Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

William Tyndale (1494 - 1536)

Waar en wanneer William Tyndale werd geboren, is niet met zekerheid te zeggen. Men is het er in het algemeen over eens dat hij in 1494 in het graafschap Gloucestershire het levenslicht zag en in het dorpje Stinchcombe zijn prille jeugd doorbracht.

William Tyndale

Zijn familie is niet onbemiddeld en kan de jonge William laten studeren in Oxford waar hij in 1515 het diploma "Magister Artium" behaalt.
Hij geeft zijn voornemen te kennen om priester te worden en keert terug naar Oxford om theologie te studeren. In 1517 - hetzelfde jaar dat Luther zijn 95 stellingen tegen de aflaat op de deuren van de slotkerk van Wittenberg spijkert - wordt hij priester gewijd.

In Oxford onthalen de studenten de ideeën van Luther met sympathie, waardoor ze zich het ongenoegen van de geestelijkheid op de hals halen. Tyndale ondervindt dat hier geen ideale sfeer heerst om theologie te studeren en laat zich inschrijven aan de universiteit van Cambridge. Daar stelt de overheid zich milder op tegenover de nieuwe leer. Erasmus was er van 1511 tot 1514 professor in de godgeleerdheid geweest en in 1516 had hij er de eerste druk van het Nieuwe Testament in de originele Griekse tekst uitgegeven.

Bij het bestuderen van het Nieuwe Testament beseft Tyndale hoe ver paus en bisschoppen afgeweken zijn van de leer van Christus. In 1522 heeft hij genoeg van de dorre, onvruchtbare bijbeldiscussie en hij verlaat Cambridge om zich te wijden aan het onderwijs en de verkondiging van het woord van God.

Hij reist af naar Little Sadbury waar hij privé-leraar wordt van de kinderen van Sir John Walsh, een gewezen raadsheer aan het hof van Hendrik VIII. Tijdens een avondmaal ten huize van Sir John haalt hij zich de woede op de hals van prominente, hooggeplaatste kerkleiders door te verklaren dat het Engelse volk in staat moet kunnen zijn om de bijbel te kunnen lezen in de volkstaal.
Het incident is zo ernstig dat Sir John zich verplicht ziet een einde te maken aan Tyndale's opdracht.

Hij krijgt een aanbevelingsbrief mee voor de bisschop van Londen Cuthbert Tunstall. Tyndale bepleit daar vruchteloos zijn voornemen om een bijbel in de volkstaal te drukken.
Tijdens zijn verblijf in Londen maakt hij kennis met een lakenkoopman die de nieuwe leer gunstig gezind is. Zo komt hij aan de weet dat er vanuit de Duitse hanzesteden Lutherse boeken worden gesmokkeld naar een aanlegplaats aan de Thames. Tyndale komt tot het besef dat het praktisch onmogelijk is in Engeland een bijbel in de volkstaal te drukken.
In Duitsland is de boekdrukkunst verder gevorderd dan in zijn vaderland. Daarom besluit hij naar Hamburg af te reizen. Voor zijn vertrek doet hij een uitspraak die voor de rest van zijn leven zijn leidmotief zal worden: "Indien God mijn leven spaart, zal over luttele jaren een boerenjongen aan de ploeg meer weten over de Schrift dan de paus".

Omdat het noorden van Duitsland zich zeer tolerant tegenover het Lutheranisme opstelt, kan Tyndale er aan het werk gaan zonder zich over zijn veiligheid zorgen te maken. Het duurt niet lang of zijn bijbels worden met duizenden clandestien naar Londen verscheept en verkocht. Tyndale's werk kent zo'n bekendheid dat de Engelse overheid ingrijpt en spionnen naar het vasteland stuurt om, samen met keizerlijke agenten, de ketter Tyndale op te sporen en aan te houden.
Ondertussen verlegt Tyndale zijn activiteiten naar Keulen en dit om praktische redenen. Daar kan hij op het nippertje ontkomen aan zijn belagers en vlucht hij naar Worms om zich later in Marburg te vestigen.

In 1529 heeft Tyndale een definitief verblijf in Antwerpen, omdat hij daar naar eigen zeggen de reformatie het best kan dienen. Zijn vrienden in Hamburg zijn hierover zeer ontgoocheld en zien hem met lede ogen vertrekken.

Keizer Karel kondigt verscherpte maatregelen aan in de Nederlanden en de nieuwe kanselier van Engeland Thomas More laat al de werken van Tyndale op de zwarte lijst zetten. Een aantal studiegenoten en collega's van Tyndale worden opgepakt en sterven op de brandstapel.

De nieuwe raadsheer van Hendrik VIII, Thomas Gromwell, stuurt een agent naar Antwerpen om te proberen Tyndale over te halen naar Engeland terug te keren.
Tyndale weigert het aanbod, omdat hij vroeger duidelijk de zijde heeft gekozen van de tegenstanders van Hendriks huwelijk met Anna Boleyn.
Hij blijft in Antwerpen voortdurend verder werken aan zijn vertalingen en reformatorische geschriften. Ook bezoekt hij geregeld landgenoten en sympathisanten van de nieuwe leer.
Een bevriend koopman Thomas Poyntz van wie we later nog zullen horen, geeft Tyndale een veilig onderkomen in het Engels Koopmanshuis in Antwerpen omdat het er steeds gevaarlijker wordt voor de aanhangers van de nieuwe leer.
Uiteindelijk wordt Tyndale verraden door een landgenoot, Henry Phillips, een aan lager wal geraakte student van Oxford. Met de hulp van soldaten van het Spaans garnizoen lokt hij Tyndale in de val. Dezelfde dag nog wordt Tyndale naar het kasteel van Vilvoorde gebracht.
Het werd in opdracht van Wenceslas, hertog van Brabant, in 1374 gebouwd volgens de plannen van de Bastille in Parijs. De architect was Adam Gherijs die ook de plannen tekende voor de kerk van O.L.V.-van-de-goede-Hoop, de hoofdkerk van Vilvoorde.
Ofschoon het in 1521 reeds veel tekenen van verval vertoont, besluit Karel V het te gebruiken als staatsgevangenis voor de hele Nederlanden. Aanvankelijk worden er misdadigers van gewoon recht in opgesloten, maar nadien wordt het ingeschakeld in de meedogenloze repressie tegen de ketterij.
De ruïne werd afgebroken in 1774 en de stenen gebruikt voor de bouw van een Staatsgevangenis op last van de keizerin van Oostenrijk, Maria Theresia. Dit gebouw, "de Correctie" geheten, bestaat nog altijd.

Tyndale zal er één jaar en 135 dagen gevangen gehouden worden. Tijdens die periode heeft de voorheen genoemde Poyntz alles in het werk gesteld om zijn vriend te redden. Hij laat zijn gezin in de steek, verwaarloost zijn zaak en wordt uiteindelijk als ketter gevangen gezet. Hij kan ontsnappen en naar Engeland vluchten waar hij tot aan zijn dood inde grootste armoede verkommert.

Door de slechte financiële toestand van de staatskas wordt het kasteel steeds bouwvalliger en is het toezicht op de gevangenen lakser geworden.
Tyndale kan gemakkelijk ontsnappen, maar hij doet het niet. In de plaats daarvan bereidt hij zijn verweer voor tegen de aantijgingen van de twee Leuvense theologen, met wie hij op geregelde tijdstippen wordt geconfronteerd: het zijn Jacob Masson met de Latijnse naam Lathomus en Ruard Tapper, alias Enchusanus.
Tyndale's houding in de gevangenis dwingt zo'n respect af bij zijn omgeving dat zijn cipier zich bekeert tot de nieuwe leer en de anders zo hardvochtige vertegenwoordigers van de Inquisitie tot het uiterste gaan om hem van de brandstapel te redden.

Maar Tyndale wijkt niet van zijn denkbeelden af. Het enige document in Tyndale's handschrift bevindt zich in het Rijksarchief te Brussel. In het museum ligt een kopie van dit document, zijnde een brief waarin hij de gouverneur van het kasteel verzoekt om warme kleren, pen en papier en zijn Hebreeuwse boeken.

Het is inmiddels najaar geworden en het proces loopt ten einde. Tyndale wordt veroordeeld tot de brandstapel, maar bij wijze van gunstmaatregel zal hij eerst gewurgd worden. Het vonnis wordt voltrokken op het binnenplein van het kasteel. Tyndale's laatste woorden waren: "Heer, open de ogen van de koning van Engeland".
Zijn assen werden in de Zenne gestrooid.

Bron: Robert Camphijn


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be