Protestantse Kerken België | John Wesley (1703 - 1791)

Huis van het Protestantisme |  contact |  organigram

John Wesley (1703 - 1791)

John Wesley werd geboren op 17 juni 1703, vijftiende kind van Samuel Wesley, een predikant in het Engelse Epworth, en Suzanna Wesley, een strenge, maar vrome moeder.

Deel I

Wie was John Wesley?
John Wesley's Studies. De Holy Club.
John Wesley in Amerika
John Wesley's bekering: Aldersgate
Engeland in de 18e eeuw
John Wesley als Predikant

Deel II

John Wesley's Boodschap
Hoe bracht John Wesley deze boodschap aan zijn publiek?
Wat waren de verschillende reakties op Wesley's boodschap?
Wie heeft kritiek op Wesley uitgeoefend, en waarom?
Hebben we vandaag nog iets van Wesley te leren? Is hij nog relevant?
Waar kan ik meer informatie vinden over Wesley en het Methodisme?
Wie was John Wesley?

John Wesley werd geboren op 17 juni 1703, vijftiende kind van Samuel Wesley, een predikant in het Engelse Epworth, en Suzanna Wesley, een strenge, maar vrome moeder. De kinderen werden door haar opgevoed en geschoold, en leerden lezen in de Bijbel. Zowel Suzanna's strikte pedagogische principes (1) als haar diep geloof en vertrouwen in God gingen een diepe invloed uitoefenen op John's later leven en geloofsbelevenis.

Toen John vijf jaar oud was, schoot het huis van de Wesleys in brand. Waarschijnlijk werd de brand gesticht door dorpelingen, die het oneens waren met Samuel's prediking en politiek. Het gezin vluchtte het huis uit, maar John sliep in een kamertje boven, en toen hij wakker werd, stond de trap al in de vlammen. Pas op het laatste nippertje werd hij door buren via het venster naar beneden gehaald. Deze ervaring speelde in Wesley's leven een doorslaggevende rol. Hij beschreef zichzelf als "een brandhout uit het vuur gerukt" (Zach. 3:2, Amos 4:11), en zag de gebeurtenis als een metafoor voor de Christen, die door Christus' genade aan de vlammen van de hel kon ontsnappen. Hij leefde ook verder in de overtuiging, dat God hem gered had, om voor Hem een bepaalde taak te vervullen. De tekst "a brand plucked from the fire" kwam op zijn graf (2) te staan.
John Wesley's Studies. De Holy Club.

John ging studeren om, de familietraditie getrouw, predikant te worden.

In 1720 ging hij naar Oxford, waar hij weigerde deel te nemen aan het losbandige studentenleven. Afgestudeerd in 1724, werd hij in 1725 als predikant ingezegend. In 1926 werd hij fellow (lid) van Lincoln College, met een leeropdracht in het Grieks. Met een paar studiegenoten, waaronder zijn broer Charles, stichtte hij de "Holy Club" om, in zijn eigen woorden, een "volledig Christen" te worden. Leden van de Holy Club legden zichzelf een strikte levens- en geloofsdiscipline op -- een leven van Bijbelstudie, gebed, vasten en bezinning, maar ook een actief engagement, m.n. tegenover armen en gevangenen. Het is deze vrome levensstijl die, voor het eerst, als "Methodistisch" bestempeld werd.

Uit deze periode dateert John Wesley's programmatische prediking, "The Circumcision of the Heart", waarin hij het leven van de Christen definieert als een diepe, persoonlijke aanvaarding van Gods openbaring, Zijn genade en liefde, die de Christen ertoe aanzet, een leven te leiden van "holiness": een leven geheel aan God gewijd in zondeloosheid, nederigheid, gehoorzaamheid, geloof, hoop en (in de dagelijkse praktijk) naastenliefde.


John Wesley in Amerika

De Society for the Propagation of the Gospel zond John en Charles naar Georgia, in Amerika, om er enerzijds het geestelijk welzijn van de Amerikaanse kolonisten te bevorderen, en anderzijds de Indianen tot Christus te bekeren. Maar dit project werd voor Wesley een fiasco, zowel op persoonlijk als geestelijk vlak. Enerzijds kreeg hij, om allerlei persoonlijke redenen, ruzie met sommige kolonisten, en anderzijds voelde hij zichzelf niet stevig genoeg in het geloof, om met de bekering van anderen aan te vangen. "Ik ging naar Amerika om de Indianen te bekeren", schreef hij. "Maar O, wie zal mijzelf bekeren?" Hij bleef zoeken naar vrede met God in zijn hart.

Toch zou de reis naar Amerika zijn vruchten afwerpen. Op de boot naar Amerika ontmoette John een groep Moravische Broeders, en kwam zeer onder de indruk van het vertrouwen in God, dat zij tijdens een hevige storm vertoonden. Hij nam deel aan hun bezinnings- en zangstonden, en ontdekte, dat hij Jezus Christus weliswaar kende, maar nog niet echt als zijn persoonlijke Heiland aanvaard had. Hij bleef zoeken.

John Wesley's bekering: Aldersgate

Het antwoord kwam pas na zijn terugkeer in Londen. Op 24 Mei 1738 woonde John in Aldersgate Street een bijeenkomst bij, waar uit Luthers commentaar op Paulus' Brief aan de Romeinen werd voorgelezen. Plots sloegen de woorden in, en Wesley voelde "een vreemde warmte in zijn hart: God had er een vuur aangestoken, dat nooit meer gedoofd zou worden. (3) " Plots ontving hij de overtuiging, dat hij, persoonlijk, door Christus gered was, en dat dit voorrecht, Gods genade, voor allen openstond. Met zijn broer Charles, die een paar dagen tevoren een gelijksoortige ervaring was ondergaan, bracht hij zijn bekering onder woorden in het gezang "Where shall my wondering soul begin?", waarin vers 5 (4) het duidelijk maakt, dat Gods genade voor alle zondaars toegankelijk is. En onmiddellijk voelde John zich geroepen, dit woord van genade aan allen te verspreiden -- vooral aan diegenen, die in het Engeland van toen liefdeloos naar de zelfkant van de maatschappij werden verdrongen, en wiens leven weinig waarde had.

Engeland in de 18e eeuw

 
De 18e eeuwse Engelse maatschappij verkeerde in een erbarmelijke staat. Als resultaat van de politiek der Enclosures (de groepering van landbouw-, graas- en gemeenschapsgronden in grote eigendommen ten bate van de grote grondbezitters) vluchtten veel plattelanders naar de steden, in de hoop er gemakkelijk werk te vinden. Niet zelden vielen zij ten prooi aan de exploitatie, die samenging met de eerste tekenen van de industrialisatie en massaproductie: urenlange arbeid voor mannen, vrouwen en kinderen in de mijnen of in sweatshops zonder licht, lucht of veiligheid, en dat alles voor een hongerloon, dat dikwijls in de kroeg verdween. Huisvesting in klamme, koude kelderwoningen, zonder verwarming of hygiëne. Alcoholisme en prostitutie, moord en diefstal waren er schering en inslag. Tezelfdertijd leefden de bevoorrechte klassen in (betrekkelijke) luxe en comfort. De meeste kerken verspreidden een conservatieve boodschap zonder sociaal engagement, en verwierpen armoede hetzij als het resultaat van luiheid, hetzij als een bestemming van Gods wil, volgens dewelke eenieder zijn plaats op de sociale ladder kreeg toegewezen ("The rich man in his castle, The poor man at his gate, [God] made them, high or lowly, And ordered their estate"). Een inspanning om aan dit lot te ontsnappen werd aldus een vorm van verzet tegen Gods beleid. Rechtspraak bevoorrechtte het eigendom en bezit van de gegoede klassen.

John Wesley als Predikant

John Wesley ging uit, o.a. van Lukas 4:18 (Jesaja 61:1-2): "De Geest des Heren is op mij daarom, dat Hij mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen", en bracht aan deze verworpenen de boodschap van de liefde en genade Gods, die voor allen toegankelijk was -- niet slechts voor een elite van bevoorrechten of uitverkorenen. In dit opzicht was zijn theologie meer Arminiaans (Remonstrants) dan Calvinistisch. Het idee van predestinatie stuitte hem tegen de borst: hij verklaarde, dat Gods genade vrij was voor al wie zijn staat van zonde erkende en Christus' zoenoffer aanvaardde -- dat genade niet door goede werken of goed gedrag "verdiend" kon worden -- maar dat men wel, door slecht gedrag, die genade de rug kon toekeren en "kwijtraken". De ontvangst van Gods genade hield dus een zware verantwoordelijkheid in (Responsible Grace), alsook een moraal. Wesley zag als zijn levenstaak, "ons land en onze kerk te hervormen, en doorheen ons land Bijbelse heiligheid te verspreiden".

Wesley's boodschap van de gelijkheid van allen voor God werd door de adel, de bevoorrechte klassen en zelfs de officiële kerk ervaren als een subversieve en revolutionaire houding, die de autoriteit en voorrechten van het Establishment zou kunnen aantasten. Alsmaar vaker werden de deuren en kansels van de kerken voor Wesley gesloten.

Maar Wesley wist deze beproeving in een zegen om te vormen: Hij ging de mensen, die hem het meest nodig hadden, dààr opzoeken, waar ze te vinden waren: in de velden, op de marktplaatsen en dorpspleinen, in de achterbuurten en herbergen. En daar bereikte hij een publiek, dat een werkelijke behoefte had aan een boodschap van liefde en genade, maar dat nooit een kerk zou zijn binnengestapt om er een antwoord te zoeken op zijn diepste levensvragen.

Het is deze benadering -- een welkome boodschap, die voor allen een belofte inhield, zowel in het heden als in het hiernamaals, en verspreid via media, dat inslag vonden bij het publiek -- die het enorme succes van Wesley's evangelisatiecampagne kan uitleggen.

John Wesley's Boodschap

In zijn eenvoudigste vorm -- het is bijna een karikatuur -- Was de inhoud van Wesley's boodschap: kies tussen leven en dood, tussen goed en kwaad, tussen hemel en hel. Erken je staat van zonde, bekeer je, en aanvaard Gods liefde en genade. Want Gods genade is voor allen toegankelijk ("For all my Lord was crucified, for all, for all my Saviour died") . Leid voortaan een leven, waardoor je deze genade kunt behouden. Een leven, dat Gods liefde weerspiegelt, en dat je voor verdere zonde behoedt.

Aanvankelijk waren er mensen, wiens bekering voornamelijk door vrees van de hel werd gemotiveerd. En sommige predikers gaven overdreven beschrijvingen van de beproevingen en verschrikkingen, die de zondaar in het hiernamaals te wachten stonden. Maar Wesley bood hen meer, dan een belofte van rust en geluk in het hiernamaals. Eerst en vooral, een boodschap van liefde. (Een statistische studie van Wesley's taalgebruik toont aan, dat Love één van Wesley's sleutelwoorden (5) was). Maar ook een boodschap van de waardigheid van eenieder in Gods ogen: God maakt geen onderscheid tussen de Lord, de schoenmaker of de mijnwerker, en Christus stierf op het kruis voor allen -- ook voor jou (All was een tweede sleutelwoord (5) in Wesley's preken en liederen). Dat was ècht nieuws, prettig te horen voor de onderdrukten. Bovendien werd het snel duidelijk, dat bekeerde Christenen het misschien niet gemakkelijker hadden dan de anderen, maar dat zij gelukkiger waren. Niet alleen waren zij verlost van vrees voor het hiernamaals, maar zij leidden ook een gelukkiger gezinsleven: de mannen brachten hun geld naar huis en verkwistten het niet meer in de kroeg. Families gingen samen naar de Methodistische ontmoetingen, waar ze samen over hun geestelijk leven konden praten. Mettertijd kregen ze binnen deze gemeenschappen taken toegewezen, waardoor ze zich verantwoordelijker en gewaardeerd voelden. Wesley maande de mensen ook aan tot vlijtig, behoorlijk werk, spaarzaamheid, en persoonlijke hygiëne ("Cleanliness is next to godliness"). En op die manier kregen de Methodisten snel een zeker aanzien, zowel bij hun werkgevers als in hun eigen gemeenschap, en in vele gevallen, een iets betere plaats op de sociale ladder. En dit zette de Methodisten aan tot vlijt in de werkplaats -- een houding die de werkgevers op prijs stelden, omdat hij bijdroeg tot een betere productiviteit. Men heeft Wesley deze onbewuste bijdrage tot de groei van het kapitalisme vaak verweten. Wesley was echter gekant tegen het vergaren van geld of wereldse goederen -- tenzij dat gebeurde, om zich de middelen tot liefdadigheid, barmhartigheid en sociale solidariteit te geven.


Hoe bracht John Wesley deze boodschap aan zijn publiek?

Wesley verstond de kunst van het communiceren. In zekere zin was hij een voorloper van wat men vandaag multimedia communicatie zou noemen.

Centraal in Wesley's boodschap stond het gesproken woord. In zijn openluchtpreken wist hij eerst, door zang, de aandacht te trekken (dat doet het Leger des Heils tegenwoordig nog, met haar fanfares en straatorgeltjes). Dan predikte hij, in eenvoudige woorden, en hij wist zijn boodschap in kernachtige formules samen te vatten. Soms leerde hij de mensen zingen, uiteraard niet uit gezangboeken -- de meeste mensen in zijn publiek konden niet lezen -- maar door het lijn-per-lijn herhalen van eenvoudige woorden en melodieën, die natuurlijk een uitstekend mnemotechnisch middel waren, om de centrale geloofspunten in het geheugen van zijn publiek te prenten.

Dag na dag reisde Wesley te paard door weer en wind van dorp tot dorp, van stad tot stad, om zijn boodschap van liefde en genade aan de man te brengen. Dat reizen ging niet altijd zonder moeite, en zijn boodschap was niet altijd even welkom. Hij had heel wat met hekelaars te kampen, en soms werd hij op een regen van stenen onthaald. Soms wist hij zijn critici klein te krijgen, maar soms moest hij ook een huis in vluchten.

Naargelang Wesley beter gehoor kreeg, werd de taak te zwaar voor hem alleen. Hij begon dus verschillende aspecten van zijn werk, inclusief de evangelisatie, uit de hand te geven aan leken -- dikwijls eenvoudige mensen uit het volk; maar deze kenden de taal van het volk, hun arbeids- en levenstoestanden, en vonden daarom bij vele mensen gemakkelijker ingang en vertrouwen.

Wesley wilde ook het lezen van de Bijbel bevorderen. Zijn medewerk(st)ers begonnen dus met schooltjes, waar kinderen 's Zondags of na het werk konden leren lezen. Of ze moesten leren schrijven was een andere kwestie: schrijven was niet nodig om toegang tot het Woord van God te krijgen; maar het droeg natuurlijk in grote mate bij tot de sociale ontwikkeling van de kinderen.

Zodra de Methodisten konden lezen, zette Wesley een uitgebreid leesprogramma op touw: boeken en tijdschriften, maar ook en vooral goedkope traktaatjes, "penny tracts" over geestelijk leven, bijbelstudie, maar ook met allerlei praktische wenken over het leiden van een Christelijk leven, en voor de kinderen, "vrome verhalen" waarin modelkinderen tot voorbeeld moeten dienen.

Al deze "input" van woorden en ideeën droeg op zijn beurt bij tot de intellectuele ontwikkeling van de Methodisten. De woorden die de aanhangers van Wesley via het luisterren en lezen kregen, lieten hun toe, nieuwe dimensies van hun bestaan te verkennen en uit te drukken. Eenvoudige mensen begonnen de pen ter hand te nemen, om hun ervaring neer te schrijven. In de Methodistische vergaderingen leerden ze zich uitdrukken, en hun plankenkoorts beheersen. Die bekwaamheid, in het publiek het woord te nemen, kwam natuurlijk ook in de werkplaats van pas. Wanneer het erom ging, het werk beter te organiseren, werd dat op prijs gesteld. Als die welbespraaktheid daarentegen werd gebruikt om de eisen van de arbeiders te doen gelden, viel hij bij de werkgevers heel wat minder in de smaak.


Wat waren de verschillende reacties op Wesley's boodschap?

Bij de arme en onbevoorrechte zondaars en de hardwerkende middenklassen vond Wesley's boodschap van genade, liefde en morele verbetering gretig gehoor.
Het kan vreemd voorkomen, dat een ethiek van hard werk ook zo gemakkelijk ingang vond bij een arbeidersklasse, die al hard genoeg moest werken voor een hongerloon. Men moet hier aannemen, dat de wereldse voordelen -- verhoogd respekt en een gunstigere sociale stand -- in niet geringe mate hebben bijgedragen tot de motivatie. Wesley's houding tegenover het geld kon in drie punten samengevat worden: "Gain all you can, save all you can, and give all you can": verdien zoveel mogelijk, spaar zoveel mogelijk, en geef zoveel mogelijk. Maar Methodisten die nauwelijks ontsnapt waren aan een sociale situatie waar zelfs gewoon overleven moeilijk was, waren niet vaak bereid, hun hard verdiende centjes op te offeren aan liefdadigheid en solidariteit. De meesten spendeerden hun verdienste liever aan iets meer komfort voor zichzelf. John Wesley was diep ontgoocheld door deze houding, en zag met lede ogen hoe de Methodisten alsmaar rijker werden, en hoe zijn geestelijk reveil uiteindelijk verburgerde. Hij zelf investeerde alle gelden die hij kreeg of verdiende in publicaties, scholen of in zijn sociaal programma, en stierf, zoniet in armoede, dan toch zonder meer dan een handjevol geld na te laten. Zijn laatste woorden waren "The best of all is, God is with us".
Maar vooral in de vroege stadia van het Methodisme waren er ook heel wat ongunstige reacties tegen Wesley's ideeën, die als nieuw en revolutionair overkwamen. Wesley en zijn predikers werden vervolgd, en hadden in de steden en dorpen met hekelaars te kampen. Aan bepaalde Methodisten werd het zwijgen opgelegd, door ze (door middel van de beruchte press gangs) in de marine in te lijven.
De Methodistische ideeën en prediking werden met genoegen gehekeld en geparodieerd door cabaretiers en puntdichters, maar ook door ernstiger voorstanders van het conservatieve denken en de traditionele religie.

Predikers van de officiële kerken jaagden Wesley weg, omdat hij geen recht had, in hun gemeenten te spreken. Wesley's antwoord hierop was:
Ik beschouw de hele wereld als mijn gemeente!

De Engelse Kerk stond uiterst kritisch tegenover Wesley's programma. Zij zag er een beknotting van haar eigen activiteit en invloed, maar vreesde anderzijds een zekere concurrentie. Zelfs trouwe gemeenteleden verlieten soms hun kerken om hun geloof actiever te beleven -- prediking, gebed en gezang -- bij de Methodisten. Sommige predikanten voerden veranderingen in (met name zang) om hun leden te behouden. Anderen bleven vijandig tegenover de beweging. Wesley zelf zag het Methodisme niet als een alternatieve religie, maar als een Religious Society binnen de Kerk. Hij wilde niet horen spreken van een schisma, en maakte het herhaaldelijk duidelijk, dat hij de theologische en zelfs de conservatief-politieke en royalistische, anti-demokratische houdingen van de staatskerk onderschreef en verdedigde. Ook dit werd hem later verweten.
In een tijdperk, waarin de superioriteit van de adelstand en de bevoorrechte klassen vanzelfsprekend schenen, werd Wesley's boodschap van de gelijkheid van allen voor God door het Establishment als subversief ervaren; hetzij als Gleichmacherei, hetzij als tekenen van een revolutionaire houding, die de voorrechten van de gegadigde klassen zou kunnen aantasten. Het idee, dat een edelman, een boer of een arbeider over dezelfde kam geschoren zouden worden, en dezelfde rechten en waardigheid zouden genieten, werd als schokkend en onwelvoeglijk verworpen. Maar de Gravin van Huntingdon liet zich bekeren, en bleef Wesley daarna steunen.
De houding van de werkgevers varieerde nogal. De meest opportunistische bazen verheugden zich over het verschijnen van een religie, die een moraal van vlijt en hard werk verdedigde.

Voor Wesley ging het uiteraard niet om productiviteit, maar om 1. werk als bezigheid, die mensen voor nutteloze en zondige activiteit behoedde (Satan finds some mischief still for idle hands to do), om 2. werk als bijdrage tot het Plan van God. Hierin volgde hij Luther, die de menselijke activiteit in de wereld zag als het antwoord op een goddelijke roeping (Beruf, Calling), in tegenstelling tot de Rooms-Katholieke visie, waarbij God best gediend werd door een contemplatieve levenshouding. En 3. werk als de manier, om zich de middelen te verschaffen om naastenliefde (d.w.z. sociale solidariteit) in praktijk om te zetten: aardse goederen worden de Mens als talenten gegeven, die hij (als in de gelijkenis) nuttig moet gebruiken, en waarvoor hij verantwoording zal moeten afleggen.

Toch was het zo, dat de Methodisten vlijtiger, trouwer, gehoorzamer en eerlijker werkten dan de andere werknemers. Werkgevers lieten daarom soms toe, dat er in de werkplaats gelezen en gebeden werd. Sommigen lieten zelfs een kapel bouwen.

Andere Methodisten zetten zich in voor arbeidersrechten en tegen exploitatie. En deze bewegingen, die samenvielen met de eerste arbeidersbewegingen, waarvoor het industrieel Establishment vervaard was, vielen uiteraard veel minder in de smaak. Wesley zelf, die vooral niet als revolutionair wilde overkomen, was gekant tegen deze tendensen. Zijn opvolger, Jabez Bunting, nog meer.
Maar ondanks alle oppositie en reactie kende het Methodisme een enorm sukses, en ontwikkelde het zich tot een echte "Kerk" met zijn eigen (vrij strenge) organisatie onderworpen aan de autoriteit van de Conference. De Methodistische gemeentes bouwden hun eigen kerken (die de naam Chapels kregen om ze te onderscheiden van de Anglikaanse Churches), die bleven groeien, maar die mettertijd meer gehoor vonden bij de middelklassen dan bij de arbeiders en armen, die Wesley's oorspronkelijk publiek waren
Maar het Methodisme bleef zijn militante zendingsgeest behouden. De Methodist Missions bleven -- en blijven nog steeds -- het evangelie verspreiden doorheen de wereld. Met name in Amerika en de Caraïbische eilanden zette de Methodistische kerk zich in voor de vrijheid en waardigheid van de zwarte slaven.

Wie heeft kritiek op Wesley uitgeoefend, en waarom?

Kritiek op Wesley, en op het Methodisme in 't algemeen, komt voornamelijk uit de Marxistische hoek. Voor hen is het Methodisme een voorbeeld te meer van godsdienst als opium van het volk. Zij gaan er van uit, dat het Methodisme met zijn ethiek van vlijt en gehoorzaamheid zich in dienst stelde van het industrieel kapitalisme, en de arbeidersklasse cynisch manipuleerde, om een gewelddadige proletarische revolutie te voorkomen. Een antwoord op deze kritiek moet genuanceerd zijn.

Het is een feit, dat het Methodisme aanleiding gaf tot een houding van gehoorzaamheid en vlijt in de werkplaats. Maar dit betekent nog niet, dat Wesley en zijn predikanten het spel speelden van het kapitaal -- althans niet bewust, en niet met opzet.

Het is ook waar, dat Wesley door het gesproken en gezongen woord uiterst overtuigend kon en wilde zijn -- hoewel niet doelbewust manipulatief. De theorie, volgens dewelke de gezangen door hun beeldspraak en ritme de libido van de arbeiders trachtten uit te buiten, houdt geen steek. Wesley gebruikte weliswaar alle middelen van de retoriek om zijn publiek te overtuigen; maar hij deed dit ten bate van Christus, en niet ten bate van de uitbuiters, eigenaars en werkgevers. Hij was uitdrukkelijk gekant tegen de accumulatie van geld en middelen, die aan het kapitalisme ten grondslag ligt. En hij verwierp expliciet, in naam van het Evangelie, de exploitatie en slavernij.

Het is een feit, dat de eerste Methodistische vergaderingen sterk emotief getint waren, en dat bepaalde bekeringen onder invloed van de emotie plaatsvonden. Maar in het verdere leven van de gemeenschappen werd niemand tot lidmaatschap verplicht of tegen zijn wil binnen de gemeenschappen gehouden -- integendeel: leden wiens bekering geen vrucht droeg, of wiens engagement voor twijfel openstond, werden zonder meer geweigerd. Er bestond dus inderdaad een vorm van wederzijds, broederlijk toezicht. Maar dit toezicht als een "geestelijke politie" bestempelen, die elke vorm van revolutionair denken de kop indrukte, strookt niet met de werkelijkheid in Wesley's tijd. In het 19e eeuws Methodisme gebeurde het soms; maar slechts in bepaalde, conservatief-gezinde takken van het Methodisme, terwijl andere branches zich juist wel voor de arbeidersbeweging inzetten.

Het is ook waar, dat Wesley en zijn opvolger Bunting expliciet de democratie verwierpen. Hierin waren zij kinderen van hun tijd -- men vreesde een herhaling van de Franse Revolutie -- en zochten zij bovendien, hun credibiliteit bij het Engelse establishment te behouden. In praktijk was het Methodisme, met zijn uitbesteding van verantwoordelijkheden aan leken, mannen zowel als vrouwen, echter zeer modern door zijn niet-klerikale en inclusieve structuur.

De Marxistische kritiek van het Methodisme schijnt niet te kunnen aanvaarden, dat mensen zich spontaan bekeerden, omdat Wesley en zijn predikanten hun een boodschap van hoop en liefde brachten, die aan hun behoeften beantwoordde, en dat zij in dit geloof geluk en blijdschap vonden, zowel op geestelijk als sociaal vlak. Zij moeten dus noodzakelijk achter het sukses van het Methodisme een complot zien.

Hebben we vandaag nog iets van Wesley te leren? Is hij nog relevant?

De centraliteit van de genade in onze geloofsbeleving. Wij zijn allen door Gods Genade en Liefde verlost. Laten wij dan als gelovigen, en als Kerk, van deze genade getuigen. Al te dikwijls schijnt de Kerk te handelen in een geest van veroordeling, die bepaalde klassen van mensen uitsluit, in plaats van de deur van onze kerken voor ze wijd open te zetten, of ze, zoals Wesley, te gaan halen, waar ze zich bevinden, en naar ze uit te reiken.
Het belang van een geëngageerd geloof -- een engagement voor Christus, voor vrede en sociale rechtvaardigheid, tegen alle vormen van exploitatie, uitsluiting en slavernij. Een sociaal engagement, dat de waardigheid van eenieder verkondigt en eerbiedigt.
Een geloofsbeleving dat verder reikt dan de praktijk van de "religie" -- een diepe, innige aanvaarding van Christus in ons hart, en de wens, ons leven te "heiligen" -- al onze activiteiten, middelen en talenten ten dienste en ter ere van God te stellen, en ons waarachtig verantwoordelijk te voelen voor een betere wereld, die het Koninkrijk Gods prefigureert.
Waar kan ik meer informatie vinden over Wesley en het Methodisme?


WMC John Wesley Website (Teksten, Illustraties, Studies, enz. Engels en Spaans). Warm aanbevolen!!!
Het Methodistisch Archief van de John Rylands University Library in Manchester (in het Engels)
De tekst van John Wesley's Preken (in het Engels)
John Wesley's Gezangboek: Collection of Hymns for the People Called Methodists (in het Engels)
The Cyber Hymnal: Tekst en Muziek van (bijna) alle Engelse Gezangen (vereist een sound card) Leuk!!!
The Methodist Church of Great Britain (in het Engels)
The United Methodist Church News Service (U.S.A) (in het Engels)
J.P. van Noppen's boek over het Methodisme (in het Engels)
De (voorheen Methodistische) kerk in de Marsveldstraat te Brussel


Bron: J.P. van Noppen, maart 2003

Voetnoten

(1)
Suzanna Wesley's Opvoedingsprincipes:

"This, therefore, I cannot but earnestly repeat, -- break their wills betimes; begin this great work before they can run alone, before they can speak plain, or perhaps speak at all. Whatever pains it cost, conquer their stubbornness: break the will, if you would not damn the child. I conjure you not to neglect, not to delay this! Therefore, (1.) Let a child, from a year old, be taught to fear the rod and to cry softly. In order to this, (2.) Let him have nothing he cries for; absolutely nothing, great or small; else you undo your own work. (3.) At all events, from that age, make him do as he is bid, if you whip him ten times running to effect it. Let none persuade you it is cruelty to do this; it is cruelty not to do it. Break his will now, and his soul will live, and he will probably bless you to all eternity".

(2) Here Lieth the Body
Of
JOHN WESLEY
A Brand plucked from the Burning:
Not leaving, after his Debts are paid,
Ten pounds behind him:
Praying:
God be merciful to me, an Unprofitable Servant!

(3)
"In the evening I went very unwillingly to a society in Aldersgate Street, where one was reading Luther's Preface to the Epistle to the Romans.
About a quarter before nine, while he was describing the change which God works in the heart through faith in Christ, I felt my heart strangely warmed. I felt I did trust in Christ, Christ alone for my salvation, and an assurance was given me that he had taken away my sins, even mine, and saved me from the law of sin and death."

John Wesley's Journal, May 24th, 1738

(4)
"Outcasts of men, to you I call, Harlots, and publicans, and thieves! (...)
He calls you now, invites you home; Come, O my guilty brethren, come! (...)
Believe, and all your sin's forgiven; Only believe, and yours is heaven!"

Charles Wesley: Hymns and Sacred Poems, 1739.
John Wesley:Collection of Hymns for the Use of the People Called Methodists., 1780, n° 29, verse 5.

(5)
The first 40 key words in John Wesley's Sermons, extracted from The Works Of John Wesley, arranged by decreasing order of keyness:
God, Is (Are), All, Sin(s), Yea, Love, Thou (Thy, Thee), Not, Faith, Spirit, Ye, Evil, We (Our), Unto, Soul, Do(es), Heart(s), Earth, Holiness, This, Sermon, Lord, Holy, Works, Things, Men (Man), Grace, Hath, Word(s), Outward, Apostle, Righteousness, World, Wesley, Christ, Heaven, How, Christian, Every, Even, These, Inward.
The first 40 key words in John Wesley's Collection of Hymns for the Use of the People Called Methodists, extracted from the 1876 Methodist Hymnbook with Supplement in the Christian Classics Electronic Library, arranged by decreasing order of keyness:
Thy (Thee, Thou, Thine, Thyself), My (Me), Love, Grace, O, All, Let, Sin, Lord, Heart, Soul, Saviour, We (Us, Our), God, Shall, Praise, Hast, Jesus, Art, Earth, Heaven(ly), Blood, Faith, Perfect, Glory (Glorious), Word, Gracious, Spirit, Still, Mercy, Lamb, Name, Feel, Impart, Remove, Prove, Live, Face, Save, Come, Below, Above.

Jean-Pierre van Noppen: Transforming Words. The Early Methodist Revival from a Discourse Perspective. Bern: Peter Lang (Religion and Discourse, 3), 1999, p. 229.


Dietrich Bonhoeffer (1906-1945)

Deze theoloog uit Duitsland heeft in België altijd veel aandacht gekregen.

→ lees meer

REY, Jean Max Georges (1902-1983)

Als zoon van Arnold Rey, predikant van de protestantse kerk van Luik en van Hélène Cérard, die uit een Luikse liberale familie stamt, zal Jean heel zijn leven een toegewijd liberaal en protestant zijn.

→ lees meer

Abraham Hans (1882-1939)

Hij werd geboren op 12 februari 1882 in dit huis als zevende kind van protestantseouders.

→ lees meer

Nicolaas de Jonge stichter van het Silo-werk (1845-1898)

De stichter van het Silo-werk, de stads- en landsevangelisatie, ds. N. de Jonge kan men typeren als: “Een geboren ‘evangelist’, een prediker van de ‘blijde boodschap’ zoals weinigen, een man wiens gehele leven opging in de verkondiging dat er een rijke Heiland is, bij wie arme zondaren behoud kunnen vinden, en die allen wil aannemen zonder onderscheid van naam, van kerkgenootschap, van leeftijd, van uitwendige levensomstandigheden, van ontwikkeling, van verleden”.

→ lees meer

Vincent van Gogh (1853-1890)

Het lijkt vreemd om Van Gogh in de Protestantse geschiedenis te vinden, maar toch hoort hij er in zijn vroege jaren in thuis.

→ lees meer

Leopold I (1790-1865)

Leopold I wordt op 16.12.1790 te Coburg geboren als achtste kind van graaf François van Saxen-Coburg-Saalfeld en door de hofpredikant, Dr. Schwartz, in de paleiskapel gedoopt.

→ lees meer

John Wesley (1703 - 1791)

John Wesley werd geboren op 17 juni 1703, vijftiende kind van Samuel Wesley, een predikant in het Engelse Epworth, en Suzanna Wesley, een strenge, maar vrome moeder.

→ lees meer

Filips van Marnix heer van Sint-Aldegonde (1540-1598)

Marnix was in die tijd een heel belangrijke figuur, zowel politiek, als literair. Zijn satirische en polemische teksten in Nederlands en Frans hadden een grote invloed. Hij had veelvuldige contacten met de humanisten. Hij kende Hebreeuws, Grieks en Latijn. Hij maakte dan ook een Psalmvertaling (die reeds in 1591 wordt herdrukt) en een bijbelvertaling. Hij overlijdt te Leiden op 15 december 1598. Hij deed zijn lijfspreuk “Repos ailleurs” duidelijk alle eer aan.

→ lees meer

Guido de Brès(1522-1567)

In 1522 te Bergen (Henegouwen) uit katholieke ouders geboren, werd Guido als zoon van een verver in hetzelfde ambacht opgeleid met zijn broer Christoffel.
Door de gesprekken op het atelier, door de reformatorische geschriften, door de keizerlijke plakkaten kwamen deze jonge mannen in contact met de calvinistische leer.

→ lees meer

Johannes Calvijn (1509-1564)

Jean Cauvin (verlatiniseerd tot Johannes Calvinus > Calvijn) wordt op 10 juli 1509 geboren.

→ lees meer

Keizer Karel en Gent (1500-1558)

Op 24 februari 1500 werd in het Prinsenhof te Gent een prins geboren, die als Karel werd gedoopt. Later regeerde hij als Karel V, en vanaf 1520, als Keizer Karel over de Westerse wereld.

→ lees meer

Menno Simons, vader van de mennonieten (1496-1561)

In 1996 werd de 500ste verjaardag van Menno Simons’ geboorte herdacht. Wie was toch deze bijzondere reformator die tot op heden navolgers heeft? Met dit artikel willen we een korte schets van het leven en denken van de vader van de mennonieten maken.

→ lees meer

William Tyndale (1494 - 1536)

Waar en wanneer William Tyndale werd geboren, is niet met zekerheid te zeggen. Men is het er in het algemeen over eens dat hij in 1494 in het graafschap Gloucestershire het levenslicht zag en in het dorpje Stinchcombe zijn prille jeugd doorbracht.

→ lees meer

Ulrich Zwingli (1484-1531)

Ulrich Zwingli krijgt vooral de leiding in Zwitserland. Dit land werd in een hechtere bond (eedgenootschap) verenigd op raad van de kluizenaar Nikolaas van der Flüe (1418). Een nieuw perspectief werd hiervoor geopend door de daad van Zwingli.

→ lees meer

Maarten Luther (1483-1546)

De ideeën van Maarten Luther, Augustijner monnik te Wittenberg werden middels de (toen nog revolutionair nieuwe) boekdrukkunst en de inwendige correspondentie tussen de verschillende kloosters van zijn orde razendsnel over heel West-Europa verspreid. Mede hierdoor was hem een ander lot beschoren dan bijv. Hus of Wiclif. De heersende kerk heeft deze ‘ketterij’ niet de kop in kunnen drukken. Het uiteindelijke gevolg was een substantiële scheuring in de christelijke kerk van het Westen (NB: In de oosterse Kerk was er geen voedingsbodem voor de gedachten van Luther en de reformatie, omdat deze Kerk in totaal andere begrippen, gedachten en gevoelens haar kerk zijn en geloof beleefde dan de Westerse Kerk) Luther heeft nooit een kerkscheuring beoogd, enkel een ‘reformatie’, een ‘hervorming’, een ‘herbronning’ van de hele kerk. Een kort historisch overzicht van zijn loopbaan moge dit aantonen.

→ lees meer

Hugenoten en het hugenotenkruis

In de 16e eeuw ontstond in navolging van Calvijn in Frankrijk een gereformeerd protestantse stroming. De aanhangers van deze kerkelijke leer kregen de naam Hugenoten.

→ lees meer

Feiten uit het Belgische Protestantisme

Overzicht van feiten uit de geschiedenis van het Belgische Protestantisme (1839 - 1992)

→ lees meer

Onstaan VPKB (Verenigde Protestantse Kerk in België)

Deze historische aantekeningen hebben tot doel een summiere kennismaking met de drie kerkverbanden, die bij de zeven jaar durende éénheidsbesprekingen betrokken waren en hoe deze geleid hebben tot de totstandkoming van die verenigde kerk.

→ lees meer

De geschiedenis van de Kerk tot de Reformatie

In dit artikel vindt u een beknopt overzicht overzicht van de hele Protestantse geschiedenis.

→ lees meer
450 jaar Nederlandse Geloofsbelijdenis

450 jaar Nederlandse Geloofsbelijdenis

Op 27 en 28 november vond er een bijzonder symposium plaats in Brussel. Centraal stond de Confessio Belgica (ook wel Nederlandse Geloofsbelijdenis). Het leven van de opsteller, Guido de Brès, werd belicht, zijn geschrift in die dagen en in de betekenis die wij er nog steeds aan hechten. Ook een nieuw boek over Guido de Brès werd gepresenteerd.

→ lees meer
Doopsgezind jubileumjaar 2011

Doopsgezind jubileumjaar 2011

Voor de Nederlandse doopsgezinden is 2011 bijzonder feestelijk. Met gepaste trots staan zij stil bij het feit dat de doopsgezinde Anne Zernike de eerste vrouwelijke predikant werd, honderd jaar geleden.
Zij vieren dat het tweehonderd jaar is geleden dat de doopsgezinde gemeenten werden verenigd in de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS), een verbond, geen synode. Verder herdenken zij dat het Doopsgezind Seminarium, de universitaire predikanten-opleiding, tweehonderdvijfenzeventig jaar geleden werd opgericht en ten slotte schenken zij aandacht aan de 450e sterfdag van Menno Simons, hun geestelijke vader – 2011 jubileumjaar!

→ lees meer
Tussen behouden en vernieuwen

Tussen behouden en vernieuwen

Een notitie over Bijbelvertalen in historisch en oecumenisch perspectief, door dr. Guy Liagre

→ lees meer
Melanchton belangrijke binder in de Reformatie

Melanchton belangrijke binder in de Reformatie

In 2010 is het 450 jaar geleden dat Melanchton stierf in Wittenberg.

→ lees meer
Europa, de publieke ruimte en datgene wat ontbreekt

Europa, de publieke ruimte en datgene wat ontbreekt

België is EU-voorzitter én levert de eerste president van Europa. Een protestantse blik op Europa ...

→ lees meer

Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: epub.be