Protestantse Kerken België

 contact |  over ons |   organigram

Hugenoten en het hugenotenkruis

In de 16e eeuw ontstond in navolging van Calvijn in Frankrijk een gereformeerd protestantse stroming. De aanhangers van deze kerkelijke leer kregen de naam Hugenoten

Hugenoten

Oorsprong van de naam Hugenoot

Het is niet bekend waar deze benaming oorspronkelijk vandaan kwam. Een aantal theorieën bestaan:

  • Bijeenkomst van hugenoten op een geheime plaats in de Cevennen (Frankrijk). Een schilderij uit het Musée du Désert."Huguenot" komt mogelijk van "Huc nos" of bepaalde Zwitserse woorden, wat betekend koppig of hardnekkig volk.
  • Het kan ook afgeleid zijn van de kleine muntstukken gekend onder de naam "Huguenots" in de tijd van Koning Hugo Kapel, of het kan een afleiding zijn van Hugo Kapels christelijke naam.
  • Of een verbastering van het Zwitserse woord Eidgenossen (eiguenots op zijn Frans), wat betekend eed - deelgenoot.

Geschiedenis...

In de nacht van 23 op 24 augustus 1572 vond te Parijs de zo genoemde Bartholomeusnacht of Parijse bloedsbruiloft plaats. Met instemming van de koningin-moeder Catharina DE MEDICIS werd door de katholieke partij een bloedbad onder de Hugenoten aangericht die op dat moment in Parijs waren om daar de bruiloft te vieren van een van hun leiders, Hendrik VAN NAVARRA (de latere koning Hendrik IV), die met Magaretha (de zuster van koning Hendrik II) in het huwelijk trad.

Op 13 april 1598 vaardigde deze Hendrik IV, inmiddels koning en katholiek geworden, het Edict van Nantes uit. Dit Edict beloofde de Hugenoten godsdienstvrijheid en gaf hen een aantal pandsteden. De Hugenoten konden zich toen in vrijheid ontwikkelen. Het werd hun toegestaan kerken te bouwen, zei het dat deze niet de naam van kerk mochten voeren en daarom ook wel "temples" genoemd werden. Voorts werd het hen toegestaan functies te bekleden in het bestuursapparaat en in het leger. Bovenal verkregen zij toestemming legers uit te rusten en garnizoenen te houden. Gaandeweg deze periode van vrijheid groeide de aanhangers van deze leer tot ongeveer 10 procent van de totale bevolking. Mede omdat het onderwijs onder deze bevolkingsgroep hun bijzondere belangstelling had kwamen er uit hun midden vele vooraanstaanden en geleerden voort.

Hun vrijheid was echter van korte duur. Al twintig jaar later, met de komst van Lodewijk XIII en Richelieu begon de beteugeling van deze pas verworven vrijheid. Richelieu maakte een einde aan de politieke machtspositie van de Hugenoten. In 1628 gelukte het hem hun de laatste van hun pandsteden (La Rochelle) te ontnemen. Dit Hugenotenbolwerk viel na een langdurig beleg waarbij veel slachtoffers vielen. De veldslagen die erop volgden werden vernietigend gewonnen door de koninklijke troepen, waarmee er een einde kwam aan de politieke- en militaire macht van de Hugenoten.

Er volgde een periode van betrekkelijke rust tot de katholieke koning Lodewijk XIV, na de dood van Mazarin in 1661 persoonlijk de regering in handen nam. Een politiek van harde maatregelen tegen de Hugenoten volgde. Deze kleinzoon van Hendrik IV werd ook wel "De Zonnekoning" genoemd. Aanvankelijk was Lodewijk niet echt religieus geïnteresseerd geweest. Toen hij in 1661 de macht in handen kreeg wilde hij echter kennelijk geschiedenis maken als de vorst die van Frankrijk weer een katholiek land maakte. Stukje bij beetje werden er maatregelen uitgevaardigd die het Edict van Nantes steeds verder aantastte.

Uiteindelijk werd op 18 oktober 1685 het Edict van Nantes herroepen. Dit had als gevolg dat de positie van de Hugenoten onmogelijk werd en hun kerken vernietigd werden. Zij die openbare functies bekleedden werden uit hun ambt gezet, ambachtslieden werden uit de gilden verstoten, protestantse scholen werden aan katholieken overgedragen of kortweg opgeheven. Er werden met terugwerkende kracht zware belastingen opgelegd die men kon voorkomen door het gereformeerde geloof schriftelijk af te zweren en terug te keren tot de katholieke kerk.

Velen kozen eieren voor hun geld maar degenen die zich niet lieten "bekeren" kregen verdergaande terreur te verduren. Ter overtuiging werden cavaleristen en soldaten over het land uitgezonden voor de zogenaamde "missie met de laars" (mission botté). Bij halsstarrige Hugenoten werden op koninklijk gezag dragonders ingekwartierd, zogenaamd ter bescherming tegen katholieke geweldplegers. Voor niets ging echter de zon op. Degenen die deze "bescherming" genoten dienden de ingekwartierde soldaten in hun levensonderhoud te voorzien en bovendien een dagvergoeding te verstrekken. Naarmate er meer kapitaal of goederen aanwezig waren werden er meer soldaten ingekwartierd zodat in korte tijd het vermogen van het slachtoffer als sneeuw voor de zon verdwenen was. Kon iemand zijn verplichtingen uiteindelijk niet meer nakomen dan werd de vordering voldaan door het huisraad van de gastheer te verkopen.

Zij die niet tot het katholieke geloof terugkeerden waren zo uiteindelijk gedwongen huis en haard te verlaten en naar het buitenland uit te wijken. Deze uittocht had al ongeveer 20 jaar voor de herroeping van het Edict van Nantes een aanvang genomen. Vooral landen als Zwitserland, Engeland, Nederland, Duitsland (Brandenburg) en Kaap de Goede Hoop werden hun bestemming. In die landen hebben zij, mede door hun doorgaans hoge scholing en ontwikkeling, een bijdrage in cultureel en economisch opzicht geleverd.

Het Hugenotenkruis

Het hugenotenkruis

Maltezerkruis

Het MaltezerkruisHet teken is samengesteld uit drie delen waarbij het Maltezerkruis de centrale positie heeft. Dit kruis, welke zich onderscheid van andere door de vier vanuit één punt vertrekkende armen die breed uitlopen, vindt men reeds terug bij de ridders van Malta. Dit zijn de erfgenamen van de tempelorde van Johannes van Jeruzalem die teruggaat tot ongeveer 835 na Christus. Later, omstreeks 1100, vinden we dit kruis eveneens terug bij de Katharen. Deze vervolgde groep christenen hield zich voornamelijk op in de Pyreneeën. Het woord 'Katharen' komt van het Grieks en betekent 'reinen'. Ze hielden zich strikt aan een heiligende levensvorm. Het Johannes-evangelie gold als hun enige leidraad en was bij ieder in hun enige kledingstuk op de plek van het hart ingenaaid. De Katharen werden door de pauselijke troepen uitgemoord. Na hen werd het Maltezerkruis nog door tal van groepen gebruikt. Daarbij was hun voornaamste motief onderscheid te maken met het Latijnse kruis (= rechte armen waarvan de onderste langer dan de andere) en het Griekse kruis (= vier gelijke armen).

Reformatie

Het Malterzerkruis tijdens de reformatieperiodeZo kwam het Maltezerkruis in de roerige 16de eeuw terecht. De tijd van de reformatie. In die dagen richtte Henri III, koning van Frankrijk, een eigen orde op die hij als naam 'Ordre de chevaliers du Saint-Esprit' meegaf. Als embleem koos hij het Maltezerkruis waarvan hij de acht scherpe hoeken afrondde door er bollen op aan te brengen. Het kruis werd toen namelijk vervaardigd op grootte van een handpalm. Door de scherpe hoeken af te ronden wou koning Henri III voorkomen dat het kruis als wapen zou kunnen gebruikt worden. Vervolgens verbond hij de vier armen van het kruis met de bladeren van een lelie. Deze bloem gold en geldt nog steeds als de Franse bloem bij uitstek.

De duif 

DuifDe orde was echter niet zo'n lang leven beschoren. Protestanten werden ten andere gediscrimineerd, vooral op het vlak van onderscheidingen en militaire eretekens. Pas halfweg de 18de eeuw, tijdens het bewind van Louis XV (1759) werd het toegestaan om protestanten officieel te onderscheiden. Daartoe ging men op zoek naar een embleem. Men diepte het kruis van de 'Ordre de chevaliers du Saint- Esprit' op en doopte het 'Hugenotenkruis' naar de eerste Franse protestanten die als martelaren vervolgd waren. Zo kregen de protestanten in Frankrijk hun eerste onderscheidingsteken. Het teken bestond toen nog steeds zonder duif.

Dit laatste kleine onderdeeltje kwam er tijdens de 19de eeuw bij, toen het embleem van militair onderscheidingsteken naar sieraad of herkenningsteken evolueerde. In de Franse traditie was het kleinste sieraad een duifje. Men gaf het als geschenk wanneer men niks anders meer bezat. Het stond zowat symbool voor de waardige armoede, hetgeen men zich ten andere nog gedurende lange tijd op de hals haalde door openlijk van zijn protestants geloof te getuigen. In onze streken kent men het symbool van de bedelzak dat zowat dezelfde functie vervulde en ook reeds op de vroegste geuzenpenningen is afgebeeld. Zo kwam de duif, als symbool van de H. Geest het teken volledig maken.

In de laatste 150 jaar hebben verschillende tradities verschillende betekenissen aan het teken meegegeven, hetgeen het sieraad enkel aan uitstraling deed toenemen.
We merken nu dat de historische ontwikkeling het Hugenotenkruis nog meer diepgang geeft. Deze diepgang kan enkel bijdragen aan de pracht van diegene die het Hugenotenkruis draagt, namelijk: de mens die als beeld van God van zijn/haar schepper getuigt.

Bron Hugenotenkruis: Johan Temmerman (Protestants Nieuws - Mei 1996)

Musea

Huguenot Memorial museum

Hugenoten museum (Franschhoek Zuid-Afrika) Adres:

PO Box 37
Franschhoek, 7690
Zuid-Afrika

Musée du Désert

Musée du Désert Adres:
Mas Soubeyran
30140 Mailet
Frankrijk

 


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: protestanet.be