwerpen. Teruggekeerd uit Leuven, werd hij 10 jaar later opnieuw vervolgd, dit keer onder de naam Gerard Schellekens, geleend van zijn vrouw. Vrijgelaten vanwege gebrek aan bewijs, emigreerde hij tenslotte in 1552 naar Duisburg, waar een Vlaamse Hervormde Kerk bestond. Zijn dochter huwde de pedagoog Johan Molanus en zijn kleinzoon Arnold Mercator werd predikant in Duisburg.
De opvolger van het werk van Mercator, Abraham Ortelius was een geboren Antwerpenaar. Zijn vader, Leonard, werkte samen met zijn zwager, Jakobus van Meteren, de vader van de beroemde historicus, aan de vertaling van de engelse bijbel van Miles Coverdale. Abraham Ortelius, wees vanaf zijn 12e, werd opgevoed in de gereformeerde leer door zijn oom, Jakobus van Meteren. Net als Christoffel Plantijn maakt hij deel uit van dat mysterieuze geheime genootschap, dat de naam droeg "Huis der liefde". Vaak diende zijn huis als toevluchtsoord voor protestanten, die zich in Antwerpen verborgen hielden, alvorens een vrij land te kunnen bereiken.
Tegenover het huis Ortelius bevindt zich de abdij van St-Michiel. Binnen de muren bevindt zich een verblijf, op schitterende wijze herbouwd in 1538, dat de naam 'Prinsenhof' draagt en diende als verblijfplaats voor illustere gasten, wanneer die zich in de stad ophielden. Het was in dit huis, dat op 18 maart 1582 Jean Jaureguy van dichtbij op Willem van Oranje schoot, toen deze van tafel opstond. De kogel doorboorde zijn beide wangen en gedurende een maand vreesde zijn omgeving voor zijn leven. Willem De Zwijger herstelde echter om vervolgens twee jaar later wel definitief geveld te worden door de kogels van Balthasar Gerards. Binnen de muren bevindt zich ook nog een schuur, die de lutheranen in 1566 hebben opgeknapt om er hun kerkdiensten te houden.
Keer op uw schreden terug naar de Schelde-oever en volg dan verder de Hoogstraat tot aan de Reyndersstraat, ga rechtsaf en betreedt op nr.6 de binnenplaats van:
Het huis van Jordaens
Jacob Jordaens werd in een huis aan de Hoogstraat, nr. 13, genaamd: "Het Paradijs" geboren en de volgende dag, 20 mei 1593, gedoopt in de kathedraal. Sommige auteurs zijn van mening, dat deze doop enkel een burgerrechterlijke formaliteit is geweest, omdat zijn ouders in het geheim protestant waren.
Op 14-jarige leeftijd wordt hij leerling bij de protestantse schilder Adam van Noort en in 1616 trouwt hij met diens dochter Catharina. In 1651 wordt hij veroordeeld vanwege ketterse geschriften en het jaar daarop begeeft hij zich naar Amsterdam. Hij schildert daar voor de bewoners van 'Huis ten Bosch' het enorme doek getiteld: "De overwinning van Frederik-Hendrik".
Vanaf 1655 is hij lid van de Hervormde Kerk van Antwerpen, de Brabantse Olijfberg, en als in 1659 zijn vrouw sterft wordt zij begraven op de begraafplaats van Putte, de plaats waar de hervormde Antwerpenaren worden teraardebesteld. Zijn woning is dan geworden tot een plaats waar erediensten gehouden worden en het Heilig Avondmaal wordt gevierd tijdens de grote feesten. Als hij op 18 oktober 1678 op dezelfde dag als zijn dochter Elisabeth sterft, worden zij beide eveneens begraven op het kerkhof van Putte. In 1829 is zijn graf ontdekt en gerestaureerd. Een gedenkteken met zijn borstbeeld, tooit de ingang van de begraafplaats van Putte.
Keer terug naar de Hoogstraat, loop door naar de Vlasmarkt en neem dan rechts de Ernest van Dijckkaai tot aan:
Het Steen

Gebouwd in de 9e eeuw, diende Het Steen vanaf de 12e eeuw tot 1824 als gevangenis. Onder het bewind van Karel De Vijfde werd het verbouwd, maar de bestemming bleef hetzelfde. Heel bijzonder zijn de ondergrondse gevangenissen, waar de lucht niet anders dan door kleine openingen kon doordringen.
"In één van deze helse plaatsen bevonden zich de palen voorzien van halsbeugels en ijzeren krammen, waar men de gevangenen aan vastmaakte; In een ander bewaarde men lange tijd de haken, katrollen en zware, van ringen voorziene, stenen, vreselijke martelwerktuigen; Een derde nog enger, donkerder en meer sinister dan de anderen, diende voor geheime executies. Daar onthoofde, verdronk (in kuipen) of martelde men tot de dood erop volgde die ongelukkige slachtoffers waarvan men de terechtstelling wilde ontrekken aan de liefde of aan de publieke verontwaardiging."
Tegenover Het Steen, op de hoek van de Zakstraat en de Mattenstraat bevindt zich de rechtbank van de 'Vierschaere'. In 1540 overgebracht naar deze plaats werd hier de eerste veroordeling uitgesproken op 28 mei. Eigenlijk gaat het hier om een enkel met een luifel overdekte open plaats. Op een bank zaten de schepenen tegenover de getuige, en op twee dwars geplaatste banken zaten, aan de ene kant, de aanklager en aan de andere kant de beschuldigde of de verdediger.
Volg de Zilversmidstraat tot aan:
De Grote Markt
Centraal op de markt staat de fontein Brabo, een werk van Jef Lambeaux, voorstellend de held van de legende, die de hand van de reus Antigoon in de rivier werpt (Antigoon versperde de Schelde en werd door de Romeinse soldaat Brabo verslagen). Het is de populaire uitleg van de naam van de stad: "'Ant-werpen" (hand-werpen). In werkelijkheid echter is het waarschijnlijker dat de oorsprong van de naam is: 'Aan 't werf' of 'Aanwerp' (dat zou dan betekenen respectievelijk 'aan de kaai' en 'in de stroom vooruitstekende verhevenheid)
Het stadhuis is tussen 1561 en 1565 gebouwd door Cornelis Floris De Vriendt en werd 10 jaar nadien reeds in de as gelegd tijdens de 'Spaanse Furie' (4 tot 6 november 1576), waarbij zo'n 600 huizen in vlammen zijn opgegaan en het dodental ergens tussen de 5 à 7.000 moet hebben gelegen. Het werd echter onmiddellijk herbouwd en drie jaar later konden de Staten-Generaal zitting houden in de Statenkamer.
De Grote Markt is het schouwtoneel geweest van talloze terechtstellingen van protestanten, waaronder zeker die van 4 oktober 1564 van de predikant Christophe Fabri genoemd moet worden. Toen er een oproer ontstond om het slachtoffer van het vuur, dat alleen maar aan hem lekte, te bevrijden - het verhaal wil, dat "de beul een beetje stro in de baard van het slachtoffer had gestopt" - sloeg de beul hem het hoofd in met een ijzeren hamer, zodat de predikant lange tijd half verbrand, in doodsstrijd is geweest.
Onder de huizen die het plein omzomen, moeten vermeld worden:
Begeef u nu naar de Handschoenmarkt waar zich het 'Putteke' van Quinten Metsijs bevindt.
De Handschoenmarkt
Op dit plein bevindt zich het mooie smeedijzeren werkstukje toegeschreven aan Quinten Metsijs en daterend van 1490. Eerst bestemd voor de put tegenover het oude gemeentehuis, werd het hierheen overgebracht in 1557. Bovenop een prieeltje van kunstig dooreengevlochten twijgen zien wij een klein beeldje van Silvius Brabo. Quinten Metsijs of Massys, afkomstig van Leuven en oorspronkelijk smid van beroep, werd schilder uit liefde. Toen hij in 1530 stierf liet hij twee zonen-schilders na, van wie de oudste, Johan, in 1544 werd vervolgd wegens ketterij en van wie de kleinzoon, Quinten, Antwerpen verliet en stierf in Frankfort in 1589.
Eerst kapel, toen kapittelkerk en tenslotte in 1559 kathedraal, toen er 14 nieuwe bisdommen werden opgericht, viel de Onze-Lieve-Vrouwe Kerk op 20 augustus 1566 voor de eerste keer ten prooi aan de beeldenstormers. De avond tevoor was het begin van de traditionele 'Ommegang' al verstoord door de roep:
"Maaiken, Maaiken, dit is uw laatste uitgang."
Dankzij de Prins van Oranje was het toen niet tot vernielingen gekomen. Op de 20e augustus echter, in de late namiddag, is de verwoesting begonnen en heeft zich uitgebreid over al de kerken van de stad. De volgende dag heeft de beeldenstorm de ronde gedaan langs de kerken van de dorpen en de kloosters in de omgeving. De 22e preekte Herman Moded in de kathedraal en eiste dat alles wat gestolen was, zou worden teruggegeven. Ten gevolge van deze gebeurtenis konden de protestanten hun kerkdiensten op verschillende plaatsen in de binnenstad houden. (Recent onderzoek van dr. Guido Marnef heeft aangetoond dat de beeldenstorm in Antwerpen wel eens met medeweten van de kerkeraad op zeer ordelijke wijze zou kunnen zijn geënsceneerd met het duidelijke doel om de kerk geschikt te maken voor protestants gebruik, DW)
Na de instelling van de 'Calvinistische Republiek van Antwerpen' in september 1577 werden de hervormde kerkdiensten weer in het openbaar belegd. Op 16 maart 1578 telde men vijftien (15) plaatsen in Antwerpen waar gepreekt werd. Toen op 1 juli 1581 de Mis werd afgeschaft, werden er kerkdiensten gehouden in alle kerken.
Volg de Blauwe Moezelstraat, de Korte Koepoortstraat en de Wolstraat tot aan:
Het huis van Dürer
Op 12 juli 1520 uit Neurenberg vertrokken, kwamen Albert Dürer en zijn vrouw Agnes op 2 augustus in Antwerpen aan. Zij namen hun intrek in de herberg van Jobst Plankfelt en bleven een jaar in de wereldstad Antwerpen. Dürer heeft hier verscheidene kunstenaars ontmoet: Quinten Metsijs, Joachim Patenir, Bernard Van Orley, maar ook de Augustijner monniken met hun prior Jacobus Praepositus en enige humanisten: Cornelius Grapheus, Peter Gillis en Desiderius Erasmus. Hier vernam hij op
"op vrijdag (17 mei) voor Pinksteren, in het jaar 1521, (...) te Antwerpen, hoe Martin Luther op verraderlijke wijze was gevangen genomen. (...) En als hij nog leeft of als ze hem al hebben vermoord, wat ik niet weet, in elk geval zal hij het lijden ondergaan uit liefde voor het christelijk geloof."
Twee maanden nadien verlaat hij Antwerpen. De pauselijke gezant Alexander is in de buurt. Op 13 juli 1521 heeft de eerste boekverbranding plaats: 400 boeken van Luther worden op de Grote Markt aan het vuur prijs gegeven.
Keer nu terug naar de Groenplaats via de Wijngaardstraat, de Korte Koepoortstraat, de Melkmarkt en de Sint-Pieterstraat.
Bron: naar een Frans origineel van dr. E.M. Braekman. vernederlandsing: Dick Wursten
Franstalige versie: protestanet.be