Protestantse Kerken België | Doopsgezind jubileumjaar 2011

Huis van het Protestantisme |  contact |  organigram

Doopsgezind jubileumjaar 2011

Voor de Nederlandse doopsgezinden is 2011 bijzonder feestelijk. Met gepaste trots staan zij stil bij het feit dat de doopsgezinde Anne Zernike de eerste vrouwelijke predikant werd, honderd jaar geleden.
Zij vieren dat het tweehonderd jaar is geleden dat de doopsgezinde gemeenten werden verenigd in de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS), een verbond, geen synode. Verder herdenken zij dat het Doopsgezind Seminarium, de universitaire predikanten-opleiding, tweehonderdvijfenzeventig jaar geleden werd opgericht en ten slotte schenken zij aandacht aan de 450e sterfdag van Menno Simons, hun geestelijke vader – 2011 jubileumjaar!

Menni Simons

In de zestiende eeuw, de eeuw van Menno Simons, smeulden wekelijks de brandstapels, werden er razzia’s gehouden om gelovigen, die samen wilden komen om de bijbel te lezen en met elkaar te bidden, op te pakken en in het gevang te zetten, hen te dwingen tot een bekentenis en tot het verzaken van hun geloof. Dit is een zin uit de rede waarmee schrijfster Nelleke Noordervliet de tentoonstelling Gedoopt op 23 februari in Amsterdam opende. De tentoonstelling gaat over vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland. Ruim veertig doopsgezinde kopstukken, zoals dichter Joost van den Vondel, schilder Govert Flinck, handelaar Christiaan Pieter van Eeghen en schrijfster Aagje Deken, vertellen elk hun eigen verhaal. Deze tentoonstelling is één van de festiviteiten die dit jaar worden georganiseerd om te vieren dat de huidige 114 doopsgezinde gemeenten 200 jaar geleden, in 1811, besloten om samen te werken onder de naam Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS).

Maeyken Wens van Antwerpen

Noordervliet kreeg, terwijl zij zich voorbereidde op de opening van de tentoonstelling, een brief van 5 oktober 1573 onder ogen. De brief werd geschreven in Antwerpen, acht jaar voor de val van de stad en de sluiting van de Schelde. Het is een afscheidsbrief van een moeder aan haar oudste zoon, Adriaan, 15 jaar. Hij heeft nog 8 broertjes en zusjes. De moeder roept hem op goed voor hen te zorgen en niet te treuren om haar, want zij gaat naar een beter oord. De moeder is Maeyken Wens en zit in de gevangenis te Antwerpen. Ze is gemarteld en haar is de mond gesnoerd met een tongschroef, zodat zij niet meer luid zal kunnen getuigen van haar vredelievend geloof. Zij is doopsgezind. De volgende dag zal ze worden verbrand aan de staak.

De brief heeft een regelmatig handschrift. Maeyken is een geletterde vrouw maar niet van hoge komaf. Haar man was metselaar. De brief bevat vrome aansporingen en ontroerende betuigingen van zorg en liefde voor haar gezin. De vrouw geeft blijk van een standvastig gemoed en een groot godsvertrouwen. Haar zoon Adriaan is aanwezig bij de executie van zijn moeder, zijn kleine broertje op de arm. Als de vlammen hoog uitslaan en haar leven nemen, valt hij flauw.
Maeyken Wens werd martelaar om haar geloof; zij was niet de enige.

Doopsgezinden in de Lage Landen behoren tot de radicale vleugel van de reformatie. Zij zijn wars van dogma’s en geloofsdwang, verwerpen kerkelijke hiërarchie, aanvaarden gelijkheid van man en vrouw, erkennen geen overkoepelend maar slechts een lokaal kerkelijk gezag en hebben een pacifistische inslag. Elders worden zij wederdopers of anabaptisten genoemd. In Nederland heten zij soms nog mennonieten of mennisten naar Menno Simons (1496-1561), de geestelijke vader. Hij was onder de indruk van Maarten Luther maar had nog meer sympathie voor de Zwitserse kerkhervormer Huldrych Zwingli. Bad Luther bijvoorbeeld tegen sacramentariërs, beeldenstormers, wederdopers en andere lasteraars van Gods woord, Zwingli was gematigder van toon en rekkelijker van inzicht. Menno werd in Utrecht tot priester gewijd, was kapelaan in Pingjum en werd priester in Witmarsum, twee dorpen onder de rook van Bolsward in de Friese zuidwesthoek. Hij ging net als zijn kudde gebukt onder angst en twijfel en zei in 1536 het priesterschap vaarwel.

Toen anabaptisten door aanstootgevend gedrag hier en daar woede wekten en werden vervolgd, steeg de druk en deden zich scheuringen voor. Naast en onafhankelijk van elkaar ontstonden Friese, Vlaamse en Waterlandse gemeenten, om alleen deze te noemen. Menno probeerde de vreedzame zoekers onder hen te verzamelen. Hij legde nadruk op levensheiliging en wereldmijding, vandaar dat gebedshuis en kerk van de doopsgezinden vaak de Vermaning werden genoemd. Kinderdoop werd verworpen. Je wordt niet gedoopt, zei men, maar je laat je (bewust) dopen - een wederdoop als de gelovige van een andere kerk overkwam, zoals Menno zelf. Vaak kwamen de gelovigen, niet of nauwelijks geduld door plaatselijke overheden en gevestigde kerken, bijeen in schuilkerken.

Stille deugden

Tegen de verdrukking in nam hun aantal toe. De stille deugden van de Vaderen waren de bronnen van meer welvaart en welzijn, maar spoedig werd de keerzijde merkbaar. Overvloed kweekte de begeerte naar genot, eerzucht verzwakte de gehechtheid aan de eigen gemeente en wereldse verlokkingen bliezen de lauwe adem van onverschilligheid in de harten, die eens gloeiden van warme ijver voor het behoud van het vaderlijk erfgoed. Het kan niet worden ontkend, door interne oorzaken sloop verval van krachten doopsgezinde gemeenten binnen. Daarnaast sorteerden het economisch-politieke klimaat en gewelddadigheden na de Franse Revolutie (1789) ongunstige effecten; er kwam een handelsembargo met Engeland bij. De sobere en spaarzame doopsgezinden zuchtten onder de ontberingen. Zelfs in Amsterdam en Haarlem droogden de fondsen uit.

Tegen deze zorgwekkende achtergrond werd het initiatief genomen om een Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS) op te richten, aldus de prominente doopsgezinde voorman dr. Alle Hoekema in zijn feestrede op zaterdag 5 maart 2011 in de fraaie Amsterdamse Singelkerk. De opdracht van de ADS was tweeërlei. Ze moest zorgen voor het aankweken van bekwame herders en leraren en ze moest onvermogende gemeenten bijstaan.

De goede verstaander merkt dat de doopsgezinden attent zijn geweest op hun identiteit, zeker in een vijandige omgeving. Je moest weten wie je was en waar je voor stond. Dat is tegenwoordig weer een vereiste. Net als de meeste reformatorische kerken plukken zij wrange vruchten van de verintellectualisering en woordgerichtheid van het geloof. Dit is de voornaamste reden dat mensen weggaan en wegblijven, al is de behoefte aan spiritualiteit en zingeving groot. Hoekema riep zijn gehoor op zich niet blind te staren op het slinkende ledental maar fier aan de weg te timmeren met het culturele en sociale kapitaal van de doopsgezinde traditie: geweldloosheid, steun aan armen en hulpbehoevenden, tegendraadsheid, tolerantie. Vermanend uitdagend besloot hij: ‘Laat ons de stem van de beweging vertegenwoordigen. In de ogen van anderen zijn we wat ongestructureerd, wellicht chaotisch, kwetsbaar, losjes georganiseerd en theologisch onsystematisch, maar we mogen er zijn. Laten we er zijn in een oecumenische dialoog van stem en tegenstem’.

Jurjen Wiersma (emeritus-hoogleraar FPG Brussel)


Terug naar boven
Verenigde Protestantse Kerk in België
Brogniezstraat, 44
B, 1070 Brussel
T: 02 511 44 71
Neem contact op

Franstalige versie: epub.be