Protestantse Kerken België | Europa, de publieke ruimte en datgene wat ontbreekt

Huis van het Protestantisme |  contact |  organigram

Europa, de publieke ruimte en datgene wat ontbreekt

België is EU-voorzitter én levert de eerste president van Europa. Een protestantse blik op Europa ...

Na de Tweede Wereldoorlog kroop Europa uit een diep dal. Het waren onzekere jaren, maar in 1989 konden de bewoners van het oude continent vrijer ademhalen. De donkere lucht klaarde op en een nieuwe periode brak aan. Als we terugkijken op de voorbije tijdspanne van ruim een halve eeuw, merken we drie fasen op. Verder merken we op dat Europa in materieel opzicht de wind in de zeilen had maar in spiritueel opzicht met tegenwind kreeg te maken.

In de eerste fase was het in het zog van de tweede grote oorlog van de 20e eeuw evident dat vrede en veiligheid moesten worden gewaarborgd. De NAVO (de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) en in mindere mate de WEU (de West-Europese Unie) werden gesticht en zorgden voor de nodige rugdekking en afschrikking. Dat vond de politiek nodig. Je wist maar nooit. Uit het Oosten, de SovjetUnie, dreigde het rode gevaar. Waakzaamheid was geboden.

In de tweede fase pakten de Europese architecten de economie aan. Zij gingen voortvarend te werk en richtten in januari 1958 de EEG (de Europese Economische Gemeenschap) op, wat werd beklonken in het Verdrag van Rome. De doelstelling was om binnen de EEG een gemeenschappelijke markt te vormen. Afspraken werden onder andere gemaakt over landbouw, transport, arbeid. De EEG kende een gestage groei en evolueerde tot de EU (de Europese Unie) van onze dagen, die inmiddels zevenentwintig lidstaten telt. In 1989 kwam de EU door de val van de Berlijnse Muur in een stroomversnelling. Oost en West vielen elkaar om de hals en besloten nauw(er) samen te werken. We kunnen deze kort geschetste wording van Europa met gemengde gevoelens bekijken. Stonden macht en markt niet in het centrum van de planning? Waar bleef de mens? Was het motto niet ‘voor maar vooral zonder u’? Dat leek zo te zijn, maar tussen de bedrijven door begon een nieuwe fase op het oude continent. Preciezer: binnen de wat logge en onherkenbare EU tekende zich een publieke ruimte af. Das was een gunstige bijkomstigheid, want mensen hebben zo’n ruimte nodig, anders zijn zij vissen op het droge en verkommeren. Hoe we ook denken over de mens, het is een sociaal wezen dat streeft naar vrede, vriendschap, veiligheid, rechtvaardigheid en verbondenheid. Iedereen komt onthand en hulpeloos op de wereld maar ontwikkelt zich razendsnel tot een persoonlijkheid met vrienden en vriendinnen, opvoeders en leraren, collega’s en coaches om zich heen. Mensen ontplooien zich samen met soortgenoten in een gedeelde cultuur. Zij leren van elkaar en dat is alleen mogelijk in de publieke ruimte, een open omgeving waar men met elkaar omgaat, uitgaat en soms tegen elkaar ingaat. Menselijk bestaan is pas mogelijk in de publieke ruimte, een cultureel stimulerend milieu.

Het materiële

In materieel opzicht heeft de EU met succes geboerd; ze heeft gezaaid en geoogst. Vlekkeloos ging het niet. Financiële en economische crises hebben sommige bedrijven en hun werknemers geruïneerd, maar Europa is een rijk continent geworden. Toch kan het anders en beter, beweren critici. Zij hameren tegenwoordig op het aambeeld van duurzaamheid en laten zich laatdunkend uit over Europa als economisch bolwerk met meer welvaart maar minder welzijn, met meer zelfverrijking en meer armoede. Wat de economie betreft moeten we voorzichtig zijn en een les trekken uit de geschiedenis. Neem de val van het machtige Rome in 410. In dat jaar werd de eeuwige stad onder de voet gelopen door barbaren. Rome en het Romeinse Rijk gingen ten onder omdat de Romeinen het vechten beu waren en zich overgaven aan luxe, genot en decadentie. Het verval sloeg toe en luidde de ondergang in. Ging het zo? Deze lezing wordt in twijfel getrokken; de vork zit anders in de steel. Militair konden de Romeinen de indringers meestal wel aan. Pas toen één van die stammen, de Vandalen, de oversteek naar Afrika waagde, raakte het Rijk in de problemen. Noord-Afrika was immers de rijkste Romeinse provincie. In een mum van tijd was Rome zijn melkkoe kwijt en had geen geld meer om een groot leger te betalen en op de been te houden. Twee keer, in 440 en 468, probeerde het Romeinse leger het wingewest in Afrika te heroveren; dat lukte niet. Met andere woorden, omdat het economisch fundament onder het Romeinse Rijk instortte, leed het schipbreuk. Zonder economie kan niet worden geleefd, gewerkt, verdiend – een leefregel die van alle tijden is. Dat is één ding of beter: het materiële is één ding, maar het is niet alles. Het spirituele is een ander ding, en dat verkeert in nood. In de huidige tijd is het verwelkt tot een muurbloempje; het wordt niet meer ten dans gevraagd. Dat is een ernstig probleem en leidt tot kaalslag in de publieke ruimte in Europa. Daar moeten we het over hebben. We moeten het hebben over datgene wat ontbreekt, meer en meer ontbreekt.

Het spirituele

In de publieke ruimte (in Europa) is geleidelijk een neoliberale denkwijze binnengesijpeld, vergelijkbaar met een fijne regen die door de kleding tot op de huid is doorgedrongen. Met deze denkwijze wordt de vrije markt geen strobreed in de weg gelegd en hevelt de overheid een deel van zijn taken over naar particuliere organisaties en bedrijfsleven. Denk aan de spoorwegen en de posterijen. De vrije markt gaat hand in hand met deregulering, individualisering en privatisering ofwel versnippering. Economisch gekleurde gedragspatronen en de managerscultuur hebben zich even geleidelijk genesteld in de vertrouwde weefsels van gezin, school, universiteit en hebben een mentaliteitsverandering teweeggebracht. Succes, presteren, produceren en consumeren zijn de norm geworden. Menselijk geluk en menselijke waardigheid tellen pas mee als iets misloopt, bijvoorbeeld jongeren die ontsporen door drank- en druggebruik. Er komt bij dat de secularisatie doorzet. Het gevolg is dat godsdiensten en geloofssystemen, kerken en verhaaltradities een marginaal verschijnsel dreigen te worden in de samenleving. Anders gezegd, materiële krachten weren zich, maar spirituele tegenkrachten hebben te weinig verweer in de publieke ruimte. Op korte termijn moet dat veranderen. Het probleem is dat de materiële factor ofwel het neoliberale denken en de seculiere leefwijze, een sterk stempel hebben gedrukt op de publieke ruimte (in Europa). De probleemoplossing is dat de spirituele factor ofwel godsdienst, geloof en religieuze overleveringen, weer een stevige plek krijgen in die publieke ruimte. Het seculier en economisch benevelde bewustzijn moet wakker worden geschud. Dat kan. Over stad en land kan een spirituele veerkracht vaardig worden na een lange periode van sluimer en onoplettendheid.

Heiligen

Datgene wat ontbreekt zouden we heiliging kunnen noemen. De wereld, Europa incluis, is een profaan landschap en het sacrale, het heilige, is een randverschijnsel geworden; het is teruggebracht tot een paar rituelen bij geboorte, huwelijk en dood. Opgepast nu, dat mag waar zijn, maar dat zegt niets over de Heilige. Jesaja ervoer zijn aanwezigheid: Heilig, heilig, heilig is de Heer der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol. De profeet Jesaja (zijn naam betekent ‘de Heer is redding’) leefde in de 8e eeuw voor Chr. Het waren roerige tijden, Jeruzalem werd belaagd en verkeerde figuren waren aan de macht. Jesaja ontdekte dat betrouwbaar leiderschap te vinden was bij een andere heerser, de beheerser van de machten, de leider van de geschiedenis en de initiatiefnemer van de messiaanse beweging die in Oer begon, zoals gezang 3 van het Liedboek voor de Kerken het fraai bezingt.

Wat kan dan vandaag de bijdrage zijn van gelovigen, kerk en theologie aan de oplossing van de problemen in de publieke ruimte (in Europa)? Het gaat niet om vrome woorden en daden, het gaat om een weg. Ieder mag persoonlijk uitmaken welke zijn en haar weg is, maar niemand staat met lege handen. Aanwijzingen, oproepen en suggesties zijn er in overvloed. Augustinus’ ontboezeming in zijn Belijdenissen / Confessiones is bijvoorbeeld nog steeds actueel: Ik was verliefd op mijn eigen wegen en niet op de uwe, verliefd op de vrijheid van een voortvluchtige. Vluchten mag niet meer. Ook dat wist Jesaja: Wie gelooft, vlucht niet. Aanwezig zijn, presentie, acte de présence, is de bijdrage van gelovigen, kerk en theologie aan de publieke ruimte (in Europa) en de problemen daar. Hoe de presentie concreet moet worden ingevuld hangt van de omstandigheden af – van preek tot protest, van lied tot actie, van gebed tot compassie, stuk voor stuk heiligende momenten die gewicht in de schaal leggen.

_____________________________________________

Jurjen WIERSMA, Brussel


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: epub.be